Klikzink
Bij een gesoldeerd felsdak betekent schade aan één baan meestal schade aan een deel van het dak. De naden zitten vast aan elkaar, de baan zit vast aan de ondergrond, en om er één los te krijgen moet er vaak meer open dan alleen die ene strook. Bij een geklikt dak ligt dat anders, omdat elke baan op zichzelf in de klemmen hangt en niet aan de buurbanen is gesoldeerd. Dat is precies waarom deze vraag apart een antwoord verdient voor de ondergrond waar het hier om gaat: een damwand- of trapeziumplaat als drager, met de klemmen erin bevestigd op dun staal. Dat verandert wat u loskrijgt, wat u vastzet, en wat er misgaat als u het niet goed doet.
Onze felsbanen zitten niet aan elkaar gesoldeerd of gelast. Elke baan heeft aan beide zijden een haaks opstaande fels van 35 mm, en die klikt over de klem die eronder zit. Er loopt geen doorlopende verbinding over de volle lengte van het dak die u eerst zou moeten doorbreken. Dat betekent dat u in theorie bij één baan kunt beginnen en die kunt loshalen zonder de rest van het dakvlak aan te raken. In de praktijk zit er wel een volgorde aan vast, en die volgorde is de reden waarom "één baan vervangen" op een schuin dak zelden ook echt maar één baan blijkt te zijn.
De banen liggen namelijk in een vaste leglijn, van de ene rand naar de andere, en elke baan grijpt met zijn fels in de klem van de baan ernaast. Om baan nummer twaalf eruit te halen, moet u eerst de klik van baan dertien losmaken, want die overlapt de fels van twaalf. Zodra dertien los is, kunt u twaalf uit de klemmen tillen. Daarna zet u dertien terug, en pas dan de nieuwe baan twaalf. Bij een dak van, zeg, dertig banen naast elkaar betekent dit dat u er praktisch twee loshaalt om er één te vervangen: niet omdat het systeem dat eist, maar omdat de fels van de buurbaan letterlijk over de beschadigde baan heen valt.
Op een houten dakbeschot zit de klem met een schroef in massief materiaal, en die schroef trekt zich vast in vezels die meegeven. Op een damwand- of trapeziumplaat als drager ligt dat anders. De plaat is dun staal, meestal een fractie van een millimeter, en de schroef moet daarin een eigen draad snijden zonder het gat te vergroten. Dat vraagt een andere schroef dan op hout: een plaatschroef met een boorpunt die eerst een gat prikt en dan pas grip zoekt in het metaal eromheen. Gebruikt u de schroef die bij een houten ondergrond hoort, dan draait die net zo goed door zonder houvast, of hij scheurt de plaat rond het gat een fractie open, en juist dat is het zwakke punt waar u bij vervanging tegenaan loopt.
Bij het vervangen van één baan zit u dus met een schroefgat dat al eerder gebruikt is. Op hout kunt u vaak een fractie verzet aanhouden en de nieuwe schroef net naast de oude zetten, met het houtvezel om de nieuwe schroef nog intact. Op een dunne stalen plaat is die ruimte er niet. Een gat van een paar millimeter verzet valt vaak nog binnen de bestaande vervorming rond het oude gat, en de nieuwe schroef vindt daar minder weerstand dan een schroef in ongeschonden plaat. Dat is geen kwestie die u kunt oplossen door harder aan te draaien; harder aandraaien in een gat dat al los zit, vergroot het gat alleen maar. De praktische oplossing is een klem net naast de oorspronkelijke positie zetten, zodat de schroef in nieuw, onaangeroerd plaatstaal komt te zitten. Dat verschuift de klem een paar centimeter uit de rij van zijn buren, wat op zichzelf niets uitmaakt voor de werking, maar het is wel iets om te weten voordat u aan de klus begint: u kunt niet altijd exact teruglopen in de gaten die er al zaten.
Een stalen dakplaat als drager gedraagt zich anders dan een houten beschot zodra het waait of warm wordt. Dun staal veert mee onder wind, en bij een golfplaat als drager zit er per definitie een golfslag in het vlak die het geheel iets losser laat bewegen dan een vlakke, starre ondergrond. Onze felsbanen zetten door temperatuur ongeveer half zoveel uit als zink, en die uitzetting moet ergens heen: de klem is daarom niet star, maar laat de baan in zijn lengte een beetje meebewegen zonder dat de fels loskomt. Op een drager die zelf ook meetrilt, komt daar de beweging van de plaat nog bovenop.
Voor het vervangen van één baan betekent dit dat u bij het vastzetten van de nieuwe klemmen niet harder moet vastdraaien dan bij de rest van het dak, in de gedachte dat het dan wel stevig genoeg zit. Een klem die te strak op de plaat is gezet, geeft de baan minder ruimte om te bewegen bij temperatuurwisseling, en juist op een ondergrond die al meer beweegt dan hout, is dat de plek waar een fels op termijn los kan trekken. De klemafstand en de aandraaimoment die voor de rest van het dak zijn gebruikt, gelden ook voor het reparatiestuk. Er is geen reden om bij een reparatie af te wijken van wat er al lag, en er is wel een reden om dat juist hier goed te doen: een enkele baan die anders vastzit dan zijn buren, valt op als daar iets misgaat, terwijl u het aan de rest van het dak niet zou merken.
Op een houten dakbeschot is vervanging van één baan meestal een kwestie van de juiste volgorde aanhouden en de oude schroefgaten negeren, omdat er in massief hout altijd wel een centimeter verzet te vinden is zonder dat het houvast van de nieuwe schroef in het geding komt. Op een stalen dakplaat als drager is die marge kleiner. Als er op een bepaalde plek al meerdere keren geschroefd is, bijvoorbeeld omdat er ooit een tijdelijke voorziening zat of omdat een eerdere reparatie niet exact op de oorspronkelijke positie is uitgevoerd, kan de plaat daar zodanig vermoeid zijn dat een schroef nergens meer goed grip vindt. Dat is dan geen kwestie van een andere schroef proberen, maar van de klem verplaatsen naar een stuk plaat dat nog niet is aangeraakt.
Er is ook een situatie waarin vervanging van één baan op deze ondergrond ronduit lastiger is dan op hout: als de schade niet aan het einde van het dakvlak zit, maar er meerdere banen boven liggen die u eerst zou moeten optillen om bij de beschadigde baan te komen. Op hout is dat al een klus, maar de kans dat een schroefgat daarbij beschadigd raakt is kleiner. Op dun staal loopt dat risico op naarmate er meer klemmen achter elkaar los- en weer vastgemaakt worden, want elke keer vastdraaien in een al eerder gebruikt gat slijt de plaat een fractie verder uit. Bij een dak waar u vermoedt dat er vaker onderhoud nodig zal zijn, is het daarom te overwegen om liever een iets groter deel in één keer te vervangen dan telkens opnieuw dezelfde klemposities te belasten.
Voor een dakdekker die het systeem kent, is het vervangen van één baan op een stalen dakplaat een werkbare reparatie, geen reden om het hele vlak open te leggen zoals bij een gesoldeerd dak vaak wel nodig is. Het scheelt dat u geen soldeerwerk in de kou of regen hoeft te plannen: de banen klikken droog in elkaar, ook bij een reparatie. Wat het wel vraagt, is aandacht voor het schroefwerk in dun materiaal en voor de staat van de plaat op de plek waar u opnieuw gaat bevestigen. Wie dat over het hoofd ziet, zet een nieuwe baan misschien netjes vast in klemmen die zelf niet meer goed houden, en dat is een fout die zich pas bij de volgende storm laat zien.