Klikzink

De schroef in de ondergrond bij een gevel

Onder elke klem die onze felsbanen op hun plaats houdt, zit een schroef. Die schroef zelf leveren wij niet standaard bij de baan, want welke schroef goed is hangt af van de ondergrond waar hij in moet, en die ondergrond verschilt van gebouw tot gebouw en van dak tot gevel. Toch is het precies dit onderdeel waar de hele bevestiging op staat of valt. De klem is bij ons altijd hetzelfde stuk, gemaakt om de fels van 35 mm vast te pakken zonder dat er een gat door de plaat gaat. Maar die klem hangt op zijn beurt aan een schroef die in hout, in staal of in beton moet grijpen, en dat is waar de rekensom uit elkaar kan vallen als er niet goed over is nagedacht.

Op een dak ligt een felsbaan. Het gewicht van de plaat, de sneeuwbelasting, het water dat erover stroomt: dat drukt allemaal naar beneden, en de bevestiging houdt de baan vooral op zijn plek tegen wind die eraan trekt. Bij een gevel is de situatie omgekeerd. De baan hangt. Het gewicht van vijf kilo per vierkante meter werkt niet meer als een last die op de ondergrond rust, maar als een last die aan de bevestiging trekt, van de eerste dag dat de gevel klaar is tot de laatste dag dat hij er nog hangt. Een schroef die op een dak jarenlang prima had gehouden, kan op een verticale gevel na een paar jaar iets gaan verzakken, met een baan die millimeter voor millimeter naar beneden zakt en een fels die niet meer helemaal recht aansluit op de volgende.

Waar de schroef in moet

De ondergrond bepaalt de schroef, niet de plaat. Op een houten regelwerk werkt een houtschroef met voldoende draadlengte om in het hart van de regel te grijpen, niet in het randje ervan. Bij een gevel met een damwandprofiel als ondergrond, iets wat bij nieuwbouw regelmatig voorkomt, moet de schroef door de damwand heen in de stalen constructie daarachter grijpen, en dan telt de dikte van dat staal mee in de keuze voor de schroefpunt. Bij een gemetselde gevel met een spouwconstructie zit er vaak een houten regelwerk of een aluminium profiel tussen de klikzink beplating en de muur, en grijpt de schroef daarin, niet in het metselwerk zelf. Op beton, wat bij utiliteitsbouw voorkomt, is weer een ander type nodig, met een ander boorgat en een andere manier van voorboren.

De fout die het vaakst gemaakt wordt is een schroef die lang genoeg is om ergens houvast te vinden, maar niet in het juiste materiaal. Een schroef die net de rand van een houten regel raakt, houdt op de korte termijn evengoed als een schroef die er goed in zit. Het verschil merk je pas na een paar jaar, wanneer de regel iets is gaan werken door temperatuurwisselingen en de schroef zijn houvast langzaam verliest. Op een gevel is dat erger dan op een dak, omdat de last op de bevestiging bij een gevel voortdurend aanwezig is, en niet zoals op een dak grotendeels wegvalt zodra er geen sneeuw ligt.

Wind trekt anders dan hij drukt

De wind speelt bij een gevel een andere rol dan bij een dak. Op een dak drukt de wind vaak, met een onderdruk die aan de randen het hardst trekt, zoals wij uitleggen bij de dakrand op een gevel in plaats van een dak. Op een verticale gevel trekt de wind rechtstreeks aan het vlak, over de volle hoogte van de baan, en dat is een andere krachtrichting dan waar een dakbevestiging op is berekend. Een schroef die op een dak voldoende is om lokale windbelasting op te vangen, kan op een gevel met dezelfde windsnelheid een groter deel van de belasting te verwerken krijgen, simpelweg omdat er op een gevel geen ondergrond is die meehelpt door het gewicht van de plaat te dragen.

Dit is ook de reden dat het aantal klemmen per vierkante meter bij een verticale toepassing vaak hoger ligt dan bij een dak met een vergelijkbare oppervlakte, en dat de tussenafstand van de schroeven kleiner wordt gehouden naarmate de gevel hoger is. Bij een laag bijgebouw van twee meter hoog is de bovenkant van de baan nog relatief dicht bij een steunpunt. Bij een gevel van een bedrijfshal die tien meter reikt, hangt het onderste stuk van de baan zijn volledige lengte aan de bevestiging, en telt elke schroef in die lengte mee in wat het geheel draagt.

Uitzetting werkt tegen de schroef, niet met hem mee

Staal zet minder uit dan zink, ongeveer de helft, maar het zet nog steeds uit, en bij een verticale baan gebeurt dat over de volle lengte naar beneden. Op een dak kan een baan bij uitzetting nog een beetje bewegen ten opzichte van de ondergrond zonder dat dat meteen een probleem is, omdat het gewicht van de plaat op de ondergrond rust en de klem vooral zijwaartse beweging opvangt. Bij een gevel werkt diezelfde uitzetting in de richting waarin de schroef al onder trek staat. Een lange verticale baan die in de zomer een paar millimeter langer wordt, oefent die beweging uit op de onderste bevestigingspunten, en als de schroef daar niet voor is gedimensioneerd, is dat precies de plek waar op termijn iets loslaat.

Daarom wordt bij lange verticale banen vaak met een vast punt en een aantal glijdende punten gewerkt: één plek waar de baan echt vastzit, en de rest van de klemmen die de baan dragen maar een beetje mee laten bewegen. Welke schroef daar bij past, hangt weer af van of het een vast punt is of een glijdend punt, want een vast punt moet de volledige trekkracht van de hele baan aankunnen, terwijl een glijdend punt vooral zijwaartse stabiliteit geeft.

Waar dit misgaat, en waar het geen probleem is

De meest voorkomende fout is niet de schroef zelf, maar de aanname dat een schroef die op tien gevels heeft gewerkt, ook op de elfde werkt. Een oude spouwmuur met een regelwerk dat al twintig jaar buiten hangt, heeft ander hout dan een nieuw regelwerk dat nog moet krimpen. Een schroef die in vers hout perfect grijpt, kan in verweerd hout minder houvast vinden, en dat is iets wat je pas ziet als je het regelwerk daadwerkelijk bekijkt, niet iets wat je van tekening kunt aflezen.

Op een lage gevel, tot een paar meter hoog, met een goede ondergrond en een normale windbelasting, is dit geen ingewikkeld vraagstuk. De schroef die voor die situatie past is bekend en de marge is ruim. Het wordt pas een punt van aandacht bij hoogte, bij een lastige ondergrond zoals een dunwandig damwandprofiel, of bij een locatie met veel windbelasting. In die gevallen is het geen kwestie van een iets langere schroef nemen, maar van opnieuw kijken naar wat de ondergrond werkelijk is en wat daar voor nodig is, iets waar wij op tekening in meedenken zonder dat dat u iets kost.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink