Klikzink
Bij een klikdak zit de fels niet vast met een zichtbare schroef door de plaat, maar met een klem die onder de opstaande rand grijpt. Die klem wordt op zijn beurt vastgezet aan de ondergrond, en op houten dakbeschot gebeurt dat met een schroef die in het hout zelf pakt. Daar zit meteen het verschil met andere ondergronden: de klem is overal hetzelfde stukje metaal, maar wat hem vasthoudt hangt hier volledig af van het hout eronder.
De klem is een langwerpig strookje verzinkt staal met een opstaande lip. Die lip schuift onder de fels van de ene baan en wordt aan de bovenkant overlapt door de fels van de volgende baan, die er weer overheen klikt. Zo ontstaat de verbinding die de banen op hun plaats houdt zonder dat er een gaatje in het zichtvlak van de plaat komt. Wat u ziet als u op een afgewerkt dak staat, is alleen de fels zelf; de klem en de schroef zitten daar volledig onder verscholen. Dat is het principe dat we op de hoofdpagina over [een klikdak op houten dakbeschot](/bevestiging/houten-dakbeschot) verder toelichten voor de opbouw als geheel; hier gaat het puur om dat ene onderdeel, de klem, en hoe hij zich gedraagt op deze specifieke ondergrond.
Op houten dakbeschot, meestal geschaafde delen of underlayment op de gordingen, wordt de klem vastgezet met een schroef die rechtstreeks in het hout draait. Er is geen metalen gording om in te grijpen, geen staalplaat waar een zelfborende punt doorheen moet. Het is gewoon een schroef in hout, zoals u die uit talloze andere klussen kent, en juist daardoor is de uittrekwaarde direct afhankelijk van waar die schroef in zit.
Een schroef in dik, droog naaldhout van goede kwaliteit trekt aanmerkelijk meer kracht voor hij loslaat dan dezelfde schroef in een dunne plaat OSB of in zachte, vochtige planken. De houtsoort, de dikte van het beschot en de conditie van het hout op het moment van schroeven bepalen samen hoeveel houvast de klem daadwerkelijk heeft. Dat is iets anders dan bij een ondergrond van staal, waar de plaatdikte en de staalkwaliteit vooraf vaststaan en nauwelijks variƫren. Hout is nooit helemaal gelijk, en dat merkt u pas als het misgaat.
In de praktijk betekent dit dat de aannemer die het beschot legt en de dakdekker die de klemmen erop schroeft, eigenlijk van elkaar afhankelijk zijn zonder dat er vooraf over gesproken wordt. Is het beschot te dun gekozen, of is er goedkoop, zacht hout gebruikt om kosten te besparen, dan zit de dakdekker met een ondergrond waar de schroef wel in gaat maar niet stevig genoeg vastzit. Dat zie je er niet aan af tijdens het schroeven zelf; de schroef draait erin en voelt aan als vast, maar de werkelijke houvast blijkt pas als er iets aan trekt, zoals windbelasting op een bewegend dakvlak.
Het aandachtspunt dat echt bij deze ondergrond hoort, is vocht. Hout dat op het moment van schroeven nog vochtig is, bijvoorbeeld omdat het net gelegd is en nog niet heeft kunnen drogen onder een dak dat al dicht is, krimpt naderhand. Dat krimpen gebeurt niet gelijkmatig over de hele plank en niet in elke richting evenveel; hout werkt dwars op de vezelrichting sterker dan in de lengte. Een schroef die in vochtig hout stevig vastzat, kan na een paar maanden drogen in een iets ruimer gat staan dan toen hij erin ging.
Het resultaat is niet dat de klem meteen loslaat. Het resultaat is dat de houvast langzaam minder wordt, terwijl het dak er aan de buitenkant precies zo bij ligt als op de dag van opleveren. Dat maakt dit een sluipend probleem in plaats van een acuut probleem, en dat is precies waarom het de moeite waard is om er bij de bouw al rekening mee te houden. Een aannemer die weet dat het beschot nog niet helemaal is uitgedroogd, kan ervoor kiezen iets zwaardere of langere schroeven te gebruiken, of te wachten tot het hout een geschikt vochtpercentage heeft bereikt voor hij de klikbanen erop laat leggen. Op andere ondergronden speelt dit gewoon niet; een stalen gording zet niet uit door vocht, en daar is de uittrekwaarde van de eerste dag ook de uittrekwaarde van jaren later.
Bij een traditioneel dak met zichtbare schroeven door de plaat zit het risico bij de doorboring zelf: daar waar de schroef door het zink of het staal gaat, kan op termijn een lekpad ontstaan als de afdichting rond die schroef verslechtert. Bij een klikdak is dat risico er niet, want er gaat geen schroef door de fels zelf. Maar daarmee is de bevestiging niet vrij van eigen zwakke plekken; het risico is alleen verplaatst naar de klem en zijn houvast in de ondergrond.
Op houten dakbeschot betekent dit dat de kwaliteit van de bevestiging niet af te lezen is aan het zichtvlak van het dak. Een dak met verzwakte klemschroeven ziet er van bovenaf precies zo uit als een dak waar alles nog stevig vastzit, tot het moment dat er daadwerkelijk aan getrokken wordt door windbelasting. Dat is een andere manier van falen dan een lekkend schroefgat, en het vraagt om een andere manier van voorkomen: niet om afdichting rond een gat, maar om een goede keuze van houtdikte, houtsoort en droogtijd voordat er geschroefd wordt.
Dit raakt ook aan andere onderdelen van het dak waar de klem een rol speelt, zoals bij [de aansluiting op de dakvoet](/bevestiging/houten-dakbeschot/dakvoet), waar de belasting op de onderste klemmen wat anders ligt dan in het vlak van het dak zelf. Het principe van de schroef in het hout blijft echter overal hetzelfde: de houvast is nooit beter dan het hout waarin hij zit.
Op een dak met goed gedroogd, voldoende dik beschot van een fatsoenlijke houtsoort is dit geen probleem dat zich in de praktijk voordoet; duizenden klikdaken liggen al jaren op precies zo'n ondergrond zonder dat er iets aan de klemmen te merken is. Het punt waar we op willen wijzen is dat dit resultaat niet vanzelf komt bij elke houten ondergrond. Bij nieuwbouw waar het hout net gelegd is en het dak snel dicht moet, of bij renovatie waar het bestaande beschot al jaren blootgesteld heeft gestaan aan wisselend vocht, is het verstandig om vooraf te laten checken of de houtdikte en de conditie van het hout passen bij het aantal klemmen en de belasting die ze moeten opvangen. Dat is geen kwestie van het klikdak zelf, maar van de ondergrond waarop het rust, en die keuze ligt uiteindelijk bij wie het beschot aanbrengt, niet bij wie de banen erop klikt.