Klikzink
Het boeiboord is het verticale vlak onder de dakrand, de kant die u ziet als u vanaf de grond omhoog kijkt. Op multiplex is dat vlak net zo goed een plaatvloer als het dakvlak erboven, maar het ligt anders in de constructie en het beweegt anders onder temperatuurwisselingen. De naad waar dakvlak en boeiboord elkaar raken, de knik in de lijn, is het punt waar wij het meest opletten bij het uitzetten van de klemmen.
Op een gesloten multiplex ondergrond is de plaatvloer overal even stijf. Dat is een voordeel ten opzichte van een boeiboord dat is opgebouwd uit losse delen met tussenruimtes: daar moet elke klem op een stuk hout vallen dat die klem ook kan dragen, en dat dwingt de baanindeling. Op multiplex speelt dat niet. De plaat onder de fels is er overal, en de klem kan in principe overal staan waar de constructie daaronder voldoende diep is. Wat op multiplex wel bepalend is, zijn de plaatnaden. Twee platen die tegen elkaar liggen vormen een lijn waar de ondergrond een fractie kan bewegen, en een klem die precies op die naad valt, zit niet vast op één plaat maar op de rand van twee. Bij het uitzetten van de baanverdeling houden wij daar rekening mee: de klemlijn wordt zo gelegd dat de bevestigingspunten niet op een plaatnaad terechtkomen, ook niet in het boeiboord.
Waar het dakvlak overgaat in het boeiboord, verandert de richting van de plaat negentig graden of daaromtrent. De felsbaan die over die knik loopt, moet aan beide zijden vastzitten zonder dat de klem zelf op de knik komt te staan. Bij een rechte doorloop, waarbij één baan zowel het laatste stuk dakvlak als het bovenste stuk boeiboord bedekt, wordt de klem net voor en net na de knik gezet, nooit erop. De plaat kan daar namelijk niet vlak liggen: op de knik zelf is er altijd een minieme speling tussen de fels en de ondergrond, en een klem die daar vastgedraaid wordt, trekt de plaat scheef in plaats van vlak. Bij een rondere overgang, waarbij het boeiboord met een eigen afzonderlijke baan wordt bekleed die aansluit op de baan van het dakvlak, ligt de klemlijn van het boeiboord parallel aan de rand en op regelmatige afstand daarvan, los van wat er op het dakvlak gebeurt. Die keuze, doorlopende baan of aparte baan per vlak, hangt af van de hoek en van de lengte van het boeiboord, en wordt op tekening bepaald voordat er iets gelegd wordt.
Op een liggend dakvlak draagt de klem vooral het eigen gewicht van de plaat en de belasting van boven, zoals wind die van boven op het vlak drukt. In het boeiboord staat de plaat verticaal, en de belasting komt voornamelijk van de zijkant: windzuiging die de plaat van de ondergrond af wil trekken. Dat is een andere krachtrichting, en de klem moet daar tegen kunnen. Omdat er geen schroef door de plaat gaat, zit de bevestiging altijd onder de fels, verscholen tussen de plaat en de ondergrond. Dat is op het boeiboord net zo belangrijk als op het dakvlak, misschien nog wat belangrijker, omdat een boeiboord op ooghoogte hangt en een doorboring die na jaren gaat roesten daar veel eerder wordt gezien dan hoog op een dakvlak.
De plaat zet uit en krimp, ook verticaal gemonteerd. Zink zet meer uit dan het stalen materiaal dat wij leveren, dat ongeveer de helft beweegt bij dezelfde temperatuurwisseling, maar ook onze platen hebben ruimte nodig om te kunnen bewegen zonder dat de klem dat tegenhoudt. In het boeiboord speelt dat net zo als op het dakvlak: de klem laat de plaat in de lengterichting van de fels bewegen, maar houdt hem dwars vast. Bij een lang boeiboord, zeg een gevellengte van meer dan een paar meter, moet die bewegingsruimte er dus zijn, ook al is de baan verticaal gemonteerd in plaats van liggend.
De fout die wij het vaakst tegenkomen bij een boeiboord op multiplex is een klem die op de knik zelf is gezet, of een klem die precies op een plaatnaad valt. In beide gevallen lijkt het dak of gevel bij de eerste inspectie prima dicht. Het probleem ontstaat pas na een paar jaar, wanneer de kleine bewegingen die de plaat en de ondergrond onafhankelijk van elkaar maken, de klem gaan belasten op een manier waar hij niet voor bedoeld is. Op de knik trekt dat de fels een fractie open. Op een plaatnaad kan de klem meebewegen met de naad, waardoor de fels boven die klem als eerste los gaat zitten. Het is in beide gevallen geen acuut lek, maar een zwakke plek die groter wordt.
Een tweede fout is een boeiboord dat te weinig diepte heeft om de klem goed te laten aangrijpen. Het multiplex onder de fels moet dik en vlak genoeg zijn om de klem stevig te laten pakken; als het boeiboord is opgebouwd met een dunnere plaat dan het dakvlak, om gewicht of kosten te besparen, moet dat vooraf bekend zijn, omdat de klemafstand daar dan op aangepast wordt. Wij denken daar op tekening in mee, zonder kosten, juist omdat dit precies het soort detail is dat je liever voor de levering oplost dan tijdens het leggen.
Een derde punt waar het misgaat is de aansluiting onderaan het boeiboord, waar de plaat overgaat in de dakrand of de onderslagprofiel. Dat is het gebied waar de klemlijn van het boeiboord stopt en een ander detail begint; die overgang staat beschreven bij de dakrand op multiplex, maar de reden dat wij het hier noemen is dat de laatste klem in het boeiboord op de juiste afstand van die rand moet staan. Te dicht op de rand, en de klem mist grip. Te ver van de rand, en het onderste stuk plaat kan bij windbelasting gaan trillen omdat het onvoldoende ondersteund is.
Op multiplex is het boeiboord in de praktijk sneller te leggen dan op een onderconstructie van losse delen, omdat de plaat overal een gelijke ondergrond biedt en de klemafstand niet gedicteerd wordt door waar het hout wel of niet zit. Dat is een reëel voordeel, en het is ook precies waarom de plaatnaden dan des te belangrijker worden: op een gesloten vloer is de naad de enige onregelmatigheid die overblijft, en die moet je dus wel weten te vinden voordat de eerste klem gezet wordt. Wij leveren de banen op maat, tot op de millimeter afgekort, zodat de baanlengte van het boeiboord past op de werkelijke hoogte van dat vlak, inclusief de overlap die nodig is bij de knik. Dat scheelt afsnijden op de bouw, en het scheelt vooral discussie achteraf over waar precies de klem had moeten staan.