Klikzink
Een schoorsteen staat midden in het dakvlak en dat is precies het probleem. Elk obstakel dat door het vlak heen steekt, deelt de waterstroom in twee helften die ergens weer bij elkaar moeten komen. Boven de schoorsteen loopt het water niet gewoon door zoals langs een naad of een kilgoot; het moet actief uiteen worden gestuurd, langs beide zijden van het obstakel geleid, en pas onder de schoorsteen weer samenkomen zonder dat er een plek ontstaat waar het blijft staan. Dat vraagt om een keuze in de bevestiging voordat er ook maar één plaat gelegd wordt: waar komt de klem, waar komt de doorvoerconstructie, en welke van de twee moet wijken als ze elkaar in de weg zitten.
Op een houten onderconstructie is die keuze relatief eenvoudig, want de kolommen en gordingen zijn er stevig genoeg om overal een klem in te draaien waar je hem nodig hebt. Op OSB-plaat ligt dat anders. OSB is goedkoper dan multiplex en wordt daarom veel toegepast in de nieuwbouw, maar de plaat heeft een lagere uittrekwaarde dan multiplex en is gevoeliger voor vocht, vooral aan de randen waar de persing van de plaat minder dicht is. Bij een schoorsteen komt die gevoeligheid extra scherp naar voren, want rond het obstakel wordt vaak in de plaat gesneden, ontstaan er randen die niet meer doorlopen tot de volgende drager, en is de kans op een verzwakte plek groter dan waar de plaat ongeschonden ligt.
Bij een gewone rij klemmen op een vlak deel van het dak ligt de belasting gelijkmatig verdeeld: elke klem draagt zijn eigen stukje baan en trekt in dezelfde richting als zijn buren. Rond een schoorsteen verandert die verdeling. De klemmen die het dichtst bij het obstakel staan, moeten vaak een kortere plaataansluiting dragen en soms ook de zijdelingse druk opvangen van het water dat wordt omgeleid. Dat is een andere belasting dan alleen het eigen gewicht van de plaat en de wind die er overheen speelt. Op een houten drager is dat te compenseren met een iets dichtere klemafstand rond het obstakel. Op OSB moet diezelfde compensatie voorzichtiger worden ingezet, want extra klemmen betekent extra doorvoerpunten in een plaat die al belast wordt door de zaagsnede rond de schoorsteenvoet.
In de praktijk betekent dit dat wij bij een schoorsteen op OSB-plaat aanraden om de klemposities vooraf op tekening te bepalen in plaats van ze op het dak zelf te improviseren. Wij denken daar kosteloos in mee, juist omdat een verkeerd geplaatste klem hier niet zomaar te herstellen is zonder de plaat opnieuw open te leggen. Waar op een volle plaat een klem een paar centimeter kan opschuiven zonder gevolgen, ligt dat rond een doorvoerconstructie strakker: de klem moet in het massieve deel van de plaat vallen en niet in de rand die door de zaagsnede is verzwakt.
Het obstakel zelf lost het waterprobleem niet op; dat doet de aansluiting erboven. Boven de schoorsteen wordt de waterstroom gesplitst met een constructie die het water langs beide zijden afvoert voordat het de schoorsteenvoet bereikt. Die splitsing moet aansluiten op de felsbanen die er al liggen, en de bevestiging van die aansluiting moet net zo goed vastzitten als de rest van het dak, zonder dat er een schroef dwars door de plaat gaat waar water overheen loopt. Bij een klikdak gebeurt dat met dezelfde klem-onder-de-fels-logica als elders op het dak: de aansluitstukken worden ingehaakt op de fels van de aangrenzende baan, niet vastgeschroefd op de OSB zelf op de plek waar het meeste water langskomt.
Onder de schoorsteen, waar de twee waterstromen weer samenkomen, ligt het risico net zo groot als erboven, maar dan omgekeerd: hier moet het water juist weer bijeengebracht worden zonder dat het blijft staan tegen de onderkant van het obstakel. Dat is een aansluiting die in de bevestiging vraagt om een klem die het uiteinde van de baan goed vasthoudt zonder de plaat te doorboren op een plek waar vocht zich kan verzamelen. Op OSB is dat een van de plekken waar wij extra voorzichtig zijn met de klemafstand, juist omdat de rand van de plaat hier door de obstakelvorm al smaller is dan verderop in het vlak.
De meest voorkomende fout die wij zien is dat de klem te dicht bij de zaagsnede van de OSB-plaat wordt gezet, in de veronderstelling dat dichter bij het obstakel altijd steviger is. Het omgekeerde is waar: hoe dichter bij de snede, hoe minder plaatmateriaal er is om de klem tegenhouden. Bij een normale schroefbevestiging zou dat al een probleem zijn, maar bij een klemsysteem is het net zo relevant, want de klem steunt op de drager onder de plaat en die drager moet zelf ook nog voldoende massief zijn op die plek. Een tweede fout is dat de watersplitsing boven de schoorsteen wordt aangebracht zonder rekening te houden met de looprichting van de felsbanen, waardoor het water op de aansluiting wordt teruggekaatst in plaats van doorgeleid. Dat is geen bevestigingsfout in de strikte zin, maar het ontstaat vaak juist omdat de klemposities eerst zijn bepaald en de watersplitsing daarna is ingepast, in plaats van andersom.
Een derde fout, en die zien wij het vaakst terug bij nieuwbouwprojecten met OSB als onderconstructie, is dat de rand van de plaat rond de schoorsteenvoet onvoldoende is afgedicht voordat de felsbanen erop komen. OSB is gevoeliger voor vocht aan de randen dan multiplex, en juist rond een schoorsteen, waar per definitie meer randen zijn ontstaan door het zagen, is die gevoeligheid het grootst. Wij zien dat het probleem zich dan niet meteen toont, maar na een paar seizoenen van vocht dat via een kleine kier bij de klem de plaatrand bereikt. Op dat moment is het geen kwestie van een klem verzetten, maar van de plaat rond de schoorsteen vervangen.
Een schoorsteen deelt met een dakraam en een dakdoorvoer het probleem dat het water rond het obstakel gestuurd moet worden, maar de bevestiging eromheen verschilt per geval, zoals wij uitleggen bij [de dakdoorvoer op OSB-plaat](/bevestiging/osb-plaat/dakdoorvoer). Bij een schoorsteen is het obstakel doorgaans groter en de belasting op de omringende klemmen daardoor meer geconcentreerd dan bij een kleinere doorvoer. Wie meer wil weten over hoe de bevestiging van een volledig klikdak op deze ondergrond in zijn algemeenheid werkt, vindt dat terug bij [een klikdak op OSB-plaat](/bevestiging/osb-plaat).
Op een schoorsteen zelf, boven het dakvlak, gelden weer andere regels dan op de OSB rondom, want de aansluiting op het metselwerk of de bekleding van de schoorsteen is geen felsbaanbevestiging meer maar een loodaansluiting of vergelijkbare oplossing. Dat is uitdrukkelijk geen onderwerp van deze pagina, die zich beperkt tot het stuk OSB rondom de schoorsteenvoet en de wijze waarop de felsbanen daar vastzitten en het water daarlangs wordt gestuurd.