Klikzink
Bij elke klikbevestiging is er één onderdeel dat bepaalt of de rest houdt: de schroef die door de klem gaat en de klem aan de ondergrond vastzet. Die schroef krijgt weinig aandacht, want hij is niet te zien zodra de baan erover heen klikt. Maar de lengte, het draadtype en de kop van die schroef bepalen of een klem blijft zitten bij wind, temperatuurwisseling en de jaren die volgen. Bij een betonnen dak is die keuze anders dan bij een houten of stalen ondergrond, en dat komt door het beton zelf.
Beton is massief. Een gewone houtschroef of plaatschroef gaat er niet zomaar in, en dat is maar goed ook: schroeven die rechtstreeks in beton worden gedraaid, hebben een boorgat, een plug en vaak een aanloopmoment nodig dat op een dak vol klemmen niet te doen is. In de praktijk wordt daarom bijna nooit rechtstreeks in het beton geschroefd. Er komt een tussenlaag: een regelwerk van hout of metaal, verankerd in het beton, en de klemmen van de felsbaan worden in dat regelwerk vastgezet. De schroef die u ziet zitten in de klem, gaat dus niet in het beton. Hij gaat in het regelwerk. En daarmee verschuift de vraag: niet welke schroef past in beton, maar welke schroef past in de drager die op het beton ligt, en houdt die drager zelf wel genoeg vast.
Een regelwerk is in feite een raster van liggers, meestal hout, dat op het beton wordt bevestigd en waarop de klemmen voor de felsbanen worden geschroefd. Voor die liggers gebruikt u een ander type schroef of ankerbout dan voor de klemmen zelf. Denk aan een dakrenovatie waarbij een oud bitumendak wordt vervangen door zink of stalen felsbanen: de aannemer legt eerst een regelwerk aan op het beton, verankerd met chemische ankers of slagpluggen die wél voor massieve ondergrond zijn gemaakt, en pas daarna komen de klemmen met een houtschroef in dat regelwerk. Twee schroeven, twee functies. De ene houdt het regelwerk aan het beton, de andere houdt de klem aan het regelwerk. Verwar die twee niet: een plug die geschikt is voor beton zegt niets over de schroef die u in het hout erboven draait, en omgekeerd.
De lengte van de schroef in het regelwerk hangt af van de dikte van de ligger en van hoeveel trekkracht er op de klem komt te staan bij windbelasting. Een te korte schroef zit wel vast, maar heeft weinig hout om zich in te verankeren en trekt bij herhaalde windvlagen los. Een te lange schroef raakt door het regelwerk heen aan het beton, wat op zichzelf niet erg is als de schroef daar niet op steunt, maar wel een teken is dat de maatvoering niet goed is doordacht. Bij een regelwerk van 28 millimeter dik is een schroef die daar net induikt zonder erdoorheen te breken, ruwweg wat u zoekt, maar de exacte maat hangt af van het klemtype en de houtsoort, en die rekensom maakt u samen met de leverancier van de klemmen, niet los daarvan.
Op plekken waar een regelwerk niet praktisch is, komt er in plaats daarvan een directe verankering met pluggen in het beton, bijvoorbeeld bij een enkel bevestigingspunt voor een aansluitprofiel of bij een randafwerking die niet over het hele dakvlak doorloopt. Een plug in beton werkt met frictie of met chemische verankering, en de trekwaarde die zo'n plug aankan, staat niet in verhouding tot het gewicht van de felsbaan zelf, dat is licht, maar tot de windbelasting die via de klem op dat ene punt komt. Een dakrand die los in de wind staat, trekt harder aan zijn bevestiging dan een vlak middenin het dakvlak, en dat is precies waarom bij randdetails zoals wij uitleggen bij [de dakrand op betonnen dak](/bevestiging/betonnen-dak/dakrand) de bevestiging zwaarder wordt uitgevoerd dan in het midden.
Een plug die te kort is voor de belasting, trekt op termijn los uit het beton, meestal niet met een knal maar geleidelijk: een klem die een millimeter speling krijgt, dan twee, tot de fels zichtbaar gaat bewegen bij wind. Dat is een van de weinige nadelen van een dak zonder doorlopende doorboringen: bij een traditioneel dak met veel schroeven door de plaat verdeelt zich de belasting over meer punten, en valt één slechte schroef minder op. Bij een klikdak met klemmen op regelmatige afstand telt elk bevestigingspunt harder mee, en een verkeerd gekozen plug of schroef is dan niet een klein probleem maar de plek waar het dak het eerst beweegt.
De schroef in de ondergrond is nooit het enige dat een klikdak vasthoudt: de klem zelf, de manier waarop de fels erover klikt, en de opeenvolging van banen doen het meeste werk in het verdelen van kracht over het vlak, zoals wij toelichten op de pagina over [een klikdak op betonnen dak](/bevestiging/betonnen-dak). Maar die klem hangt letterlijk aan die eerste schroef of plug, en als die loszit, doet de rest van het systeem er niet meer toe. Daarom is het niet iets om aan het einde van een bestek te regelen. Wie een betonnen dak voorbereidt voor een felsdak, bepaalt eigenlijk al bij de keuze van het regelwerk of de plug, hoe de rest van de bevestiging zich gaat gedragen.
Er zijn ook situaties waarin een regelwerk niet de juiste keuze is, ook al is beton de ondergrond. Bij een dak met veel doorvoeren of opstanden, waar toch al een aaneengesloten regelwerk lastig aan te leggen is, kan het voordeliger zijn om lokaal te werken met puntankers per klem, zonder doorlopende liggers. Dat vraagt wel dat elke plug afzonderlijk correct wordt gezet, wat meer boorwerk is maar minder hout. Omgekeerd, bij een groot vlak zonder veel obstakels, is een doorlopend regelwerk vaak sneller te leggen en gelijkmatiger te belasten, omdat de schroeven dan in hout zitten dat zelf weer over de volle breedte aan het beton is verankerd.
Een schroef die goed in een regelwerk zit, houdt decennia, maar dat regelwerk moet dan wel zelf goed aan het beton hangen, en dat is een detail dat nog voor de eerste felsbaan wordt gelegd, niet nadat het dak al dicht is.