Klikzink
Op een schuin dak ligt een felsbaan. De plaat rust op de ondergrond, en de klemmen onder de fels houden hem vast tegen wind en tegen het eigen gewicht dat naar de dakvoet trekt. Op een gevel hangt de baan. Het gewicht van de hele lengte, van boven tot onder, komt niet ten dele op de ondergrond terecht maar volledig op de bevestiging. De dakvoet, hier de onderrand van een verticaal vlak, is daardoor niet meer alleen het punt waar het water naar toe loopt. Het is het punt waar de onderste klem het meeste te verduren krijgt: van boven het gewicht van de hele baan, en van opzij de windbelasting die op een gevel anders optreedt dan op een dak.
De klem onder de fels is bij Klikzink dezelfde constructie, verticaal of horizontaal gemonteerd. Er verandert niets aan de klem zelf. Wat verandert is de belasting die erop komt te staan en de richting waarin die belasting werkt. Bij een liggende toepassing werkt de zwaartekracht loodrecht op het vlak, de baan drukt tegen de dakconstructie aan. Bij een staande gevel werkt de zwaartekracht in de lengterichting van de baan, naar de onderste klem toe. Die onderste klem draagt dus niet alleen zijn eigen deel, maar in feite het opgehoopte gewicht van alle bovenliggende meters plaat. Bij een baan van vijf meter hoog is dat een heel andere optelsom dan bij een baan van twee meter.
Daar komt de wind bij. Op een dakvlak werkt windbelasting vooral als opwaartse zuiging, de plaat wil van het dak af. Op een gevel werkt de wind meer als een drukkende en zuigende kracht loodrecht op het vlak, en die kracht wisselt door de hoogte van het gebouw. Onderaan, waar de dakvoet zit, is de turbulentie vaak het grootst: de wind buigt langs de gevel naar beneden en naar de grond, en precies daar zit de klem die het gewicht al draagt. Dat is de reden dat wij bij een verticale toepassing altijd naar het onderste deel van het vlak kijken als naar een apart punt, niet als een verlengstuk van de rest van de gevel.
Bij een dak begint u meestal bij de goot en werkt u omhoog naar de nok, zodat elke volgende baan over de vorige overlapt in de richting waarin het water stroomt. Op een gevel is die logica er ook, maar dan van onder naar boven in een andere zin: de onderste rij bepaalt het referentiepunt voor alles wat erboven komt. Waar op een schuin dak een kleine oneffenheid in de dakvoet zich naar boven toe uitmiddelt over een aantal meters, werkt een scheve start op een gevel juist door over de volledige hoogte. Een paar millimeter uit het lood bij de eerste rij klemmen kan bij een gevel van tien meter hoog goed zichtbaar worden bovenaan.
Dat is ook de reden dat de eerste rij klemmen bij een verticale toepassing met meer aandacht gezet wordt dan verderop. Niet omdat de klem anders is, maar omdat een fout hier niet lokaal blijft. Bij een fout in een klem halverwege een dakvlak merkt u dat meestal aan een plaatselijke los punt. Bij een fout in de onderste klem van een gevel merkt u dat aan de hele baan erboven, die dan het gewicht mist waarop hij normaal mede steunt.
Op een dak loopt het water van de nok naar de dakvoet en dan de goot in. Op een gevel loopt het water ook naar onder, maar de dakvoet in de zin van deze pagina is dan de onderkant van het gevelvlak, waar de plaat overgaat in een andere aansluiting, bijvoorbeeld een plint, een luifel of de aansluiting op een lager dakvlak. Dat overgangspunt moet het water dat over de hele hoogte van de gevel naar onder is gelopen, in één keer afvoeren. De klem zelf hoeft daar niet anders te werken dan elders, de fels blijft de fels, maar de detaillering van de onderrand moet wel rekening houden met een grotere hoeveelheid water per strekkende meter dan bij een korte dakvoet op een schuin dakvlak.
Waar dat concreet misgaat, is wanneer een aannemer de onderrand van een gevel behandelt als een simpel afkappunt, zoals bij een boeiboord, in plaats van als het punt waar de bevestiging het zwaarst belast wordt en het water het meest geconcentreerd naar buiten moet. Een klem die op die plek net iets losser zit, of een fels die daar net niet voldoende diep is doorgeklikt, geeft op een dak een langzaam lek. Op een gevel geeft dat sneller een zichtbaar los stuk plaat, omdat er niets anders is dat het gewicht opvangt.
De onderrand deelt zijn logica van hangend gewicht met de rest van de gevel, maar niet met alle aansluitingen daarop. Zoals wij uitleggen bij [de gevelaansluiting op een gevel in plaats van een dak](/bevestiging/gevel/gevelaansluiting), gaat het daar vooral om de overgang naar een ander bouwdeel, met andere uitzettingsrichtingen die op elkaar aan moeten sluiten. Bij de dakvoet van een gevel gaat het niet om een overgang naar een ander materiaal, maar om het eindpunt van de eigen bevestigingslijn: hier stopt de klemrij, en alles wat erboven hangt, hangt effectief aan die laatste rij klemmen.
Dat is ook een reden waarom wij, als een gevel in de tekening hoog uitvalt, vooraf meekijken naar de verdeling van de klemmen over de lengte. Niet om een norm toe te passen, dat hoort niet op deze pagina, maar om te bepalen of de onderste rij extra aandacht verdient gezien de hoogte van het vlak en de plaats op het gebouw. Bij een lage borstwering met een gevelbekleding van twee meter hoog speelt dit nauwelijks. Bij een gevel van een bedrijfshal die van dakrand tot maaiveld doorloopt, is de onderste klemrij een ander verhaal dan de rest van de baan.
De redenering hierboven gaat uit van een vlak dat daadwerkelijk verticaal doorloopt en waarbij de onderste rand ook het laagste punt van de bevestiging is. Bij een gevel die is opgedeeld in kortere vakken, gescheiden door bijvoorbeeld een luifel of een uitkragende verdieping, ontstaat bij elk vak opnieuw een eigen onderrand met een eigen, kortere keten van gewicht. Dan is de belasting op die onderste klem per vak lager, en verschuift de aandacht meer naar de aansluiting tussen de vakken dan naar de dakvoet zelf. Het is dus geen vast recept dat op elke gevel hetzelfde uitpakt: de hoogte van het ononderbroken vlak bepaalt hoeveel gewicht er daadwerkelijk op die onderste rij klemmen samenkomt.
Voor wie een gevel op tekening heeft staan met een dakvoet die overgaat in een ander bouwdeel, is het nuttig om die overgang samen met ons te bekijken voordat de eerste rij klemmen gezet wordt. Een monster van de klem en van de drie kleuren ligt voor u klaar op ons adres in Ede.