Klikzink
De klem onder onze fels zit met een schroef in de ondergrond, en op multiplex is die schroef het onderdeel waar de rest van de bevestiging op rust. De baan zelf hangt nergens aan vast, de fels doet het werk van het vlak dicht houden, maar de klem die de fels op zijn plaats houdt, zit met een schroef in het plaatmateriaal. Wordt die schroef verkeerd gekozen, dan is de rest van de opbouw theorie.
Op multiplex is de situatie anders dan op een dak met gordingen of losse delen. Multiplex is een gesloten plaat, meestal 18 tot 22 millimeter dik, opgebouwd uit kruislings gelijmde houtlagen. Dat maakt de ondergrond overal even sterk. Waar bij een houten onderconstructie met kepers de schroef soms wel en soms net niet raak schroeft, kan een schroef in multiplex vrijwel overal terecht zonder dat de trekwaarde daalt. Dat is voor de rekensom achter de klemafstand een prettig gegeven, want een dak zonder doorboringen door de plaat zelf leunt volledig op die klemmen, en de trekwaarde van elke schroef telt mee in hoe de wind het dak beproeft.
Een schroef in multiplex moet lang genoeg zijn om door de klem en door de volledige plaatdikte te gaan zonder aan de onderzijde door te breken, en kort genoeg om niet in isolatie of dampremmende lagen te eindigen die daar niet voor bedoeld zijn. Bij 18 millimeter multiplex is dat een andere lengte dan bij 22 millimeter, en een schroef die voor een dikkere plaat is uitgezocht, houdt op een dunnere plaat minder hout vast dan berekend. De draad speelt hier net zo hard mee. Een grove houtdraad zet zich in het gelijmde plaatmateriaal anders vast dan in massief hout, en een schroef met te weinig draadgang trekt zichzelf niet voldoende in de plaat. Bij een dakrenovatie waar de oude beplating vervangen is door nieuw multiplex, is dit het moment waarop een aannemer soms teruggrijpt op de schroeven van de vorige klus. Dat is meestal de plek waar het misgaat, want de oude schroeven waren voor een ander plaatmateriaal bedoeld.
De kop van de schroef bepaalt op zijn beurt of de klem vlak blijft liggen. Een verzonken kop trekt de klem tegen de plaat aan, een kop die niet volledig wegzinkt, houdt de klem net iets omhoog, en dat kleine verschil is precies waar de fels straks wel of niet strak aansluit. Op een gesloten plaatvloer valt dit eerder op dan op een ondergrond met kieren, omdat er nergens speling in de plaat zelf zit om het verschil op te vangen.
Multiplex komt in platen, en die platen hebben naden. Op een gesloten plaatvloer is de ondergrond zelf overal gelijk sterk, maar de naad tussen twee platen is een andere zaak. Een schroef die precies op de naad terechtkomt, pakt maar de helft van zijn draad in vast materiaal, en de andere helft in de rand van de plaat ernaast, waar het hout eerder splijt dan vasthoudt. Dat is de reden waarom bij het uitzetten van de klemafstand de plaatnaden mee worden ingetekend, en waarom een klem soms een paar centimeter opschuift ten opzichte van waar hij op de tekening eigenlijk zou vallen. Op een dak met losse delen valt een naad vaak samen met een keperrand die toch al vermeden wordt, op multiplex moet die controle apart gebeuren, plaat voor plaat.
In de praktijk betekent dit dat de leggersploeg, voordat de eerste baan valt, de platenindeling van de onderconstructie naloopt tegen de geplande klemposities. Bij een schuur van twaalf meter lang, gedekt met platen van twee meter vijftig, zijn dat vijf naden die het vlak doorkruisen. Valt een naad precies onder een rij klemmen, dan wordt die rij een paar centimeter verschoven, of de plaat wordt met een paar centimeter overlap op een onderliggende regel bevestigd zodat de naad zelf weer op vast hout ligt. Dat is geen aanpassing aan de felsbaan, die blijft ongewijzigd, het is een aanpassing van waar de schroef zijn houvast zoekt.
Multiplex als ondergrond is voorspelbaar, en dat voorspelbare karakter is precies waarom het als ondergrond voor een klikdak vaak de voorkeur krijgt boven een dak met alleen gordingen. Er is geen risico dat een klem tussen twee kepers in de lucht hangt, want de plaat vangt dat op. Wat multiplex niet oplost, is een schroef die te kort is gekozen voor de plaatdikte, of een schroef die op een naad terechtkomt zonder dat daar bij is stilgestaan. De sterkte van de plaat is dan aanwezig, maar wordt niet aangesproken.
Er zijn ook situaties waarin een schroef in multiplex niet de aangewezen keuze is, bijvoorbeeld wanneer de plaat vochtig is geweest en gezwollen, of wanneer eerdere doorboringen op exact diezelfde plek al hout hebben weggenomen. Een schroef die in een oud schroefgat wordt herplaatst, pakt minder vast materiaal dan een schroef in ongebruikt hout, en dat verschil is met het oog niet te zien. Bij renovatie is dit een van de weinige momenten waarop de aannemer beter een paar centimeter verschuift dan het oude gat opnieuw gebruikt.
Wat dit voor de rest van het dak betekent, hangt af van waar de bevestiging naartoe loopt. Op de nok, bij de dakvoet en bij aansluitingen op doorvoeren of een schoorsteen gelden weer andere afstanden en andere overwegingen, en die staan behandeld zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de nok](/bevestiging/multiplex/nok) en bij [de dakvoet op multiplex](/bevestiging/multiplex/dakvoet). De schroef zelf verandert daar niet fundamenteel, maar de belasting die hij moet weerstaan, wel, en dat is precies waarom dezelfde schroef op de ene plek ruim voldoet en op de andere net te kort schiet.
Voor wie de platenindeling van een dak op tekening heeft en twijfelt over waar de klemmen wel en niet kunnen vallen, denken wij daar op de tekening in mee, zonder dat daar kosten aan hangen.