Klikzink

Vlakke felsbaan zonder ribbels op bitumendak

Een baan zonder ribbels, zonder verstijvingsril en zonder micro-lines, laat een dakvlak strak en rustig ogen. Er is niets dat het licht breekt, niets dat een lijnenspel over de plaat legt. Dat is precies waarom deze uitvoering ook het meest laat zien wat eronder zit. Op een nieuw, vlak dakbeschot is dat geen probleem. Op een bestaand bitumendak, waar de renovatie inhoudt dat de oude dakbedekking blijft liggen, ligt dat anders. Elke onregelmatigheid in die oude laag, een verhoging bij een oude naad, een bobbel waar ooit water heeft gestaan, een oneffenheid van jaren blootstelling aan zon en regen, komt terug in het beeld van de nieuwe baan. Wij noemen dat niet als waarschuwing maar als iets waarmee u rekening houdt bij de keuze voor deze vlakke uitvoering op deze ondergrond.

De vraag die renovatie altijd oproept, is waar de klem doorheen gaat. Onze banen worden blind bevestigd: de klem zit onder de fels, verborgen onder de opstaande rand van 35 mm, en gaat niet door de zichtbare plaat. Maar de klem moet wel ergens op vastgezet worden, en bij een bestaand bitumendak is dat de vraag die eerst beantwoord moet worden. Ligt er onder die bitumen een dekvloer, een houten beschot, een ondersteuning die nog draagt? De klem zelf is licht van gewicht en verdeelt de belasting van de baan over de volle lengte, maar hij is niet sterker dan waar hij op staat. Een bitumenlaag die zacht is geworden door ouderdom, of een beschot dat onder die bitumen al is gaan rotten door een lek dat er jaren heeft gezeten, draagt geen klem, hoe die ook bevestigd wordt.

Wat het aantal klemmen bepaalt

Bij een werkende breedte van 475 mm ligt de klem-tot-klem-afstand in de lengte van de baan vast op basis van de ondergrond en de belasting die verwacht wordt, niet op basis van de breedte zelf. Een bredere baan verdeelt zich over dezelfde klemmen als een smallere; de breedte verandert niets aan hoeveel klemmen er nodig zijn per strekkende meter dakvlak. Waar de ondergrond wel invloed op heeft, is de zekerheid die iedere klem geeft. Op nieuw beschot is dat een vaste waarde: hout van een bekende dikte, op een bekende onderlinge afstand van de kepers. Op een bestaand bitumendak, met een onbekende geschiedenis van reparaties, oude doorvoeren die zijn dichtgesmeerd, en soms een laag die dikker is dan verwacht doordat er ooit een tweede laag bitumen overheen is gelegd, is die zekerheid minder vanzelfsprekend. Daarom is het op deze ondergrond gebruikelijker om vooraf te bepalen of het aantal klemmen omhoog moet, in plaats van te vertrouwen op de afstand die op een nieuwbouwdak voldoende zou zijn.

Wat elke klem draagt, en waar de grens ligt

Elke klem draagt een deel van het gewicht van de plaat zelf, ongeveer 5 kg per m2, plus de wind- en sneeuwbelasting die op dat deel van het dakvlak neerkomt. Dat is op zichzelf geen zware belasting. Staalplaat is licht. Maar een klem draagt ook de kracht van uitzetting en krimp die door temperatuurverschil ontstaat, en dat is waar de vlakke uitvoering een andere gevoeligheid heeft dan een baan met een ril. Een ril of een patroon van micro-lines geeft de plaat een beetje eigen stijfheid, een structuur die kleine bewegingen opvangt zonder dat het aan de oppervlakte zichtbaar wordt. Een volledig vlakke plaat heeft die stijfheid niet. Beweging tussen de klemmen, veroorzaakt doordat de plaat in de zon warmer wordt dan in de schaduw, is bij een vlakke baan eerder te zien als een lichte welving dan bij een baan met reliƫf. Onze banen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, wat deze beweging al beperkt, maar wegneemt doet het niet. Bij renovatie op een bestaand dak, waar de klemmen soms wat ruimer verdeeld staan door de aard van de ondergrond, is dat iets om in de aanleg vooraf te wegen, niet iets om achteraf te ontdekken.

De grens van wat renovatie kan dragen, ligt dus niet bij de felsbaan of de klem, maar bij wat er onder de bitumen zit. Een aannemer die op een bestaand dak gaat werken, doet er goed aan om vast te stellen of de bestaande opbouw nog de belasting kan dragen die een nieuw dakvlak met zich meebrengt, inclusief de punten waar de klemmen komen. Is die opbouw verzakt, vochtig of verzwakt, dan is de vraag niet meer hoeveel klemmen er nodig zijn, maar of renovatie op deze plek de juiste route is. Dat is een vraag die per dakvlak anders beantwoord kan worden: een schoorsteen of een doorvoer in dat vlak brengt weer eigen aandachtspunten met zich mee die hier niet aan de orde zijn, maar het vlakke deel van het dak, waar de klemmen in een regelmatig patroon liggen, is meestal het deel waar de conditie van de ondergrond het duidelijkst te beoordelen is.

Waarom deze uitvoering juist hier gekozen wordt

De keuze voor een baan zonder ribbels op een renovatiedak is vaak een keuze voor rust in het beeld, niet voor eenvoud in de uitvoering. Een architect of opdrachtgever die een strak, ongebroken vlak wil zien, kiest bewust voor het risico dat een oneffenheid in de ondergrond zichtbaar wordt, in de wetenschap dat een ril of een lijnenpatroon dat risico juist zou maskeren. Dat is een afweging die op de bouwplaats zelf gemaakt wordt, met het bestaande dakvlak in het zicht, niet iets waar wij een algemene regel voor kunnen geven. Wel is het verstandig om, voordat de eerste baan gelegd wordt, het bestaande vlak te controleren op de plekken waar de klemmen komen te staan, en niet pas wanneer de laatste baan is geklikt.

Ons aandeel in dat proces is de levering: platen op maat gewalst tussen 450 en 8000 mm, op de millimeter afgekort, zodat er op de bouw geen overtollig zaagwerk nodig is dat de rand van de plaat beschadigt. Wij denken mee op tekening, zonder kosten voor dat meedenken, en dat is precies waar een renovatieproject als dit om vraagt: niet een standaardoplossing, maar een baanlengte en een klemverdeling die passen bij het dakvlak zoals het er nu bij ligt, bitumen en al.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink