Klikzink

De gevelaansluiting op sandwichpaneel

Waar een dak tegen een opgaande muur loopt, houdt de felsbaan zelf op en begint een ander onderdeel: de loodslabbe of het aansluitprofiel dat over de laatste baan heen valt en tegen de muur omhoog loopt. Dat stuk moet twee dingen tegelijk kunnen. Het moet water keren op een plek waar twee vlakken samenkomen, en het moet meebewegen met een dakvlak dat bij temperatuurwisselingen een paar millimeter opschuift. Op sandwichpaneel komt daar een derde eis bij, en die zit niet in het profiel maar in de ondergrond waar het aan vastgeschroefd wordt.

Een sandwichpaneel is geen massief hout of beton waar een schroef zich in vastzet over de volle lengte. Het is een geïsoleerde plaat met een staalhuid boven, een kern van isolatiemateriaal, en een staalhuid onder. Alle bevestiging aan de gevel moet door die bovenhuid heen, in het draagconstructie erachter, zonder de kern samen te drukken. Drukt een schroef de isolatie in, dan ontstaat er een klein kuiltje rond de kop, en op die plek verzamelt zich vocht dat er niet had moeten zijn. Bij de gevelaansluiting is dat risico groter dan elders op het dak, omdat hier meer schroeven dicht bij elkaar zitten: het aansluitprofiel wordt om de paar honderd millimeter vastgezet, terwijl de felsbaan zelf nergens doorboord wordt.

Waarom deze aansluiting anders is dan de rest van het dak

Op het vlakke deel van het dak is onze bevestiging blind. De klem grijpt onder de fels, de plaat zelf blijft ongeschonden, en er loopt geen schroef door de zink of het staal heen. Dat is precies waarom een klikdak op sandwichpaneel zo aantrekkelijk is: geen doorvoerpunten in het vlak, dus geen doorvoerpunten die op termijn kunnen gaan lekken. Bij de gevelaansluiting geldt dat niet meer. Het profiel dat tegen de muur omhoog gaat, ligt niet in het klikprofiel van de baan en moet dus zelf mechanisch bevestigd worden, meestal met een rij schroeven net onder de bovenrand, verdekt onder de volgende laag of het pleisterwerk. Dat is dus de plek waar dit dak, ondanks de blinde bevestiging in het vlak, toch een schroef door de plaat heeft. Wie dat niet weet, verwacht een dak zonder doorboringen en is verbaasd als de dakdekker bij de muur wel de schroefmachine pakt.

De schroeflengte is hier geen kwestie van een tabel raadplegen, maar van de paneeldikte optellen bij wat er nodig is om in de drager achter de bovenhuid te komen. Een paneel van 60 millimeter vraagt een andere schroef dan een paneel van 100 millimeter, en een schroef die te lang is drukt door de onderhuid, wat op een gevel minder zichtbaar is dan op een dak maar wel de reden is dat er koudebruggen en soms lekkage aan de binnenkant ontstaan. Een schroef die te kort is grijpt niet genoeg vast in de drager en gaat op termijn los zitten, precies op de plek waar windbelasting op een gevel het grootst is: de overgang van dak naar muur staat bloot aan opwaartse windzuiging die de rest van het vlak niet voelt.

Wat er misgaat als de opeenvolging niet klopt

De volgorde van werken bepaalt hier meer dan bij een aansluiting op een andere ondergrond. Eerst komt de laatste rij felsbanen, dan het aansluitprofiel dat over de bovenkant van die banen heen valt zodat water er nooit onder kan lopen, en dan de bevestiging van dat profiel in de bovenhuid van het paneel. Wordt die volgorde omgedraaid, of wordt het profiel te strak tegen de baan aan gezet zodat de baan niet meer kan uitzetten, dan werkt de aansluiting zichzelf los. Stalen felsbanen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, maar nul is het niet, en bij een felle aansluiting tegen een muur is er geen ruimte om die beweging op te vangen. Op een steile gevel in de volle zon kan dat verschil over een paar meter breedte al een paar millimeter zijn, genoeg om een strak gemonteerd profiel te laten trekken.

Een tweede foutbron is de plaats van de schroef ten opzichte van de naad tussen twee sandwichpanelen. Panelen worden meestal met een overlap of een sponning aan elkaar gekoppeld, en die naad is al de zwakste plek in de bovenhuid. Wordt de bevestiging van het aansluitprofiel toevallig net op die naad gepland, dan zet de schroef niet in vol materiaal maar in de rand van twee platen, waar de kans op scheuren of het intrekken van de kop groter is. Op de bouw betekent dat vooraf even kijken waar de paneelnaden lopen voordat het profiel wordt uitgezet, iets wat bij een aansluiting op een houten regelwerk of metselwerk minder uitmaakt omdat daar de drager doorlopend is.

De derde plek waar het misgaat is de kop van de schroef zelf. Bij een gevelaansluiting zit die vaak verdekt, onder een volgende laag beplating of net boven het zicht vanaf de grond, en dat verleidt ertoe om de afdichting rond de schroefkop over te slaan omdat niemand het toch ziet. Maar de schroef zit in de bovenhuid van een paneel dat de gevel waterdicht moet houden, zichtbaar of niet. Een schroefkop zonder afdichtring of zonder voldoende aandraaimoment is een lek in wording, ook al ligt hij honderd procent onder het zicht.

Waar dit detail wél op andere ondergronden lijkt

Het principe van de meebewegende afdekking geldt op elke ondergrond: zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de nok](/bevestiging/sandwichpaneel/nok), moet een overgang tussen twee vlakken altijd ruimte houden voor de beweging van de baan, ongeacht waar die baan op ligt. Het verschil met sandwichpaneel zit dus niet in het profiel of in de manier waarop de felsbaan zelf vastklikt, maar puur in wat er achter de bovenhuid zit en hoeveel houvast een schroef daar krijgt. Bij een aansluiting op metselwerk is de vraag hoe diep een keramische of chemische verankering moet zitten; bij sandwichpaneel is de vraag of de schroef door de isolatie heen de drager raakt zonder die isolatie samen te drukken. Wie dat weet, kan op de bouwplaats meteen zien of een aansluiting goed zit: geen deukjes rond de schroefkoppen, geen strak gespannen profiel tegen een baan die niet kan bewegen, en een schroeflengte die is afgestemd op de daadwerkelijke paneeldikte in plaats van op een standaardmaat uit de kist.

Op tekening is dit detail eenvoudig te controleren voordat er iets gemonteerd wordt. Wij denken daarbij mee zonder daar kosten voor te rekenen, juist omdat een fout in dit detail zich pas na een paar jaar toont, als de eerste storm de zwakke schroef vindt of de eerste temperatuurwisseling de te strakke aansluiting laat trekken.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink