Klikzink

De schroef in houten dakbeschot

Onder elke klem die onze felsbanen op hun plaats houdt, zit een schroef. Die schroef is het onderdeel waar het minst over wordt nagedacht en dat het hele dak draagt. Niet de plaat, niet de klem, maar de schroef die in de ondergrond pakt. Bij houten dakbeschot is die ondergrond geschaafde delen of planken op de gordingen, en de vraag is steeds hetzelfde: houdt deze schroef, in dit hout, op deze plek, wat wij ervan verwachten.

Een schroef in hout werkt anders dan een schroef in staal of beton. Er is geen voorgeboord gat met precieze tolerantie, er is vezelstructuur die meewerkt of tegenwerkt afhankelijk van de houtsoort, de dikte van de plank en de richting waarin de schroef invalt. De uittrekwaarde, dus de kracht die nodig is om de schroef weer uit het hout te trekken, hangt direct samen met die factoren. Een schroef die in dik, droog grenen goed pakt, kan in dun, vochtig vurenhout een stuk minder houvast hebben. Dat verschil zit niet in de schroef zelf maar in wat hij te pakken heeft.

Draad, lengte en kop zijn geen vrije keuze

De schroef die op houten dakbeschot wordt gebruikt, heeft een grovere spoed dan bijvoorbeeld een schroef voor een stalen ondergrond. Grovere spoed betekent meer materiaal dat de schroef verplaatst bij het indraaien, en dat is precies wat in hout nodig is om houvast te krijgen. Een schroef met een fijne spoed, gemaakt voor plaatstaal, zal in hout eerder los komen te zitten dan echt vastgrijpen. De lengte moet voldoende zijn om door de klem en door de deklaag heen tot diep in het draagkrachtige deel van de plank te komen, zonder dat de punt aan de onderzijde weer naar buiten komt. Bij een dunne plank is dat een reƫel risico, en dan is niet de schroef het probleem maar de combinatie van schroeflengte en plankdikte die niet bij elkaar past.

De kop van de schroef speelt een kleinere maar niet onbelangrijke rol. Bij blinde bevestiging, waarbij de schroef onder de klem verdwijnt en niet door de plaat zelf gaat, is de kop niet zichtbaar en hoeft hij dus geen esthetische functie te vervullen. Wat hij wel moet doen is voldoende houvast geven aan de klem zodat die niet kan schuiven of kantelen wanneer de plaat bij temperatuurwisseling uitzet en inkrimpt. Een verkeerde kopvorm, of een schroef die te ver of te weinig is aangedraaid, kan die speling in de klem tenietdoen of juist te groot maken.

Wat vochtig hout met de rekensom doet

Het aandachtspunt bij houten dakbeschot is niet de schroef op de dag van plaatsen, maar het hout in de jaren daarna. Vers gezaagd of onvoldoende gedroogd hout krimpt terwijl het opdroogt in de constructie, en dat krimpen gebeurt niet gelijkmatig. Een plank die bij het schroeven nog vochtig was en daarna droogt, kan enkele procenten van zijn dikte en breedte verliezen. Een schroef die op het moment van plaatsen strak vastzat, kan na die krimp in een net iets ruimer gat zitten dan bedoeld, met minder wrijving en dus minder houvast.

Dat is een andere volgorde van problemen dan bij een pluggen of ankers in steenachtig materiaal, waar de ondergrond niet meebeweegt. Bij hout moet de rekensom rekening houden met een ondergrond die zelf nog verandert. Een aannemer die op een bouwplaats werkt met hout dat net is aangeleverd en nog naar vochtigheid ruikt, doet er goed aan zich te realiseren dat de schroeven die vandaag stevig pakken, over een paar maanden minder houvast kunnen hebben dan op het moment van indraaien gemeten werd. Dat is niet iets wat de schroef zelf verkeerd doet, het is de ondergrond die van eigenschap verandert nadat het werk al klaar is.

In de praktijk betekent dit dat de keuze voor droog, gekeurd bouwhout niet alleen een kwestie is van draagkracht op de gording, maar ook van houvast voor elke schroef die er later in gaat. Een dakdekker die twijfelt over de vochtigheid van het beschot, kan beter een dag wachten op droger materiaal dan een dak leggen op een ondergrond die zich de weken daarna nog gaat zetten.

Waar deze schroef niet volstaat

Er zijn situaties waarin de schroef in houten dakbeschot niet de aangewezen oplossing is, hoe correct hij ook is gekozen. Bij dakbeschot dat te dun is voor de beoogde schroeflengte, of bij planken die zichtbaar zijn aangetast door houtworm of vocht, helpt geen schroefkeuze de uittrekwaarde op peil. Dan is het probleem niet de bevestiging maar de ondergrond zelf, en moet die eerst worden vervangen of versterkt voordat er een klikdak op kan. Ook bij oud beschot dat is opgebouwd uit smalle, dunne plankjes zonder veel massa is voorzichtigheid nodig: de schroef mag dan wel indraaien, maar de plank waarin hij zit kan onder belasting alsnog splijten of loskomen.

Deze schroefkeuze is dus wezenlijk anders dan wat nodig is bij andere ondergronden, en dat is precies waarom wij per ondergrond apart kijken naar wat de bevestiging daar moet doen. Bij een volledig systeem op houten dakbeschot, zoals wij bespreken bij [een klikdak op houten dakbeschot](/bevestiging/houten-dakbeschot), komt deze schroef terug als het onderdeel dat de rest van de constructie draagt, en bij randdetails zoals wij uitleggen bij [de aansluiting bij de dakvoet](/bevestiging/houten-dakbeschot/dakvoet) is het net zo goed de schroef in het beschot die bepaalt of de rand op zijn plek blijft, ook onder wind- en regenbelasting die daar geconcentreerd optreedt.

Wie een dak op houten dakbeschot laat leggen, doet er verstandig aan te vragen welke schroef wordt gebruikt en waarom. Niet als controlevraag richting de dakdekker, maar omdat het antwoord iets zegt over hoe goed is gekeken naar de eigen ondergrond. Een schroef die op papier goed is voor houten dakbeschot in het algemeen, is niet automatisch goed voor deze planken, op deze gordingen, met dit vochtpercentage. Dat is geen kwestie van een verkeerd product kopen, het is een kwestie van de schroef laten passen bij het hout dat er daadwerkelijk ligt.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink