Klikzink

De dakkapel op houten dakbeschot

Een dakkapel doorbreekt het dakvlak, en dat betekent dat de felsbanen op vier plekken tegelijk iets moeten met die onderbreking. Aan de onderkant van de dakkapel loopt een aansluiting op het voorschot, aan beide zijden een aansluiting op de zijwangen, en boven de kapel moet het water dat van het hoofdvlak afkomt weer netjes om de kapel heen worden geleid. Op een vlak dakvlak zonder onderbrekingen is de indeling van de banen een kwestie van de breedte van het dak delen door de werkende breedte van de baan. Rond een dakkapel is dat rekenwerk anders: de banen die de kapel raken, worden korter, er komen inkortingen en aansluitstukken bij, en de klemmen op die kortere stroken moeten net zo goed pakken als op een volle lengte.

De ondergrond onder dit alles is bij een dakkapel meestal hetzelfde als op de rest van het dak: geschaafde delen of aaneengesloten planken op de gordingen. De schroef waarmee de klem wordt vastgezet, pakt in dat hout, en hoeveel kracht die schroef kan houden voordat hij loskomt, hangt af van de houtsoort en de dikte van de planken. Bij een dakkapel komt daar een praktisch punt bij: rond de zijwangen en het voorschot is de opbouw vaak dunner uitgevoerd dan op het hoofdvlak, omdat de kapel als aparte constructie is opgetrokken en de timmerman daar met minder ruimte heeft gewerkt. Een klem die op het hoofdvlak in dik, droog beschot zit, kan bij de kapel zelf in een dunnere plank terechtkomen. Dat is het moment waarop wij vragen om even te controleren of de plaatdikte daar voldoende is voor een goede schroefverbinding, in plaats van aan te nemen dat de opbouw overal gelijk is.

Vocht is bij een dakkapel een net iets ander verhaal dan op een vlak dakvlak. Rond de kapel liggen vaak meer naden, meer aansluitingen en meer plekken waar bouwvocht kan blijven hangen voordat het dak wordt afgewerkt. Hout dat tijdens de bouw vochtig is opgeleverd en later droogt, krimpt, en een schroef die in vers hout goed vastzit, kan na het krimpen van dat hout wat van zijn grip verliezen. Bij de rechte vlakken van een dak valt dat door de gelijkmatige opbouw minder op. Rond een dakkapel, waar de aansluitingen al kwetsbaar zijn door de vorm, is een licht loszittende schroef eerder een zwakke schakel. Daarom raden wij aan om bij dakkapellen extra op te letten of het hout droog genoeg is voordat de banen worden gelegd, zeker rond de zijwangen waar de planken vaak wat later in de bouw zijn geplaatst dan het hoofdvlak.

Onze banen klikken in elkaar over een klem die onder de fels verdwijnt, en die klem wordt met schroeven op het beschot vastgezet, niet door de plaat heen. Rond een dakkapel is dat een voordeel dat verder gaat dan alleen het aanzien. Bij een dak dat met schroeven door de plaat wordt bevestigd, zit elke doorboring op een vaste plek in het vlak, en rond een dakkapel liggen die doorboringen dicht bij de kwetsbare hoeken van de zijwangen en het voorschot. Bij onze bevestiging ligt de klem onder de baan, en de plaat zelf blijft dicht. Dat verplaatst het zwakke punt: niet de doorboring in de plaat is dan het risico, maar de kwaliteit van de klemverbinding in het hout eronder en de manier waarop de banen rond de kapel zijn ingedeeld en aangesloten.

De indeling rond een dakkapel vraagt om vooraf tekenwerk, niet om ter plekke passen. Wij denken op tekening mee over hoe de banen om de kapel heen het beste kunnen worden verdeeld, zodat de inkortingen op een logische plek vallen en niet net op de hoek van de zijwang waar de klem het minst ruimte heeft. Dat kost niets, en het scheelt op de bouw een hoop puzzelen met stukken plaat die net niet passen. Onze banen worden op de millimeter afgekort geleverd, van 450 tot 8000 millimeter, en rond een dakkapel is dat precies waar die maatwerklevering zijn waarde laat zien: de korte stroken naast de kapel hoeven niet op de bouwplaats te worden ingekort, ze komen al op maat aan.

Een ander verschil met een dak zonder onderbrekingen is de uitzetting. Onze banen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, en dat is op een vlak dakvlak een rustig, voorspelbaar proces waarbij de klemmen de plaat laten bewegen zonder dat er spanning ontstaat. Rond een dakkapel liggen de banen korter en zitten er meer aansluitpunten dicht bij elkaar. Kortere stukken zetten in absolute zin minder uit dan lange baan, maar de kans dat een korte baan tegen een vaste aansluiting op het voorschot of de zijwang aan loopt, is groter omdat er minder speling in de lengte overblijft. Bij de indeling houden wij daarom rekening met voldoende ruimte tussen het einde van een baan en een vast aansluitpunt, zodat de uitzetting van het materiaal niet tegen een dichte hoek aan loopt.

Waar het bij een fout misgaat, is meestal niet bij de klem zelf maar bij de volgorde waarin rond de kapel wordt gewerkt. Als de banen op het hoofdvlak worden gelegd zonder dat eerst is vastgesteld hoe de aansluitingen bij de kapel precies vallen, ontstaat het risico dat de laatste baan voor de kapel net te breed of te smal wordt om nog netjes aan te sluiten. Dat is oplosbaar, maar het kost tijd op de bouw en leidt tot inkortingen die niet gepland waren. Wij adviseren daarom om de indeling rond een dakkapel als eerste vast te leggen, en van daaruit terug te rekenen naar de rest van het vlak, in plaats van van de dakrand naar de kapel toe te werken en pas bij de kapel te ontdekken dat de maten niet uitkomen.

Een tweede foutbron ligt bij de klem in dunner hout. Als een klem bij de zijwang van de kapel op een plek terechtkomt waar het beschot merkbaar dunner is dan op het hoofdvlak, kan de schroef minder grip krijgen dan bedoeld. Dat is met het blote oog niet altijd te zien nadat de baan al ligt, en het is dus een controle die vooraf moet gebeuren, tijdens het leggen van het beschot of net voor het monteren van de eerste klemmen rond de kapel. Wie dat punt overslaat, merkt het pas jaren later, als een klem bij wind wat speling krijgt op precies de plek waar de constructie door de vorm van de kapel al het meest wordt belast.

De zijwangen en het voorschot van een dakkapel op houten dakbeschot vragen dus vooral om twee dingen: een indeling die vooraf is doorgerekend zodat de banen rond de kapel logisch aansluiten, en een controle van de houtdikte op die specifieke plekken zodat de klem daar even goed vastzit als op het hoofdvlak. Wie dat wil laten meedenken, kan het detail rond de kapel op tekening aan ons voorleggen.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink