Klikzink
Bijna elk hellend dak komt ergens uit op een plat vlak. Een dakkapel met een plat dakje, een aanbouw, een overstek dat uitloopt in een plat deel boven een uitbouw. Op dat punt ontmoeten zich twee dingen die niet hetzelfde doen: een hellend vlak dat water snel afvoert, en een plat vlak dat water even laat liggen voor het naar de afvoer gaat. Bij ons systeem is die overgang een detail in de bevestiging. Bij een dak dat met bitumen is afgewerkt, is die overgang een detail in de kleeflaag. Dat verschil bepaalt hoe het aansluitpunt zich de komende decennia gedraagt.
Op het platte deel ligt meestal een bitumen dakbedekking, gebrand of gekoud gelijmd, in banen die elkaar overlappen en aan elkaar vastzitten door de bitumen zelf te verhitten of door een zelfklevende onderlaag. Dat geeft een gesloten vlak zonder naden die apart bevestigd zijn: de banen worden letterlijk één laag. Onze felsbanen werken andersom. De platen liggen los naast elkaar en klikken vast over een klem die onder de fels schuift. Er is geen laag die aan de volgende laag vastgesmolten wordt, er is een baan die aan de ondergrond vastklikt en die naast zijn buurbaan in een fels grijpt. Op de overgang zelf betekent dat: de felsbaan loopt door tot aan de rand van het platte deel, en daar wordt hij afgewerkt met een randstrook die over de bitumen opstand heen valt of eronder wordt ingewerkt, afhankelijk van hoe de aannemer het wil hebben. Hoe dat er in detail uitziet, hangt af van de situatie op het dak, en dat leggen we uit bij de aansluiting op een klikdak zelf.
Het is niet eerlijk om te doen alsof onze bevestiging op elk punt wint. Bitumen heeft één groot voordeel op precies dit detail: het is een aaneengesloten membraan. Bij een goed uitgevoerde bitumen aansluiting is er geen naad, geen overlap die apart afgedicht moet worden, geen punt waar twee verschillende materialen tegen elkaar aan liggen. Het water ziet één laag, van de nok van het platte dak tot aan de afvoer. Bij een felsdak dat op een plat dak aansluit, zijn het altijd twee systemen die elkaar raken, en elke plek waar twee systemen elkaar raken is een plek waar iets fout kan gaan als het niet goed is uitgevoerd. Een dakdekker die dertig jaar bitumen heeft gelegd, kent dat aansluitpunt met dichte ogen; bij een klikdak is het een detail dat om aandacht vraagt, ook al is de uitvoering niet moeilijk.
Bitumen is ook flexibeler in de vorm. Rond een schoorsteen, langs een dakraam, bij een rondje om een doorvoer heen: bitumen plooit mee. Onze platen zijn vlakke banen met een rechte fels, en die moeten met een aparte rand- of hoekstrook om een obstakel heen gewerkt worden. Bij een dak met veel van dat soort punten scheelt dat in het aantal handelingen, en dat is precies waarom we ergens anders apart ingaan op een dak met veel dakdoorvoeren.
Wat bij ons anders ligt, is wat er met dat aansluitpunt gebeurt over de jaren. Bitumen verouderd door UV, door temperatuurwisseling, en door de spanning die ontstaat als de onderlaag zet of krimpt. Een bitumen laag die aan een randafwerking vastgeplakt zit, moet die beweging opvangen zonder te scheuren. Bij ons zit de plaat niet vast aan de randafwerking; hij klikt in een klem die zelf ruimte geeft aan de plaat om te bewegen. Onze felsbanen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, en die uitzetting gebeurt in de lengte van de baan, niet dwars over de fels. Op de overgang naar het platte dak betekent dat: de aansluitrand hoeft geen beweging op te vangen die uit de plaat zelf komt, want die beweging speelt zich al eerder af, verderop op het vlak.
Bij een lek is het verschil ook merkbaar. Een bitumen dak dat lekt bij een aansluiting, moet vaak over een groter oppervlak open, omdat de laag aan elkaar vastzit en je niet zomaar één strook eruit haalt zonder de rest los te trekken. Bij ons is de plaat die het dichtst bij het aansluitpunt ligt, apart uit de klem te lichten. Dat is geen garantie dat een reparatie klein blijft, want het ligt aan waar het probleem precies zit, maar het uitgangspunt is anders: een systeem van losse, geklikte onderdelen laat zich per onderdeel benaderen, een gesmolten laag niet.
Op de bouwplaats zelf zie je het verschil vooral in de volgorde van werken. Bij bitumen wordt de aansluiting vaak in één doorgaande werkgang gemaakt: de dakdekker brandt de laag door tot in de opstand en werkt door tot de rand rond is, in één keer, met open vuur of met een föhn voor de koude verwerking. Dat weer moet daarbij meewerken; regen of te veel wind maakt dat werk lastig. Onze aansluiting wordt gemaakt nadat de felsbanen al liggen en de klemmen al vastzitten. De randstrook is een apart onderdeel dat wordt aangesloten op de bovenste baan, en dat kan meestal droog gebeuren, ook bij wisselend weer, al blijft het geen werk voor bij vorst of storm.
Dat verschil in volgorde speelt ook een rol bij een gefaseerde oplevering, waar het platte dak soms al eerder klaar moet zijn dan het hellende vlak ernaast, of omgekeerd. Bij bitumen moet je dan vaak wachten met de laatste rand tot het andere deel er ook ligt, omdat de laag in één keer wordt afgewerkt. Bij ons kan de felsbaan al liggen en later pas de aansluitstrook erbij, zonder dat er iets opnieuw verhit of opnieuw geplakt moet worden.
Bitumen dakbedekking heeft een eindige levensduur die vaak korter is dan die van een stalen felsbaan, en dat geldt ook voor het gedeelte waar de twee systemen elkaar raken. Als het platte dak na een aantal jaren opnieuw bekleed moet worden, wordt de aansluiting met het felsdak meestal ook opnieuw gemaakt, ook als de felsbanen zelf nog in orde zijn. Dat is voor een opdrachtgever geen kleine post: het is werk aan een deel van het dak dat op zichzelf niets mankeert. Bij ons blijft de felsbaan liggen; alleen de randstrook aan de kant van het platte dak wordt losgemaakt en opnieuw aangesloten op de nieuwe bitumen laag. Dat is minder werk dan een hele aansluiting opnieuw branden, maar het is ook geen reden om te denken dat er aan die kant van het dak niets meer naar gekeken hoeft te worden.
Waar het op neerkomt, is dat de keuze voor een van de twee systemen op dit punt niet alleen een kwestie van smaak of budget is. Een dak met veel doorvoeren, veel bochten of een complexe vorm rond het aansluitpunt kan met bitumen sneller en met minder losse onderdelen worden afgewerkt. Een dak waar de aansluiting maar op een paar plekken voorkomt, en waar de opdrachtgever liever een systeem heeft dat per onderdeel te repareren is zonder de rest open te breken, is bij een mechanisch bevestigde felsbaan beter af. Wij denken op tekening mee over hoe die aansluiting het beste vorm krijgt, en dat kost niets; stuur ons de situatie en wij kijken mee naar wat op die plek werkt.