Klikzink

Storm op een klikdak op golfplaten

Als u ons belt over een schuur of een stal met een golfplatendak, gaat het bijna altijd over hetzelfde: het dak moet dicht, het moet snel, en de opdrachtgever wil weten of het straks bij de eerste najaarsstorm blijft liggen. Dat laatste is een terechte vraag, en het antwoord hangt niet af van de golfplaat zelf, maar van wat daarboven vastzit en hoe.

Windzuiging werkt niet gelijk over het hele dakvlak. Aan de rand en bij de nok trekt de wind het hardst aan de plaat, terwijl het middenvlak van een groot schuurdak relatief rustig blijft. Dat is geen theoretisch punt: het is de reden waarom wij de klemafstand niet over de hele lengte van een baan gelijk houden. Bij de randen en de nok zetten we de klemmen dichter bij elkaar, in het midden kan de afstand groter. Wie dat niet doet en overal dezelfde afstand aanhoudt, bouwt in feite een zwakke plek in op precies de plek waar de belasting het grootst is. De rekensom die daaraan vooraf gaat, bepalen we per project, op basis van de vorm van het dak en de plek van het gebouw. Een vrijstaande schuur in open veld krijgt een andere klemindeling dan een stal die half in de luwte van een ander gebouw staat.

Dat de klem onder de fels zit en er geen schroef door de plaat gaat, is bij storm eerder een voordeel dan een nadeel. Een dak met doorboringen heeft zoveel zwakke plekken als er schroeven zijn, en bij iedere doorboring kan het gat na jaren van uitzetting en krimp iets groter worden dan de schroef zelf. Onze banen zetten bij temperatuurwisseling uit en krimpen, ongeveer half zoveel als zink, maar dat gebeurt onder de klem door, zonder dat het metaal om een schroefgat heen moet werken. Bij storm is dat relevant, omdat een plaat die al maanden een beetje speling heeft rond zijn bevestigingspunten, bij harde windstoten sneller gaat klapperen en losser komt te zitten. Onze klemmen hebben die speling niet, ze grijpen de fels over de volle lengte vast.

Waar het bij golfplaten wel spannend wordt, is de ondergrond zelf. De golfplaat draagt namelijk niet gelijkmatig: hij is stijf in de richting van de golving en veel minder stijf dwars daarop. Onze banen liggen niet los op die golfplaat, dat kan niet, dus komt er eerst een regelwerk overheen dat wél overal even stevig is. Dat regelwerk is waar onze klemmen op vastzitten, niet de golfplaat zelf. Als dat regelwerk onvoldoende dicht op de golfplaat is uitgevoerd, of als de bevestiging van het regelwerk aan de onderliggende constructie te licht is voor de locatie, dan helpt een goede klemafstand in onze felsbaan niet: het hele pakket kan dan nog steeds los gaan zitten bij storm. Dat is een punt waarop dit dak ongunstiger kan uitpakken dan een nieuwbouwdak met een dichte houten of stalen ondergrond, waar het regelwerk vaak al standaard aanwezig is en niet apart hoeft te worden aangebracht of verstevigd.

Asbest is de tweede complicatie die bij golfplatenschuren vaak meespeelt en die niets te doen heeft met onze bevestiging, maar wel met de planning van het werk. Bij een asbesthoudende golfplaat gelden regels voor hoe die verwijderd mag worden, door wie, en wat er met de oude plaat gebeurt. Dat traject staat los van het leggen van de nieuwe felsbanen, maar het bepaalt wel wanneer wij aan de slag kunnen. Wij leggen niet over asbest heen en we voeren de sanering niet uit; dat doet een gecertificeerd saneringsbedrijf, en pas als dat is afgerond en het regelwerk erop klaarstaat, kan de bevestiging van onze banen beginnen. Wie storm als planningsvraag ziet, moet dus ook rekening houden met hoeveel tijd die sanering kost, want een half gesaneerd dak zonder afdekking is bij een aankomend weersysteem een reëel probleem, los van wat er straks op ligt.

De plekken waar bij golfplatendaken doorgaans het meest misgaat bij storm, zijn niet het vlakke deel van het dak, maar de aansluitingen. Denk aan de rand, de nok en de dakvoet, waar het profiel van de golfplaat overgaat in een vlakke felsbaan en waar de wind extra grip krijgt op elke naad die niet goed vastzit. Hoe wij die aansluiting bij de nok specifiek uitvoeren, leggen we uit zoals wij beschrijven bij [de nok op een golfplatendak](/bevestiging/golfplatendak/nok), en de dakvoet krijgt een eigen aanpak omdat daar juist minder windzuiging optreedt maar meer waterbelasting, zoals te lezen is bij [de dakvoet op een golfplatendak](/bevestiging/golfplatendak/dakvoet). Voor storm is vooral de nok en de dakrand van belang: dat zijn de plekken waar de klemafstand het dichtst staat en waar een verkeerd uitgevoerde overgang tussen golfplaat, regelwerk en felsbaan het eerst gaat spelen.

Wat wij in de praktijk zien bij oudere schuren, is dat het regelwerk er soms al ligt van een eerdere verbouwing, maar niet is berekend op de klemafstand die wij nodig hebben bij een winderige locatie. Dan moet er extra regelwerk bij, wat de dag dat het dak dicht kan zijn iets oprekt, maar wat wij liever vooraf constateren dan pas als de banen al liggen. Op een gemiddelde schuur met een goed voorbereide ondergrond leggen onze mensen een aanzienlijk aantal vierkante meters per dag, maar die snelheid geldt voor het leggen van de banen zelf, niet voor het voortraject van regelwerk en eventuele sanering. Wie storm als risico serieus neemt, doet er goed aan die twee dingen niet te verwarren: een dicht dak binnen een dag gelegd, op een ondergrond die daarvoor niet klaar was, biedt in de praktijk niet meer zekerheid dan een golfplaat die er al twintig jaar ligt.

Ons advies bij een golfplatenschuur in een winderige omgeving is daarom altijd om eerst naar het regelwerk en de ondergrond te kijken, en pas daarna naar de klemafstand in de felsbaan zelf. Die laatste stellen wij in op basis van de locatie en de vorm van het dak, maar hij is pas zo goed als wat eronder ligt. Als u ons de situatie van uw schuur of stal beschrijft, rekenen wij mee wat daar nodig is, zonder kosten voor het meedenken op tekening.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink