Klikzink
Een schoorsteen is geen aansluiting aan de rand van het dak, maar een obstakel er middenin. Dat verandert de opgave. Bij een dakrand of een dakvoet loopt het water één kant op en is er verder niets dat het tegenhoudt. Bij een schoorsteen staat het water tegen een verticaal vlak aan en moet het naar links en naar rechts uiteen worden gestuurd voordat het weer verder kan stromen. Boven de schoorsteen zit daarom altijd een keerconstructie die het water splitst, en onder die keerconstructie moet de bevestiging het water blijven begeleiden zonder dat er ergens een schroef in de weg zit waar het langsloopt.
Op geschaafde delen of planken op de gordingen, de klassieke ondergrond onder een felsdak, pakt een schroef in het hout zelf. Er is geen plaat of balk waar de schroef doorheen slaat en dan in iets hards vastzit; het hout is de bevestiging. Dat betekent dat de uittrekwaarde direct afhangt van de dikte van de plank en van de houtsoort. Een grenen plank van tweeëntwintig millimeter houdt een schroef anders vast dan een dunnere plank van vochtig vurenhout dat nog niet is uitgedroogd. Bij een schoorsteen komt dat harder aan dan elders op het dak, omdat de klemmen rond het obstakel dichter bij elkaar moeten staan om de aansluiting waterdicht te houden, en op een kortere afstand dus meer bevestigingspunten in hetzelfde stuk plank moeten.
Rond een schoorsteen is de baanlengte van de felsbanen vaak korter dan op een regelmatig dakvlak, en de banen die tegen de schoorsteen aan lopen, moeten worden ingekort en opgezet tegen de opstand. Dat opzetten gebeurt met plooien in de plaat, niet met extra schroeven, maar de klem die de fels vasthoudt op de laatste meter voor de schoorsteen draagt wel meer. Windbelasting grijpt namelijk anders aan op een dakvlak met een obstakel dan op een vlak vlak, en de klemmen rond de schoorsteen krijgen daardoor plaatselijk een grotere trekkracht te verwerken. Op hout betekent dat: kijken of de plank op die plek dik genoeg is en niet is aangetast, voordat de klem daar wordt vastgezet. Een klem die in een verweekte of gescheurde plank zit, houdt niet vast wat hij moet houden, ook als de klem zelf in orde is.
Het aandachtspunt dat bij een schoorsteen harder telt dan elders, is vochtig hout dat later krimpt. Dakbeschot wordt in de praktijk niet altijd kurkdroog aangeleverd, en hout dat na het leggen van het dak nog een paar procent vocht verliest, trekt samen. Op een regelmatig dakvlak verdeelt die krimp zich over de volle lengte van de planken en merkt u er weinig van. Bij een schoorsteen ligt dat anders, omdat de planken daar vaak korter zijn toegesneden om rond de opstand te passen, en een kortere plank die krimpt, doet dat over een kortere afstand met dezelfde absolute maat. Een klem die aanvankelijk stevig vastzat, kan na verloop van tijd iets losser komen te liggen in het hout, terwijl de felsbaan erboven door temperatuurwisselingen wel blijft uitzetten en inkrimpen. Precies op de plek waar de plaat al onder spanning staat door het obstakel, is dat de plek waar u het zich merken laat.
De schade die hieruit ontstaat, is meestal niet een lekkage midden op het dakvlak, maar een lekkage die precies bij de schoorsteen begint. Als een klem in te dun of te vochtig hout is gezet, en het hout krimpt vervolgens, ontstaat er speling tussen de klem en de fels. Bij een gewoon dakvlak leidt wat speling in een enkele klem niet meteen tot een probleem, omdat de belasting zich over veel klemmen verdeelt. Rond een schoorsteen, waar de klemmen dichter opeen staan en meer te verduren hebben door de manier waarop het water en de wind zich daar concentreren, telt diezelfde speling zwaarder. Dat is een ander soort zwakke plek dan bij een traditioneel gesoldeerd felsdak, waar een naad bij een schoorsteen kan openscheuren door een verkeerde soldeerverbinding. Hier gaat het niet om de plaat zelf die openscheurt, maar om de ondergrond die onder de klem wegzakt.
In de praktijk komt dit meestal aan het licht bij een dakinspectie een paar jaar na de bouw, wanneer het hout inmiddels is uitgedroogd tot zijn evenwichtsvocht. Een dakdekker die dan een klem rond de schoorsteen natrekt en merkt dat hij met de hand een beetje kan bewegen, weet dat de oorzaak niet in de klem zelf zit maar in het hout daaronder. De oplossing is dan niet de klem vervangen door een zwaardere, maar de plank ter plekke verstevigen of de klem verplaatsen naar een punt waar het hout nog voldoende vastheid biedt. Dat is achteraf lastiger te doen dan tijdens de bouw, omdat de felsbaan er dan al op ligt.
Om deze problemen voor te blijven, is de volgorde van werken rond een schoorsteen anders dan op een regelmatig dakvlak. Waar de aansluiting op de nok, zoals wij uitleggen bij [de nok op houten dakbeschot](/bevestiging/houten-dakbeschot/nok), in één doorgaande lijn kan worden afgewerkt zodra de banen liggen, moet bij een schoorsteen eerst worden vastgesteld of het hout rond de opstand voldoende dik en droog is voordat er één klem wordt gezet. Dat is een controle die u niet overslaat, ook niet als de rest van het dakbeschot er verder goed bij ligt, want de belasting op deze plek is nu eenmaal groter dan gemiddeld. Waar nodig wordt een extra steunlat aangebracht onder de plek waar de banen tegen de schoorsteen worden opgezet, zodat de klemmen daar in vast en droog hout grijpen in plaats van in de rand van een plank die net te dun is uitgevallen.
De blinde bevestiging die bij deze banen wordt toegepast, verandert dus niets aan het feit dat hout de bepalende factor blijft. Er gaat geen schroef door de plaat, maar de klem eronder is voor zijn houvast nog altijd afhankelijk van wat er in het hout gebeurt, en bij een schoorsteen gebeurt daar meer dan op een vlak stuk dak. Wie dat vooraf onderkent en de ondergrond rond de opstand met dat in het achterhoofd voorbereidt, bespaart zich een lekkage die pas jaren later aan het licht komt en dan precies op de plek zit waar hij het lastigst te herstellen is.