Klikzink

Een baan zonder ribbels op multiplex

Een vlakke baan zonder verstijvingsril en zonder micro-lines laat zien wat eronder ligt. Op een gesloten plaatvloer is dat meestal geen probleem, want multiplex is over de volle breedte vlak en blijft dat ook. Maar juist omdat er niets is om het oog af te leiden, valt elke onregelmatigheid in de bevestiging op. Waar op een baan met lijnen in het vlak een klem die net iets anders trekt wegvalt tussen de reliëflijnen, tekent die beweging zich op een glad vlak af als een subtiele golving die je vooral bij strijklicht ziet.

Dat is de eerste reden om bij een glad vlak goed te kijken naar de klemmen onder de fels. Ze zitten verdeeld over de lengte van de baan en elke klem draagt een stuk van de plaat. Hoeveel dat stuk is, hangt af van de afstand tussen de klemmen en van de baanbreedte. Bij een werkende breedte van 475 mm is de belasting die per klem wordt opgevangen een optelsom van het gewicht van de plaat zelf, van windbelasting en van de beweging die ontstaat door temperatuurverschil. Staal zet ongeveer half zoveel uit als zink, wat de bewegingsmarge per klem kleiner maakt dan bij een zinken variant, maar de beweging is er nog steeds, en die moet ergens landen zonder dat de plaat om de klem heen gaat plooien.

De plaatvloer als vaste maat

Op een gesloten plaatvloer ligt de ondergrond overal even sterk, en dat is precies waarom de klemverdeling hier voorspelbaarder is dan op een ondergrond van losse delen. Bij een dakbeschot van losse planken moet elke klem terechtkomen op een punt waar hout onder zit, en dat dwingt soms tot een verdeling die niet optimaal is voor de fels maar wel voor de plank die er net toevallig ligt. Multiplex kent dat probleem niet. Een klem kan in principe overal komen waar de fels loopt, wat betekent dat de klemafstand bepaald wordt door wat de baan nodig heeft, niet door wat de ondergrond toevallig biedt.

De enige plek waar dat anders ligt, is bij de naden tussen de platen. Een plaatvloer is gesloten in de zin dat er nergens een gat in zit, maar hij bestaat wel uit aan elkaar gelegde platen, en die naad is een zwakkere plek om een klem in te draaien dan het midden van een plaat. Een schroef die precies op een naad terechtkomt, grijpt maar half in het hout, en dat is een andere reden waarom wij op tekening meekijken naar waar de klemrijen precies vallen ten opzichte van de plaatindeling. Dat is geen kwestie van millimeterwerk aan de fels zelf, maar van het vooraf afstemmen van de plaatmaat op de klemmaat, zodat een naad niet net onder een klemrij komt te liggen.

Wat het aantal klemmen bepaalt

Het aantal klemmen dat een baan nodig heeft, is niet los te zien van waar die baan ligt en hoe die te zien is. Op een gevel, waar de baan verticaal loopt en het eigen gewicht van de plaat naar onder trekt, ligt de belasting anders dan op een dakvlak vanaf zes graden helling, waar wind een grotere rol speelt dan gewicht. Bij een glad vlak zonder ril komt daar nog iets bij: omdat er geen structuur in het vlak zit die kleine hoogteverschillen verbergt, is de tolerantie voor een klem die net iets losser of vaster zit kleiner dan bij een geribbelde uitvoering. Dat betekent niet dat er per definitie meer klemmen nodig zijn, maar wel dat de plaatsing consequenter moet zijn over de hele lengte van de baan.

Waar dat in de praktijk merkbaar wordt, is bij een lang, ononderbroken vlak zonder doorsnijdingen, bijvoorbeeld een gevelvlak van enkele meters hoog zonder kozijnen of doorvoeren. Zo'n vlak heeft geen tussenstop waar een kleine oneffenheid in de klemafstand visueel wordt opgevangen door een andere aansluiting. De baan loopt van boven naar onder door, en elke klem draagt zijn deel zonder dat er onderweg iets aan het beeld verandert. Dat is anders dan bij een dakvlak dat onderbroken wordt door een schoorsteen of een dakraam, waar het oog toch al bij elke aansluiting even stilstaat en een kleine golving in het vlak minder snel opvalt.

De grens van het gladde vlak

Er is een punt waarop een glad vlak op multiplex niet meer de voor de hand liggende keuze is, en dat punt ligt bij de combinatie van een grote onderbroken oppervlakte en een ondergrond die niet helemaal vlak aangelegd is. Multiplex is van zichzelf vlak, maar een plaatvloer die slordig gelegd is, met een klein niveauverschil tussen twee platen, tekent zich op een glad vlak eerder af dan op een vlak met een ril of met micro-lines. In die situatie is het niet de fels die het probleem veroorzaakt, maar de ondergrond die zichtbaar wordt door een oppervlak dat niets verbergt. Wij zeggen dan liever vooraf dat een vlak met structuur hier praktischer is dan achteraf een glad vlak leveren dat laat zien wat er onder zit.

Ook bij een baan die over een lange afstand zonder onderbreking loopt en waarbij de opdrachtgever nadrukkelijk om een strak, modern beeld vraagt, is het de moeite waard om vooraf te kijken naar de klemafstand in verhouding tot de lengte. Een baan van acht meter, geleverd op maat en op de millimeter afgekort, heeft over die lengte meer klemmen nodig dan een korte baan, en bij een glad vlak is de consequente plaatsing van die klemmen belangrijker dan bij een vlak dat kleine verschillen zelf camoufleert.

Wat dit betekent voor de volgorde op de bouw

Voor de dakdekker die de banen legt, betekent een gesloten plaatvloer dat de klemmen niet gebonden zijn aan waar toevallig een balk ligt, zoals bij een houten onderconstructie met kepers wél het geval is, zie hoe wij dat uitleggen bij [de hoekkeper op multiplex](/bevestiging/multiplex/hoekkeper). Dat maakt het leggen zelf voorspelbaarder: de klemafstand die op tekening staat, is de klemafstand die op de plaat terechtkomt, zonder dat er ter plekke geschoven moet worden omdat er nu eenmaal geen hout zit waar de klem hoort te komen. Dat is een van de dingen die het werk met een gesloten plaatvloer prettiger maakt dan met een onderconstructie van losse delen, ook los van hoe het vlak er straks uitziet.

Waar wél op gelet moet worden, is de plaatindeling van de multiplex zelf voordat de eerste baan gelegd wordt. Een plaatvloer wordt gelegd in platen van een vaste maat, en die maat valt zelden precies samen met de klemafstand die voor een specifieke baanlengte optimaal is. Door dat vooraf op tekening af te stemmen, ook wanneer een dakvlak grenst aan een schoorsteen of een dakraam waar toch al specifieke aansluitdetails nodig zijn, zoals te lezen bij [de schoorsteen op multiplex](/bevestiging/multiplex/schoorsteen), voorkomt men dat een klem op een plaatnaad terechtkomt op het moment dat de banen al liggen en er niets meer aan te doen is zonder de plaat opnieuw te leggen.

Een glad vlak op een gesloten plaatvloer is dus geen kwestie van eenvoudigweg de baan zonder ril bestellen. Het is een combinatie waarbij de voorspelbaarheid van de ondergrond en de consequentie van de klemplaatsing elkaar in evenwicht houden, en waarbij vooraf meedenken over de plaatindeling voorkomt dat een detail dat op tekening onschuldig lijkt, op het dak of de gevel zichtbaar wordt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink