Klikzink
Een schoorsteen is anders dan de meeste andere details op een dak. Het is geen rand en geen aansluiting aan de zijkant, maar een obstakel dat midden in het vlak staat en waar het water met volle kracht tegenaan loopt. Al het water dat van boven de schoorsteen komt, moet ergens heen, en de bovenzijde van het metselwerk moet dat water actief uiteen sturen voordat het de zijkanten bereikt. Dat vraagt om een sluitstuk boven de schoorsteen dat het water splitst, en om felsbanen die aan weerszijden netjes langs het obstakel doorlopen zonder dat de klemmen ergens in de weg zitten.
Op een nieuw dak is dat al een precies karwei. Op een bestaand bitumendak komt daar een vraag bovenop die bij nieuwbouw niet bestaat: wat gebeurt er met de laag die er al ligt, en wat zit daaronder. Bij renovatie waarbij het oude bitumen blijft liggen, gaat de klem niet in een schoon, bekend dakbeschot, maar door een pakket dat al jaren dienst heeft gedaan. De doorboring raakt eerst de bitumen laag, dan eventueel een oude isolatielaag, en dan pas het draagvlak. Of dat laatste nog voldoende is om een klem echt vast te houden, is precies de vraag die bij een schoorsteen zwaarder weegt dan elders.
Rond een schoorsteen wordt lokaal meer bevestigingsdichtheid aangebracht dan in een regelmatig vlak. De banen die tegen het obstakel aanlopen, worden ingekort en om de schoorsteen heen geleid, en juist bij die kortere stukken en de aansluitstroken zitten de klemmen dichter bij elkaar. Dat is nodig omdat het water hier niet gelijkmatig over het vlak wegloopt, maar wordt opgestuwd en zijwaarts afgebogen. Een klem die op een normale afstand in het midden van een lange baan prima houdt, moet hier op een kortere afstand een grotere lokale belasting opvangen.
Dat betekent dat precies op de plek waar de meeste klemmen zitten, ook de meeste doorboringen van het oude bitumendak zitten. Bij een dakvlak zonder obstakels is een enkele slecht vastgezette klem meestal een lokaal probleem dat zich niet meteen laat voelen. Bij een schoorsteen, waar het water al onder druk staat door de opstuwing, telt elke klem die niet optimaal vastzit zwaarder mee. Dat is een ander soort risico dan bijvoorbeeld bij het boeiboord op een bestaand bitumendak, waar de bevestiging vooral de rand in de wind moet houden en niet primair grote hoeveelheden opgestuwd water moet verwerken.
De klem onder onze felsbaan wordt vastgezet op het bestaande dakbeschot of op de constructie daaronder, dus door de oude bitumen laag heen. Dat op zich is niet het probleem: bitumen is een dekkende laag, geen dragende, en de doorboring van die laag alleen levert geen zwak punt op zolang het gat verder niet openligt. De vraag die er wel toe doet, is wat er onder die bitumen zit. Is dat nog massief, gezond hout of een plaatmateriaal dat de trekkracht van de klem aankan, dan is er weinig aan de hand. Is het beschot verweekt door jarenlang vochtige plekken onder de bitumen, dan trekt de klem daar niet betrouwbaar in vast, ook al ziet de bovenkant van het dak er nog redelijk uit.
Rond een schoorsteen is die kans op verweking groter dan gemiddeld. Schoorstenen staan bekend als een plek waar bitumen dakbedekking het eerst gaat verouderen, omdat de aansluiting tussen plat vlak en metselwerk een van de moeilijkste stukken is om blijvend dicht te houden. Een dakdekker die hier voor het eerst komt kijken, doet er goed aan juist rond de schoorsteen extra te controleren of het beschot nog vast aanvoelt, in plaats van dat overal op het dak in gelijke mate te doen. Een enkele zachte plek een meter verderop is vervelend, maar een zachte plek precies onder de rij klemmen naast de schoorsteen is een ander verhaal, omdat die rij nu net de plek is waar het meeste water samenkomt.
Bij een gewoon vlak kunnen de banen achter elkaar gelegd worden zonder dat de volgorde veel uitmaakt. Bij een schoorsteen ligt dat anders. Het sluitstuk boven de schoorsteen, dat het water moet uiteen sturen, moet aansluiten op de banen die er al liggen en tegelijk ruimte laten voor de banen die er nog aan toegevoegd worden. Wordt dat sluitstuk te vroeg gemonteerd, dan past de laatste baan er niet meer soepel onder. Wordt het te laat gedaan, dan ligt er een periode een open naad boven het obstakel, precies op de plek waar bij een bui het meeste water samenkomt.
Op een bestaand dak komt daar een tweede volgordevraagstuk bij. Voordat er een klem in de buurt van de schoorsteen wordt gezet, moet duidelijk zijn welk deel van de oude bitumen laag blijft liggen en welk deel rond het obstakel wordt vervangen of extra verstevigd. Wie eerst de hele felsbaan legt en dan pas ontdekt dat het beschot bij de schoorsteen zachter is dan gedacht, moet die banen weer losmaken om bij de klem te kunnen. Het is dus verstandiger om rond een schoorsteen eerst het draagvlak te beoordelen en zo nodig te herstellen, en pas daarna de klemmen en de banen aan te brengen. Dat is precies waarom de bevestiging bij dit obstakel meer voorbereiding vraagt dan bijvoorbeeld bij een rechte dakrand, zoals wij uitleggen bij [de dakrand op een bestaand bitumendak](/bevestiging/bestaand-bitumendak/dakrand).
Een fout bij de schoorsteen laat zich meestal niet direct zien. De klemmen liggen onder de fels, dus een klem die maar half grip heeft in verweekt hout, is van boven niet te onderscheiden van een klem die overal goed vastzit. Het probleem meldt zich pas als er beweging ontstaat: door wind die aan het metselwerk en het dakvlak trekt, of door temperatuurwisselingen waarbij de banen uitzetten en krimpen. Stalen felsbanen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, wat de bewegingen beperkt maar niet wegneemt, en bij een obstakel dat de baan onderbreekt, komt die beweging juist samen op de kortere stukken naast de schoorsteen.
Als een klem daar dan langzaam los begint te trekken uit een te zacht beschot, verschuift de fels net genoeg om een haarscheurtje in de aansluiting te laten ontstaan. Dat is geen gat dat meteen doorlekt, maar een begin dat bij de volgende stevige regen groter wordt. Omdat dit precies op de plek zit waar het water door de opstuwing al onder druk staat, wordt zo'n klein gebrek hier eerder een lek dan op een vlakke plek zonder obstakel. Dat is ook de reden dat bevestigingsfouten bij een schoorsteen zich vaak pas na een seizoen of twee openbaren, wanneer de eerste keer flink is gewaaid en geregend in dezelfde week.
Is het beschot rond de schoorsteen op meerdere plekken zacht, dan is het overtrekken met klikbanen niet de eerste stap. Eerst moet het draagvlak worden herstelddan, of desnoods plaatselijk vervangen, voordat er een klem in gezet wordt die iets moet vasthouden. Een klemsysteem is dan een goede vervolgstap, maar geen vervanging voor die voorbereiding. Wie dat overslaat om tijd te winnen, verplaatst het probleem alleen naar een moment dat het dak al dicht ligt en de schade minder makkelijk te zien is.