Klikzink

De gevelaansluiting op houten dakbeschot

Waar een dakvlak tegen een opgaande muur eindigt, gebeurt iets anders dan op de rest van het dak. De baan zelf loopt door tot tegen de muur, maar de aansluiting erboven, de slabbe of het profiel dat het water uit de voeg houdt, moet meebewegen met wat het dak doet zonder dat er water langs kan. Op houten dakbeschot komt daar de eigenschappen van het hout bovenop: de schroef die de klem vasthoudt, pakt in planken of geschaafde delen, en die reageren anders dan een stalen of houten plaat op volle ondergrond.

Onder onze felsbanen zit geen schroef door de plaat. De klemmen die de fels vasthouden, worden op het beschot geschroefd en de baan klikt daar overheen. Bij de gevelaansluiting verandert de belasting op die klem. Onderaan het dakvlak, bij de dakvoet, staat de klem vooral bloot aan de neerwaartse kracht van het eigen gewicht van de baan en de belasting die daarop komt. Bij de muur komt daar de beweging van de aansluiting zelf bovenop: de slabbe zet uit en in met temperatuur, en die beweging trekt via de overlap een beetje aan de bovenste klemmen van het dakvlak. Niet hard, maar wel voortdurend, jaar in jaar uit.

Waar de schroef in het hout pakt

De uittrekwaarde van een schroef in dakbeschot hangt af van twee dingen: de dikte van het hout en de houtsoort. Bij geschaafde delen van twee centimeter zit u aan de ondergrens van wat comfortabel houdt, vooral in de rand van een plank waar het hout eerder splijt dan dat de schroef vasthoudt. Bij de gevelaansluiting is dat een reƫel punt, omdat de laatste klemrij vaak dicht tegen de muur staat en dus dicht tegen de rand van de laatste plank of delen aan. Wie hier zonder nadenken doorschroeft op de plek waar het toevallig uitkomt, loopt het risico dat de schroef in de laatste centimeters van een plank zit en daar minder grip heeft dan een schroef die een paar centimeter verderop in het midden van een deel zit.

De houtsoort maakt daarbij verschil. Vochtig gezaagd hout, zoals nog wel wordt toegepast, krimpt na verwerking. Een schroef die vandaag stevig vastzit in vers hout, kan over een paar maanden losser komen te staan omdat het hout om de schroef heen is gekrompen. Bij een dakvlak zonder aansluiting valt dat soms nog mee, omdat de klemmen elkaar over het hele vlak steunen. Bij de gevelaansluiting is de marge kleiner: de bovenste klemrij draagt niet alleen de baan, maar ondervangt ook de kleine bewegingen die de slabbe erboven veroorzaakt. Een klem die in gekrompen hout wat speling heeft gekregen, geeft die beweging eerder door aan de fels dan een klem die nog vastzit als een huis.

De volgorde: eerst de klem, dan de slabbe

Op de bouw bepaalt de volgorde hoe het resultaat wordt. Eerst wordt het beschot gelegd, dan komen de klemmen erop, dan de banen, en pas daarna de slabbe die tegen de muur aan sluit. Dat betekent dat de laatste rij klemmen al vastligt voordat duidelijk is hoe de slabbe precies gaat vallen. Wie hier niet op vooruitdenkt, plaatst de bovenste klemrij op een positie die logisch is voor de baan, maar ongelukkig voor de aansluiting: te dicht tegen de muur, waardoor er geen ruimte overblijft om de slabbe fatsoenlijk te plooien en vast te zetten zonder de fels te raken.

Een tweede punt in de volgorde is de overlap tussen slabbe en baan. De slabbe moet over de bovenste fels heen kunnen bewegen zonder dat hij daar aan vastklikt of vastschroeft. Bij een dak zonder doorboringen is dat een ander soort risico dan bij een geschroefd dak: er is geen schroefgat dat kan gaan lekken, maar er is wel een overlap die, als hij te strak wordt uitgevoerd, de uitzetting van de baan blokkeert. Onze stalen banen zetten ongeveer half zoveel uit als zinken banen, wat de marge bij deze aansluiting iets ruimer maakt dan bij traditioneel zink, maar de beweging is niet nul. Bij een felsbaan van enkele meters lengte langs een gevel loopt die uitzetting op tot een paar millimeter, en die moeten ergens heen kunnen zonder dat de slabbe dat tegenhoudt.

Waar het misgaat als het misgaat

De klassieke fout bij deze aansluiting is niet de klem zelf, maar de plek waar hij zit ten opzichte van het hout erachter. Een klem die per ongeluk op een kopse naad van twee planken terechtkomt, heeft geen vol hout om in te pakken en houdt daardoor minder goed dan een klem die midden op een plank zit. Bij een dakvlak zonder gevelaansluiting valt zo'n enkele zwakke klem vaak weg tegen de rest. Bij de gevelaansluiting, waar de bovenste rij al een dubbele taak heeft, telt elke zwakke klem harder mee.

Een tweede fout is het dichtzetten van de bewegingsruimte uit angst voor lekkage. Een slabbe die strak tegen de fels wordt gedrukt en vervolgens ook nog wordt vastgezet, lijkt op het eerste gezicht waterdichter, maar geeft de baan geen kant op bij uitzetting. Het resultaat is niet meteen een lek, het is een langzame vervorming: de fels trekt scheef, of de klem eronder komt onder een zijwaartse spanning te staan die hij niet voor is ontworpen. Dat is een ander soort probleem dan bij een geschroefd dak, waar een schroefgat op de verkeerde plek meteen een lekpunt is. Hier zit het probleem niet in een gat, maar in een verkeerd uitgevoerde vrijheid.

De derde fout hangt samen met vocht in het hout op het moment van bevestigen. Wanneer het beschot bij de gevelaansluiting nog wat vochtiger is dan de rest van het dak, wat kan gebeuren als die kant van het dak later is dichtgezet of langer open heeft gelegen, krimpt het hout daar meer na. De klemmen die daar net zijn vastgeschroefd verliezen dan geleidelijk grip, terwijl de rest van het dak al is ingeklonken. Dat merkt u niet bij de oplevering, maar wel een paar jaar later, als de aansluiting bij de muur als eerste begint te spelen terwijl de rest van het dak stil ligt.

Wat dit anders maakt dan andere aansluitingen

De gevelaansluiting deelt met de dakrand en het boeiboord dat er een randprofiel bij komt dat los van de baan beweegt, maar het verschil is de richting van die beweging. Bij een dakrand beweegt het profiel vooral evenwijdig aan de dakvoet; hier beweegt de slabbe loodrecht op het dakvlak, tegen de muur op en neer. Dat vraagt om een andere manier van vastzetten van het randprofiel dan wij bijvoorbeeld beschrijven bij de aansluiting op de dakvoet, waar de klemmen vooral de neerwaartse belasting opvangen. Ook ten opzichte van een doorvoer of een schoorsteen, waar de aansluiting rondom een object zit, is dit anders: bij de gevelmuur loopt de aansluiting over de volle breedte van het dakvlak door, en dus telt elke klem in die bovenste rij mee, niet alleen een paar rond een enkel object.

Op houten dakbeschot komt dat samen met de aard van het hout zelf. Een aannemer die de klemmen op deze bovenste rij plaatst, doet er goed aan om even stil te staan bij waar in het hout hij schroeft, met welk vocht dat hout is aangeleverd, en hoeveel ruimte de slabbe straks nodig heeft om zonder te knellen mee te kunnen bewegen. Dat is geen ingewikkelde rekensom, maar wel een andere volgorde van werken dan simpelweg de banen aan elkaar klikken vanaf de dakvoet naar boven.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink