Klikzink
Bij storm werkt de wind niet drukkend maar zuigend op een dakvlak. Aan de rand en bij de nok is die zuiging het grootst, veel groter dan op het midden van het dakvlak. Onze klemmen zitten onder de fels en houden de plaat op zijn plek door die zuiging op te vangen voordat hij de plaat kan optillen. De afstand tussen de klemmen wordt bepaald door hoe hard er getrokken wordt op die plek, en dat is precies waarom de klemafstand bij de rand en de nok krapper staat dan in het midden van een dakvlak. Die rekensom houdt het dak op zijn plaats, en de ondergrond waarin de klem zijn houvast moet vinden speelt daarbij een rol.
OSB-plaat is die ondergrond in veel nieuwbouwprojecten. Het is goedkoper dan multiplex en wordt daarom veel toegepast, ook onder klikdaken. Voor de klem zelf maakt het weinig verschil of hij in OSB of in multiplex zit: hij pakt de fels op dezelfde manier vast. Het verschil zit in wat er onder die klem gebeurt als er aan de plaat getrokken wordt. OSB is opgebouwd uit houtsnippers die met lijm onder druk zijn samengeperst, in lagen die kruislings liggen. Dat geeft een plaat die op zichzelf sterk is, maar de uittrekwaarde van een schroef of klem ligt lager dan in multiplex, waar doorlopende houtlagen meer weerstand bieden rond het bevestigingspunt.
Bij een rustige avond met een briesje maakt dat verschil in uittrekwaarde niets uit. Bij een storm die uren aanhoudt en bij vlagen flink aantrekt, is de rand van het dak de plek waar dat verschil zich laat zien. Denk aan een vrijstaande schuur op een nieuwbouwkavel, waar de wind vrij spel heeft over de nok en langs de dakrand grijpt zonder dat een naastgelegen gebouw iets afvangt. Op zo'n dak rekenen wij de klemafstand bij de rand en de nok strakker door dan bij een dak dat tussen bebouwing in ligt en minder zuiging te verduren krijgt. Op OSB doen wij dat met een net iets grotere veiligheidsmarge dan op multiplex, juist omdat de plaat bij dezelfde trekkracht iets eerder meegeeft rond het bevestigingspunt.
Dat betekent niet dat een klikdak op OSB per definitie ongeschikt is voor een winderige locatie. Het betekent dat de klemafstand op die plek nauwkeuriger afgestemd moet zijn op de ondergrond, en dat er minder ruimte is om een dichtere klemafstand als vangnet te gebruiken wanneer de plaat zelf al aan de zwakke kant is. Bij multiplex is er wat meer marge om een storm te doorstaan zonder dat de klemafstand tot het uiterste is opgerekt. Bij OSB is die marge kleiner, en dat is precies waarom wij bij een storm-gevoelige locatie liever meten dan aannemen.
Er is nog een tweede reden waarom OSB bij storm anders reageert dan multiplex, en die heeft niets met wind te maken maar met wat er aan vocht binnenkomt tijdens diezelfde storm. OSB is gevoeliger voor vocht aan de randen van de plaat dan multiplex. Een storm brengt vaak slagregen mee, en als er ergens een naad, een overgang of een doorvoer is waar water even kan binnendringen, dan is de rand van de OSB-plaat de plek waar dat het eerst een probleem wordt. Vocht dat in de rand van een OSB-plaat trekt, laat de houtsnippers zwellen, en een plaat die eenmaal gezwollen is aan de rand geeft daar minder houvast aan een klem of schroef dan een droge plaat.
Dat is een andere kwestie dan windzuiging, maar de twee kunnen bij storm samenvallen. Een dakrand die door een storm even natter wordt dan normaal, en die vervolgens de volgende storm weer zuiging te verduren krijgt op precies die plek, is een combinatie die wij liever vermijden door de randafwerking op OSB zorgvuldig te laten aansluiten. Hoe dat in de praktijk werkt, staat uitgebreider beschreven bij de aansluiting op de dakrand, maar de kern hier is dat een storm niet alleen aan de plaat trekt, hij test ook of het water buiten blijft.
Op een dak met een lange onderbroken vlakte, zoals een loods of een grote schuur zonder kilgoten of dakramen die het vlak onderbreken, is de zuiging bij storm het meest voorspelbaar: hoog bij de rand en de nok, lager in het midden. Op zo'n dak is het overzichtelijk om de klemafstand aan te passen aan de plek. Moeilijker wordt het op een dak met veel doorbrekingen, waar rond een dakraam of een schoorsteen plaatselijk extra zuiging kan ontstaan die niet meteen voor de hand ligt. Wij kijken op de tekening waar die punten zitten en verdichten de klemafstand daar, net zoals wij dat bij de rand en de nok doen, en op OSB doen wij dat met iets meer marge dan op multiplex omdat de plaat zelf minder buffer heeft.
Er zijn situaties waarin wij een opdrachtgever adviseren om, als dat nog kan in het bouwproces, multiplex te overwegen in plaats van OSB, met name op locaties die aantoonbaar veel windbelasting krijgen, zoals een dak op een heuvel, aan de kust, of op een hoog gebouw zonder beschutting. Dat advies gaat niet over de klik zelf, die werkt op OSB net zo goed als op multiplex. Het gaat over de marge die de ondergrond geeft wanneer het weer een keer flink tegenzit. Op een doorsnee locatie met normale windbelasting is die marge bij OSB voldoende, mits de klemafstand goed is doorgerekend voor die specifieke plek.
Voor wie een klikdak op OSB legt, betekent dit vooral dat de klemafstand geen vast getal is dat overal op het dak hetzelfde is. Bij de rand en de nok wordt strakker gewerkt dan in het midden, en bij een locatie met veel windbelasting wordt die marge nog iets ruimer genomen dan bij een beschutte locatie. Dat is dezelfde logica als bij multiplex, alleen met iets minder ruimte om te schuiven omdat de uittrekwaarde van de plaat zelf lager ligt. Wie de plaat droog houdt tijdens de bouw, en de randen zorgvuldig laat aansluiten zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de dakrand](/bevestiging/osb-plaat/dakrand), heeft het grootste deel van het verschil met multiplex al opgevangen voordat de eerste storm van het jaar langskomt.