Klikzink
Staal wordt langer als het warm wordt. Een baan van zes meter op een zonnig dakvlak zet meetbaar uit, en bij afkoeling krimpt hij weer terug naar zijn oorspronkelijke lengte. Dat gebeurt elke dag opnieuw, en een dak dat dertig jaar meegaat, maakt die beweging duizenden keren. Onze stalen felsbanen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, maar nul is het niet. Bij een klikdak zit die beweging in het systeem ingebouwd: de klem onder de fels is er niet om de plaat vast te zetten, maar om hem te laten bewegen zonder dat hij loskomt of gaat golven.
Op elke baan zit één vaste klem, meestal halverwege of bij het beginpunt van de legrichting. Die klem legt de baan op zijn plek en is het punt waar de plaat niet vandaan kan. Alle andere klemmen op diezelfde baan zijn schuifklemmen: ze houden de fels op zijn plaats in de breedte, maar laten de plaat in de lengte vrij bewegen. Zet de plaat uit door de zon, dan schuift het materiaal een fractie over die schuifklemmen heen, vanaf het vaste punt naar beide kanten toe. Koelt de plaat af in de nacht, dan schuift hij terug.
Dit werkt alleen als de klem waar hij op vastzit ook meebeweegt, of juist niet, precies zoals bedoeld. Zit een klem te strak vastgeschroefd op de ondergrond, of is de ondergrond zelf te stijf om de kleine beweging van de klem toe te staan, dan gaat de kracht ergens anders heen. Meestal naar de plaat zelf, die dan begint te golven op plekken waar hij nergens heen kan. Een golf in een felsbaan is dus vaak niet een gebrek aan het staal, maar een teken dat de beweging ergens is vastgelopen.
OSB-plaat is een houten plaatmateriaal, opgebouwd uit houtspaanders die met lijm onder druk zijn samengeperst. Het wordt veel gebruikt bij nieuwbouw en is goedkoper dan multiplex, wat het een gangbare keuze maakt onder dakbedekking. Voor de klemmen van een klikdak is de ondergrond waarop ze bevestigd worden mede bepalend voor hoe goed die vaste en schuivende beweging standhoudt.
De uittrekwaarde van een schroef in OSB ligt lager dan in multiplex. De plaat is samengesteld uit spaanders in plaats van hele houtlagen, en dat geeft minder houvast rond een schroefdraad, vooral als die schroef precies in een zone met kleinere spaanders valt. Bij de vaste klem, die de trekkracht van de hele uitzetting van de baan moet opvangen, is dat een reëel punt van aandacht. Een vaste klem die op multiplex ruim voldoende houvast heeft, kan op OSB net onder de marge zitten die nodig is om de baan echt op zijn plek te houden. Wij werken dat in de praktijk weg met meer schroeven per klem of een kortere tussenafstand tussen de klemmen, zodat de belasting over meer bevestigingspunten verdeeld wordt. Dat is een kwestie van uitvoering, niet van het systeem aanpassen, maar het betekent wel dat de opbouw op OSB iets nauwkeuriger moet gebeuren dan op een stijvere ondergrond.
Het tweede punt waar OSB gevoeliger is dan multiplex, ligt niet bij de schroef zelf maar bij de rand van de plaat. OSB neemt vocht makkelijker op aan de randen dan in het vlak, en die vochtopname zorgt voor zwelling die niet gelijk verdeeld is over de plaat. Een paneelrand die een tijd vocht heeft getrokken, bijvoorbeeld tijdens de bouwfase voordat de dakbedekking eropligt, kan een paar millimeter dikker zijn geworden dan het midden van de plaat. Dat merkt u niet aan de klem zelf, die zit gewoon vast, maar u merkt het aan de manier waarop de baan erboven ligt. Een oneffenheid in de ondergrond komt door de dunne stalen plaat heen zichtbaar, zeker bij een vlakke uitvoering zonder verstijvingsril of micro-lines.
Dit is een reden waarom de aansluiting tussen platen, de kierbreedte en de afwerking van de randen bij OSB net iets meer aandacht vragen dan bij multiplex. Niet omdat het systeem daar anders op reageert, maar omdat de ondergrond zelf minder stabiel is op precies de plek waar twee platen elkaar raken. Een dakdekker die dit weet, houdt bij de opbouw rekening met een kleine dilatatieruimte tussen de platen, zodat zwelling daar wordt opgevangen in plaats van in de plaat zelf.
Als u de keuze heeft tussen multiplex en OSB onder een klikdak, is het eerlijk om te zeggen dat multiplex hier de stabielere ondergrond is. De hogere uittrekwaarde geeft de vaste klem meer marge, en de plaat reageert minder uitgesproken op vocht aan de randen. Dat betekent niet dat OSB ongeschikt is: het wordt op grote schaal onder felsdaken gelegd en dat gaat in de praktijk goed, mits de bevestiging van de klemmen daarop is afgestemd en de plaat droog blijft voordat de dakbedekking erop ligt. Maar wie kiest voor OSB omdat het goedkoper is, moet dat verschil in stabiliteit niet wegrekenen tegen de besparing op het plaatmateriaal. De iets ruimere klemafstand of extra schroef die nodig is om de vaste klem voldoende houvast te geven, kost ook geld, en het weegt lang niet altijd op tegen wat OSB scheelt ten opzichte van multiplex.
Er is nog een praktisch punt: OSB dat tijdens de bouw een regenbui of twee heeft gehad voordat het dak dicht kon, zwelt aan de randen op een manier die je er later, onder de felsbanen, niet meer zomaar uit krijgt. Bij multiplex is die gevoeligheid kleiner. Als de bouwvolgorde op uw project met enige onzekerheid gepaard gaat, bijvoorbeeld omdat de dakdekker pas een paar weken na het leggen van de platen aan de beurt is, is dat een reden om multiplex te overwegen ondanks de hogere kostprijs.
Wat dit voor de aansluitingen betekent, van nok tot dakraam tot schoorsteen, verschilt per detail en staat per onderdeel elders beschreven. Hier gaat het om het vlak zelf: de beweging van de plaat door temperatuur, en hoe de ondergrond eronder die beweging al dan niet soepel laat verlopen. Op OSB is dat te doen, maar het vraagt om een bevestiging die net iets preciezer is afgestemd dan op een stijvere plaat, en om droge platen voordat de eerste baan wordt gelegd.