Klikzink
Een aannemer die net een dak heeft geïnspecteerd, wil vaak één ding weten voordat er wordt gerekend: kan het oude stalen dak blijven liggen, of moet dat er eerst af. Bij een bestaand dak van damwand- of trapeziumplaat is het antwoord meestal ja, met een aantekening die het waard is om vooraf te kennen, want de ondergrond bepaalt hier meer dan bij een nieuw dak op gordingen of op houten beschot.
Het verschil met nieuwbouw zit in wat er onder de klem zit. Op een nieuw dak wordt de stalen dakplaat vaak in één moment mee ontworpen: profieldiepte, boutpatroon en draagconstructie zijn op elkaar afgestemd. Bij een bestaand dak ligt die plaat er al, soms tien of twintig jaar, en heeft die tijd zijn sporen achtergelaten. De coating kan dof of licht aangetast zijn, de schroeven die de plaat aan de gording vastzetten kunnen los zitten, en de plaat zelf kan op plekken iets vervormd zijn door eerder betreden of door sneeuwbelasting. Onze klem raakt die geschiedenis niet rechtstreeks, want hij doorboort de bestaande plaat niet, maar hij vertrouwt wel op het feit dat die plaat op zijn plek blijft liggen.
Onze felsbanen worden blind bevestigd: er gaat geen schroef door de zichtbare plaat, de klem grijpt onder de fels. Dat is precies waarom een bestaand dak in aanmerking komt. Bij een traditioneel systeem dat wél doorschroeft, moet elke doorboring in de oude plaat een schroefpunt vinden dat nog draagt, en bij een dak dat al twee decennia meegaat is dat niet overal een gegeven. Onze klem hoeft dat schroefpunt niet te zoeken in de oude plaat zelf; hij steunt op de bovenzijde van het profiel en wordt daar vastgezet, meestal met een schroef die wél door het profiel gaat maar dan gericht in de gording of in een sandwichkern, afhankelijk van de opbouw. Dat is een ander soort doorboring dan die waar de oude plaat als drager voor moet dienen, en dat scheelt in het aantal punten waar we van de staat van het oude staal afhankelijk zijn.
Wat we op de bouw wel altijd controleren, is of de bovenflens van het damwand- of trapeziumprofiel nog vlak genoeg is om de klem een goed contactvlak te geven. Een plaat die op de top van het profiel is ingedeukt door jarenlang lopen tijdens onderhoud, geeft de klem geen gelijkmatige aanlegging meer. Dat is geen kwestie van sterkte van het materiaal, maar van geometrie: de klem moet overal even hoog steunen, anders komt de fels scheef te staan en werkt de klik niet zoals bedoeld. Bij een dak dat er verzorgd bij ligt is dat zelden een probleem; bij een dak dat we alleen van de grond hebben gezien, is dat precies waarom we liever een keer boven komen kijken voordat we een bestelling op maat laten walsen.
Damwand- en trapeziumplaat is dun staal, vaak tussen de 0,5 en 0,8 millimeter, gekozen om te overspannen en niet om zwaar te zijn. Dat is anders dan een houten beschot, dat vlakker en stijver aanvoelt onder de klem. Op dun stalen plaat gedraagt de bevestiging zich net iets anders bij wind en bij temperatuurwisseling. Onze banen zetten ongeveer half zoveel uit als een zinken dak zou doen, en dat is bewust zo gekozen zodat de klem die beweging kan opvangen zonder dat de fels los gaat trekken. Bij een dikkere, stijvere ondergrond geeft dat weinig te merken. Bij een dunne stalen plaat, die zelf ook een beetje meebeweegt bij wind of bij het opwarmen in de zon, komt er een tweede laag beweging bovenop de eerste. In de praktijk merken we dat niet als een probleem voor de klem zelf, die is erop gebouwd om die uitzetting op te vangen, maar het is wel de reden dat we bij een bestaand dak altijd vragen naar de dikte en de golfhoogte van het onderliggende profiel voordat we het aantal klemmen en de tussenafstand vastleggen. Een te dun profiel met een te grote golfhoogte kan onder wind meer meetrillen dan we willen, en dat is precies waar we in het voortraject naar kijken, niet achteraf.
Het eerlijke antwoord is dat een bestaand dak nooit helemaal gelijk is aan een nieuw dak, en dat mag ook gezegd worden. Bij nieuwbouw kiezen we het onderliggende profiel mee uit met het oog op onze klem: profieldiepte, plaatdikte en boutraster liggen dan vast voordat de eerste baan gewalst wordt. Bij een bestaand dak nemen we die ondergrond zoals hij is, met de geschiedenis die erbij hoort. Dat betekent dat we op een bestaand dak vaker een extra inspectieronde inplannen, vaker een proefstuk leggen voordat de rest van de levering wordt bepaald, en soms een iets kleinere tussenafstand tussen de klemmen aanhouden dan we bij nieuwbouw zouden doen. Dat is geen kwestie van minder vertrouwen in het systeem, maar van meer onbekende factoren in de ondergrond die we willen compenseren voordat het dak dicht is.
Er zijn ook situaties waarin we afraden om op de bestaande plaat te blijven werken. Als de bovenflens van het profiel op meerdere plekken is doorgeroest, of als de bevestiging van de oude plaat aan de gording zelf al loszit, dan geeft de nieuwe klembevestiging geen garantie die de onderliggende constructie niet kan waarmaken. In dat geval is het geen kwestie van een andere klemafstand, maar van eerst de drager herstellen of vervangen, en pas dan verder rekenen. Dat is dezelfde reden waarom we bij een dakrand of een gevelaansluiting op stalen dakplaat, zoals wij uitleggen bij [de gevelaansluiting op stalen dakplaat](/bevestiging/stalen-dakplaat/gevelaansluiting), altijd kijken naar wat er precies achter de plaat zit voordat we een oplossing vastleggen.
Voor een aannemer die een offerte moet maken, komt dit neer op één extra stap die bij nieuwbouw niet nodig is: een opname van de bestaande plaat voordat de banen op maat worden besteld. Wij denken daarin mee op tekening, zonder kosten voor dat meedenken, en werken het liefst met foto's van de bovenflens en een paar matenopnames van de golfdiepte. Daarmee kunnen we vooraf zien of de standaard tussenafstand voor de klemmen kan worden aangehouden, of dat we die verkleinen om de trilling van het dunnere staal op te vangen. Dat is precies het soort detail dat ook terugkomt bij een aansluiting op een schoorsteen of een dakdoorvoer, waar de plaat rond een obstakel wordt onderbroken en de klem net iets anders moet worden gepositioneerd dan op een vlak deel van het dak, zoals ook geldt bij [de dakdoorvoer op stalen dakplaat](/bevestiging/stalen-dakplaat/dakdoorvoer).
Kortom, of klikzink over een bestaand stalen dak kan, hangt niet af van het feit dat het dak al stalen dakplaat is, dat is juist gunstig omdat het profiel al een herkenbare drager vormt. Het hangt af van de staat van dat profiel op dit moment: vlak genoeg, stijf genoeg, en zonder verborgen roest op de plekken waar de klem straks moet steunen. Wij komen dat het liefst een keer bekijken voordat we iets op maat laten walsen, zodat de tussenafstand van de klemmen past bij wat er onder de plaat werkelijk aan draagkracht over is.