Klikzink

De gevelaansluiting op betonnen dak

Waar het dakvlak tegen een opgaande gevel aan komt, verandert er iets in de bevestiging. Op het vlakke deel van het dak ligt de baan op een regelwerk en klikken de banen in elkaar over de klem die onder de fels zit. Bij de gevelaansluiting stopt dat vlak en moet het water alsnog omhoog en dan weer terug de goede kant op, langs een opstand. Er komt een loodslabbe of een aansluitprofiel dat over de laatste baan heen valt en meebeweegt als het staal uitzet en inkrimpt. Dat meebewegen is het hele punt van dit detail, en het is precies waar de bevestiging op een betonnen ondergrond een andere vraag oproept dan op houten platen.

Op hout gaat een schroef gewoon ergens in en houdt hij. Beton is massief; er gaat geen schroef zomaar in, en als hij er wel in gaat, zit hij in materiaal dat niet meegeeft. Daarom komt er bij een betonnen dak altijd iets tussen de drager en de ondergrond: een regelwerk dat op het beton is bevestigd met pluggen, of rechtstreeks een plug- en scheefverbinding als het profiel dun genoeg is om direct te bevestigen. De vraag is dan niet of de plug houdt, maar waar hij zit en hoe hij de bewegingen van de opstand opvangt zonder dat de fels of het slabbe daaronder lijdt.

Het aansluitprofiel bij de gevel

Bij de gevelaansluiting loopt de laatste felsbaan van het dak omhoog tegen de opstand, en daarboven komt het aansluitprofiel of de loodslabbe die het water afvangt en tegen de gevel omhoog leidt. Dat profiel wordt niet star vastgezet. Het krijgt een eigen drager, meestal een aluminium of stalen strip die wel star aan de opstand bevestigd is, en het profiel zelf klikt of schuift daar weer los tegen aan. Zo kan het felswerk onder de invloed van temperatuur bewegen zonder dat het aansluitprofiel meebeweegt en gaat trekken aan de fels of aan de klem daaronder.

De drager van dat profiel zit op de opstand, en die opstand is op een betonnen dak vaak zelf van beton: een borstwering, een optrekkende brandmuur, of een verhoogde rand van de dakvloer. Daar geldt hetzelfde probleem als bij de rest van het dak. Er moet een plug in het beton, op de juiste diepte en met de juiste tussenafstand, en die plug moet in massief materiaal zitten en niet in een voeg of een holle ruimte. Bij oudere betonnen daken zit er soms een isolatielaag tegen de opstand aangewerkt die de dikte van het beton onder het oppervlak lastig te schatten maakt. Wie daar blind een gat boort, kan zomaar in een luchtspouw of een leiding terechtkomen in plaats van in massief beton.

Wat er anders is dan bij een houten ondergrond

Op een houten dak is de opstand meestal ook van hout, en dan is de bevestiging van de drager voor het aansluitprofiel eenvoudig: een schroef in het hout, klaar. Op beton is dat een extra handeling. Er moet geboord worden, er moet een plug in, en die plug moet aangepast zijn aan het soort beton dat er staat. Oud, verdicht beton vraagt een andere plug dan licht cellenbeton of een prefab betonelement met een holle kern. Een dakdekker die gewend is aan houten daken en op een betonnen gevelopstand met dezelfde schroeven en dezelfde tussenafstand werkt, loopt het risico dat de drager los komt te zitten zonder dat dit meteen zichtbaar is. Het profiel blijft er eerst nog liggen op eigen gewicht en op de klemming van de fels ernaast, en pas na een paar jaar van uitzetten en krimpen wordt duidelijk dat de bevestiging niet hield.

Daar zit ook het verschil met de rest van het klikdak. Op het vlakke deel wordt de klem onder de fels regelmatig herhaald, om de paar honderd millimeter, en als één klem net niet optimaal in zijn drager zit, vangen de klemmen ernaast dat voor een groot deel op. Bij de gevelaansluiting is de drager van het aansluitprofiel een doorlopende strip met een beperkt aantal bevestigingspunten. Valt daar een deel van weg omdat de plug in beton niet houdt, dan is er weinig dat het overneemt. Het profiel gaat hangen, de overlap met de laatste felsbaan wordt kleiner dan bedoeld, en op die plek loopt het water dan niet meer om maar er onderdoor.

Waar het misgaat

De fout die we het meest teruggekoppeld krijgen zit niet in het profiel zelf maar in de voorbereiding van de opstand. Als de betonnen gevel niet vlak genoeg is, of als er een oude coating of een cementhuid op zit die het boren en pluggen bemoeilijkt, wordt er nogal eens met kortere pluggen of met een dichtere tussenafstand gewerkt om het gevoel van stevigheid te compenseren. Dat verhelpt het probleem niet, het verplaatst het. De drager zit dan wel muurvast op het moment van leggen, maar de trekkracht die vrijkomt bij uitzetting van het felswerk concentreert zich op meer punten in hetzelfde stuk beton, en scheurvorming in de betonlaag zelf ligt dan dichter bij dan wanneer er met de juiste ankerdiepte was gewerkt.

Een tweede punt waar het misgaat is de aansluiting op de hoogte van de opstand zelf. Bij een lage borstwering is er weinig ruimte tussen het dakvlak en de bovenkant van de muur, en dan wordt de drager voor het aansluitprofiel soms te dicht bij de rand van het beton gezet. Een plug die te dicht bij de rand zit, heeft minder materiaal om zich in vast te zetten en kan bij het aandraaien al een stukje beton wegdrukken zonder dat dit meteen opvalt. Dat is een ander mankement dan wat er bij een dakraam of een dakdoorvoer gebeurt, waar de bevestiging rondom een opening ligt in plaats van tegen een rand; hier is de rand van de opstand zelf de zwakke plek.

De volgorde op de bouw telt hier ook. Het aansluitprofiel wordt idealiter gezet nadat de laatste felsbaan al ligt en geklikt is, zodat de overlap precies afgesteld kan worden op de werkelijke stand van die baan. Wordt de drager al vastgezet voordat de felsbaan er ligt, dan moet de maatvoering kloppen op de tekening, en een kleine afwijking in de positie van de betonnen opstand, die bij in-situ beton vaker voorkomt dan bij een fabrieksmatig geproduceerd element, zet zich dan door in een overlap die net te klein is.

Wat dit betekent voor de aannemer op de bouwplaats is dat de gevelaansluiting op beton geen kwestie is van hetzelfde detail met een andere schroef. Het beton bepaalt waar geboord kan worden, hoe diep de plug moet, en hoeveel ruimte er tussen de bevestigingspunten nodig is om de trekkracht van het uitzettende staal te verdelen. Zoals ook geldt voor de aansluiting bij een boeiboord op betonnen dak, is de kwaliteit van het beton zelf, en niet alleen het profiel erboven, waar de duurzaamheid van dit detail vandaan komt. Wij denken op tekening mee over waar die dragers het beste komen te zitten, met monsters van de kleuren erbij als dat gewenst is, zonder dat dit iets kost.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink