Klikzink

De aansluiting op een aanbouw op sandwichpaneel

Een aanbouw met een lager dak tegen een hoger gebouw is een aansluiting die op meerdere plekken tegelijk moet werken. Er is een hoogteovergang, er is een opgaande wand waar het dakvlak tegenaan komt, en er is water dat langs die wand naar beneden komt en ergens de goot of het dakvlak weer op moet vinden. Op sandwichpaneel komt daar de bevestiging van het paneel zelf nog bij, en die twee dingen, de aansluiting en de ondergrond, bepalen samen hoe dit detail wordt opgebouwd.

Het paneel waar de aanbouw op staat is een geïsoleerd element met een binnen- en een buitenhuid van staal, met daartussen een kern van isolatiemateriaal. Onze klemmen worden op de bovenhuid bevestigd met schroeven die door die bovenhuid heen gaan. Dat is de kern van waar dit detail om draait: bij een aanbouw tegen een hogere gevel loopt het dakvlak niet gewoon door tot aan een nok of een dakrand, maar het stopt tegen een verticaal vlak. Op die plek moet de klemrij net zo goed op zijn plaats liggen als op het vrije dakvlak, terwijl de ruimte om te werken vaak kleiner is en de aansluitdetails van de opgaande wand er dwars doorheen lopen.

Waarom de schroeflengte hier meetelt

Bij ieder detail op sandwichpaneel geldt dat de schroeflengte is afgestemd op de paneeldikte, en bij een aansluiting op een aanbouw is dat niet anders. De schroef moet door de bovenhuid grijpen zonder de isolatiekern in te drukken. Een paneel van tachtig millimeter vraagt een andere schroef dan een paneel van honderdtwintig millimeter, en wie hier de standaardschroef van een ander project pakt, drukt de kern samen of komt juist te kort door de bovenhuid. Bij een aanbouw is dat extra van belang omdat de rijen klemmen hier vaak korter zijn dan op een doorlopend dakvlak: het dakvlak van de aanbouw is beperkt in oppervlak, dus iedere rij draagt verhoudingsgewijs meer van de belasting die op dat kleine vlak staat. Een paar te losse of te vaste schroeven vallen dan sneller op in het resultaat dan op een groot dak waar de belasting over veel meer meters wordt verdeeld.

In de praktijk betekent dit dat wij bij een aanbouw altijd vragen naar de paneeldikte voordat we de klemmen en schroeven bepalen. Dat is geen andere werkwijze dan bij een vrijstaand dak, maar de marge om dat later nog te corrigeren is kleiner. Bij een groot dakvlak kan een verkeerd bevestigde rij ergens in het midden nog verborgen liggen onder de volgende baan; bij een aanbouw, waar het dakvlak vaak in één oogopslag te overzien is vanaf de grond of vanaf een raam van het hogere gebouw, valt zo'n fout eerder op en is hij lastiger te herstellen zonder de hele baan opnieuw te leggen.

De opgaande wand en de rol van de klem

Het verschil tussen een aanbouw en een gewone gevelaansluiting zit in de richting waarin het water beweegt. Bij een gevelaansluiting, zoals wij uitleggen bij [de gevelaansluiting op sandwichpaneel](/bevestiging/sandwichpaneel/gevelaansluiting), loopt het dakvlak tegen een wand die verder geen dak erboven heeft: het water van de gevel zelf speelt daar geen rol. Bij een aanbouw ligt dat anders. De hogere gevel boven de aanbouw kan zelf water afgeven, via een dakrand, een overstek of gewoon via de gevelbekleding, en dat water komt bovenop het dakvlak van de aanbouw terecht, precies op de plek waar de opstand en de eerste rij klemmen liggen.

Dat verandert niets aan hoe de klem functioneert; die blijft blind onder de fels bevestigd, zonder doorboring van de plaat zelf. Maar het bepaalt waar de eerste klemrij ten opzichte van de opstand komt te liggen en hoe die opstand wordt afgewerkt. Een opstand die te laag is uitgevoerd, of een klemrij die te dicht tegen de wand is geplaatst, geeft het water de kans om via de naad tussen wand en dakvlak onder de eerste baan te komen. Omdat de bevestiging zelf geen gaten in het vlak maakt, zit de kwetsbare plek hier niet in een schroefgat dat kan gaan lekken, maar in de aansluiting van de opstand op de wand: als die voeg of dat inwerkprofiel niet goed aansluit, is dat de plek waar het misgaat, niet de klem daaronder.

Wat er anders is dan bij een nok of een dakvoet

Op de meeste andere plekken in een dak, zoals bij [de aansluiting op de nok](/bevestiging/sandwichpaneel/nok) of bij de dakvoet, ligt de bevestiging in een rechte lijn die het hele dakvlak doorloopt, met steeds hetzelfde ritme van klemmen. Bij een aanbouw tegen een hoger gebouw wordt die lijn onderbroken door de opgaande wand, en dat betekent dat de laatste rij klemmen vóór die wand een andere rol krijgt. Die rij moet niet alleen de fels op zijn plaats houden, maar ook de overgang naar het opstandprofiel dragen dat tegen de wand wordt gezet. Wij bepalen die laatste rij in overleg, op basis van de tekening van het project, omdat de afstand tot de wand op elke aanbouw weer anders uitvalt. Een aanbouw die krap tegen de gevel is gebouwd, geeft minder ruimte om die laatste rij nog goed te plaatsen dan een aanbouw met een paar centimeter extra speling.

Hier komt ook de uitzetting van de plaat om de hoek. Onze banen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, en dat blijft bij een aanbouw net zo goed gelden als op een vrijstaand dak. Maar bij een aanbouw is de baanlengte vaak beperkt door de afstand tussen de dakvoet en de opgaande wand, en juist bij kortere lengtes wordt het effect van uitzetting kleiner, terwijl de ruimte om die uitzetting op te vangen bij de wand ook kleiner is. Een baan die tegen de opstand aan is gezet zonder enige speling, kan bij warmte tegen het opstandprofiel gaan drukken. Dat gebeurt niet bij de klem, die de plaat juist de ruimte geeft om te bewegen, maar bij de aansluiting zelf, als daar geen rekening mee is gehouden bij het bepalen van de maat.

Waar het bij een fout misgaat

De meeste problemen bij dit detail ontstaan niet doordat de klem het niet aankan, maar doordat de opstand en de bevestiging niet op elkaar zijn afgestemd. Een schroef die net te lang is voor het paneel, drukt de isolatie in en geeft de klem daaronder een verzakking die zich na een paar jaar vertaalt in een golving in de fels. Een opstand die te laag is voor de verwachte waterlast vanaf de hogere gevel, laat water over de rand komen op een plek waar de klem niet is gebouwd om water tegen te houden, want dat is niet de functie van een klem, dat is de functie van de opstand en de aansluitdetails daarboven. En een laatste rij klemmen die te dicht op de wand is gezet, geeft geen ruimte voor de plaat om uit te zetten, met een lichte bolling langs de opstand als gevolg.

Voor een aannemer die dit detail voor het eerst tegenkomt, is het daarom vooral een kwestie van twee dingen apart houden. Het vastzetten van de plaat op het paneel is een zaak van klem, schroef en paneeldikte, en dat verloopt hier niet anders dan elders. De aansluiting op de hogere gevel is een zaak van waterafvoer en opstandhoogte, en die twee vragen om ieder hun eigen aandacht op de tekening, voordat de eerste baan wordt gelegd.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink