Klikzink

De klem in een klikdak op stalen dakplaat

De klem is het onderdeel waar de hele bevestiging van een klikdak om draait. Het is een lange metalen strip die onder de fels van twee naast elkaar liggende felsbanen ligt. De banen worden over de klem heen gevouwen en klikken daarmee in elkaar, zonder dat er een schroef door de zichtbare plaat gaat. De schroef zit onder de klem, verstopt onder het staal dat u ziet liggen. Op deze pagina gaat het over wat dat concreet betekent wanneer de ondergrond een stalen dakplaat is, een damwand- of trapeziumprofiel, in plaats van een vol houten dek.

Dat verschil met een houten ondergrond is groter dan het op het eerste gezicht lijkt. Bij een houten dek zit er onder de klem een aaneengesloten plaat, meestal multiplex of OSB, waar de schroef in wegdraait en houvast vindt in vezels die in alle richtingen lopen. Bij een stalen dakplaat schroeft u de klem vast in dun plaatstaal, vaak niet meer dan zeven tot acht tiende millimeter dik, en dat gedraagt zich anders dan hout. Er is geen vezel die de schroef grip geeft, alleen de wrijving van de schroefdraad in het gat dat hij zelf tapt.

De schroef die daarbij gebruikt wordt is dan ook geen gewone houtschroef maar een zelftappende schroef met een puntige, scherpe tapvorm, gemaakt om in dun metaal zijn eigen draad te snijden. Dat is een ander bevestigingsmiddel dan bij hout, en het is ook een ander bevestigingsmiddel dan wat er bijvoorbeeld bij een klikdak op een houten ondergrond gebruikt wordt. Wie de klemmen aanbrengt moet dus weten met welke ondergrond hij werkt en de juiste schroef bij zich hebben. Een verkeerde schroef, te grof of te fijn getapt voor de plaatdikte, trekt niet aan of scheurt het gat juist te groot, en dan houdt de klem niet vast wat hij vasthouden moet.

De klem blijft, net als bij elke andere ondergrond, onzichtbaar zodra de banen zijn gelegd. Vanaf de grond of vanaf de steiger ziet u alleen de rechte felslijn, niet de schroef en niet de strip waarop die schroef zit. Dat is precies de reden waarom dit systeem klikbevestiging heet in plaats van schroefbevestiging: de plaat zelf wordt nergens doorboord, alleen de klem, en die klem verdwijnt onder de fels zodra de volgende baan erover heen klikt.

Waarom de plaatdikte van de drager ertoe doet

Bij een houten dek is de dikte van de plaat zelden een probleem, want er is voldoende materiaal om in weg te draaien, en de schroeflengte is vooral een kwestie van voldoende diepte pakken. Bij een stalen dakplaat ligt dat anders. De klem moet vastzitten in een plaat die soms nauwelijks dikker is dan de schroefdraad zelf, en dat vraagt om de juiste schroeflengte en het juiste aantal windingen dat door het staal heen grijpt. Te weinig materiaal om in te grijpen, en de klem trekt los onder trek of bij trilling.

Dat speelt vooral op plekken waar de drager zelf al onder spanning staat, bijvoorbeeld bij grote overspanningen tussen de gordingen waarop de dakplaat rust. Daar buigt de plaat mee onder wind, en de schroefverbinding van de klem moet die beweging opvangen zonder los te trekken. Bij een massieve houten ondergrond speelt die beweging vrijwel niet, simpelweg omdat hout niet doorbuigt zoals dun staal dat doet. Dat is dus een van de punten waarop deze ondergrond ongunstiger uitpakt dan een houten dek: de klem zit vast in een materiaal dat zelf meebeweegt, in plaats van in een drager die stil blijft liggen.

Hoe de klem omgaat met uitzetten van de bovenliggende plaat

Een stalen felsbaan zet uit en krimp mee met de temperatuur, en de klem moet die beweging kunnen volgen zonder dat de fels openscheurt of de schroef los trekt. Dat geldt op elke ondergrond, maar op een stalen dakplaat komt er een tweede beweging bovenop: de drager zelf zet ook uit, en dat doet hij niet altijd in hetzelfde tempo als de felsbaan erboven. Twee stalen platen op elkaar, met de klem als schakel tussen beide, bewegen dus niet als één geheel maar als twee lagen die elk hun eigen gedrag hebben.

In de praktijk valt dat mee zolang de daklengte beperkt blijft en de klemmen op de juiste afstand van elkaar zitten, precies zoals dat ook op andere ondergronden gebeurt. Bij lange banen op een lange stalen dakplaat telt die dubbele beweging wel zwaarder mee dan bij een korte baan op een stabiel houten dek. Dat is een reden om bij deze combinatie kritischer te kijken naar de daklengte dan u bij hout zou doen, en om de klemafstand niet op te rekken alleen omdat de baan daar ruimte voor lijkt te geven.

Waar de trilling van een golvende drager de zwakke plek wordt

Een damwand- of trapeziumprofiel is geen vlakke plaat maar een golvend of geribbeld profiel, en dat betekent dat de klem niet overal even goed steun heeft. Op de top van een golf zit de klem stevig op vast materiaal, in een dal van het profiel ligt er meer ruimte onder de klem die niet gesteund wordt door de plaat zelf. Wie de klemmen aanbrengt moet daarom weten waar de dragende punten van het onderliggende profiel liggen en de klemmen daar plaatsen, niet zomaar op de plek waar dat qua looplijn het handigst is.

Dat is een uitwerking die op een houten dek niet nodig is, simpelweg omdat een vol houten vlak overal evenveel steun geeft. Op een stalen dakplaat verschuift de aandacht dus van hoe de fels sluit naar waar de klem zijn steun vindt. Een aannemer die dit voor het eerst doet op een golvende drager onderschat dat verschil soms, met als gevolg klemmen die net naast een steunpunt zitten en onder windbelasting eerder gaan werken dan verwacht.

Waarom er, ondanks de klem, toch nergens door de zichtbare plaat wordt geboord

Ondanks al deze verschillen in ondergrond blijft het uitgangspunt van de klikbevestiging hetzelfde: de felsbaan die u ziet liggen wordt zelf niet doorboord. Alle schroeven zitten in de klem, en de klem zit onder de fels. Dat betekent dat het aantal doorboringen in de zichtbare plaat op nul blijft, of de drager nu hout is of dun geprofileerd staal. Wat verandert is niet of er geboord wordt, maar waarin en met welk bevestigingsmiddel dat gebeurt.

Dat onderscheid is de reden waarom een dak zonder doorboringen in de zichtbare plaat toch andere zwakke plekken heeft dan een dak met rechtstreekse schroeven door de plaat. Bij directe bevestiging is elk schroefgat een plek waar water een weg naar binnen kan vinden als de afdichting rond die schroef verzwakt. Bij klikbevestiging op een stalen dakplaat verschuift dat risico naar de klem zelf: niet of hij lekt, want hij ligt onder een dichte fels, maar of hij op de lange termijn houvast houdt in een dunne, meebewegende drager. Dat is een ander soort zwakke plek dan een lekkend schroefgat, en het vraagt om een andere controle: niet kijken naar de naad, maar naar de manier waarop de klem in het profiel is vastgezet voordat de fels erover dicht klikt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink