Klikzink
De dakvoet is de onderrand van het dak, de plek waar de banen beginnen en waar al het water dat over het vlak naar beneden loopt uiteindelijk langskomt. Het is ook de plek waar de wind het hardst aan de bekleding trekt. Bij een felsdak op stalen dakplaat is dat geen kwestie van esthetiek of afwerking, het is een bevestigingsvraag: hoe zit die onderste klemrij vast, en op wat.
Bij een klikdak wordt de eerste klem, onderaan de dakvoet, meestal net iets dichter opeen gezet dan de klemmen hoger op het vlak. Dat is geen extra vinkje op een tekening, het volgt uit hoe wind op een dak werkt. De onderrand van een dakvlak staat bij opwaartse windbelasting het meest onder trek, en de eerste rij klemmen is de rij die die trekkracht als eerste voelt en moet doorgeven aan de ondergrond. Bij een felsbaan die blind bevestigd is, zonder doorlopende schroef door de plaat, loopt die kracht via de klem naar de bevestiging daaronder, en die bevestiging ligt op een damwand- of trapeziumplaat, niet op een massief dek.
Op een houten of betonnen ondergrond zit een schroef in massief materiaal. Het draait vast, het houdt, en de plaat waarin het zit beweegt vrijwel niet mee met temperatuurschommelingen. Een damwand- of trapeziumplaat is dun staal, doorgaans tussen de 0,63 en 1 millimeter, geprofileerd met dalen en toppen. De schroef die de klem aan die plaat bevestigt, moet in de top van het profiel komen, waar het metaal het meest gesteund wordt door het profiel zelf. Zet je hem in het dal, dan zit de schroef in een vlak stuk plaat zonder die extra stevigheid, en trekt hij bij belasting makkelijker los of vervormt het gat.
Dat verschil klinkt klein, maar het bepaalt de hele klemrij bij de dakvoet. Waar op een houten ondergrond de klemafstand redelijk vrij te kiezen is binnen de normale marge, moet die afstand op damwandstaal aansluiten op de profielslag van de plaat eronder. De klem moet precies op een top vallen, en de top van een damwandprofiel ligt niet altijd waar de felsbaan hem toevallig nodig heeft. In de praktijk betekent dit dat de plaatsing van de damwandplaat en de maatvoering van de felsbanen op elkaar afgestemd moeten zijn voordat er iets gelegd wordt, niet achteraf met een extra schroef ergens tussenin.
Op een dicht dek gebruik je een houtschroef of een schroef met een boorpunt die zich in massief materiaal vastzet. Op stalen damwandplaat is dat een zelfborende schroef die door twee lagen dun staal moet: de klem zelf en de damwandplaat daaronder. Die schroef moet voldoende diep in de top van het profiel grijpen, en de aandraaimomenten liggen anders dan bij hout. Een schroef die te los wordt aangedraaid, geeft de klem speling, en bij de dakvoet, waar de trekkracht het grootst is, is speling het eerste wat zich meldt bij storm. Een schroef die te strak wordt aangedraaid, vervormt het gat in het dunne staal, waardoor de schroef juist minder houvast krijgt in plaats van meer. Op een dicht dek merk je die fout soms niet meteen, op damwandstaal wel, omdat er simpelweg minder materiaal is om de fout in op te vangen.
Er is ook een verschil in trilgedrag. Damwand- en trapeziumplaten werken, zeker bij wind, net iets mee met de belasting: ze buigen een fractie, ze veren. Een schroef die op een dicht, star dek probleemloos vastzit, kan op een meebewegende plaat na jaren van herhaalde microbewegingen losser gaan zitten, vooral als hij niet in de top van het profiel zit maar ergens tussenin waar de plaat het meest buigt. Bij de dakvoet, waar de wind het hardst aangrijpt, is dat precies de plek waar je die marge niet wilt hebben.
Stalen felsbanen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, maar ze zetten wel uit, en die beweging moet ergens landen. Bij een goed gelegd dak concentreert de vaste bevestiging zich op één punt per baan, meestal bovenaan, terwijl de klemmen daaronder de baan laten glijden zodra de temperatuur verandert. De dakvoet is typisch het einde van die glijbeweging: de plek waar de baan aankomt na uitzetting of krimp, niet het punt waar hij wordt vastgehouden. Op stalen damwandplaat verandert dat principe niet, maar de tolerantie ervoor is kleiner. Omdat de klemafstand al gestuurd wordt door de profielslag van de damwandplaat, is er minder ruimte om de vaste bevestiging net iets te verschuiven om plek te maken voor de glijbeweging. Wie dat niet meeneemt in de opzet, ziet bij de dakvoet op een dag met flinke temperatuurwisseling een lichte kromtrekking van de onderste baan, terwijl hoger op het dak niets te zien is.
De meest voorkomende fout is dat de eerste klemrij op dezelfde manier gezet wordt als de rest van het dak, zonder rekening te houden met de extra trekkracht aan de onderrand. Dat merk je niet bij de oplevering. Het meldt zich pas bij de eerste stevige storm uit een ongunstige hoek, wanneer de onderste rand van het dakvlak als eerste beweegt. Een tweede fout is de schroef die in het dal van het damwandprofiel is gezet in plaats van in de top, vaak omdat de klemafstand van de felsbaan niet is afgestemd op de profielmaat van de plaat. Dat is in de tekenfase op te lossen, op de bouwplaats zelf is het lastiger te herstellen zonder de plaat opnieuw te positioneren.
Een derde fout, minder zichtbaar maar net zo hardnekkig, is een te strak aangedraaide schroef in dun staal, die het gat vervormt en zo juist minder trekvastheid overhoudt dan bedoeld. Dat is een reden waarom montage op damwand- of trapeziumplaat wat vraagt van de kennis van de legger: niet elke schroefmachine met elk moment is hier onschuldig, en het verschil tussen goed en net niet goed zit in millimeters en newtonmeters, niet in zichtbare afwerking.
De dakvoet is één detail in de opbouw van een klikdak, en het staat niet los van de rest. Andere plekken, zoals de nok, de goot of een doorvoer, hebben elk hun eigen aandachtspunt, en die behandelen we los. Wat de dakvoet op stalen dakplaat onderscheidt, is dat hier de combinatie van de grootste windbelasting en de dunste, meest meebewegende ondergrond samenkomt. Dat is geen reden om aan de bevestiging te twijfelen, het is een reden om de klemafstand bij de dakvoet af te stemmen op de profielmaat van de damwand- of trapeziumplaat voordat de eerste baan gelegd wordt, en niet pas wanneer de eerste rij klemmen al vastzit.