Klikzink

De goot op een flauwe helling

Bij zes of acht graden helling loopt water niet weg, het zakt. Dat lijkt een woordspelletje, maar het is het verschil tussen een dak dat zichzelf schoonspoelt en een dak waar het water rustig de tijd nemen om overal te komen waar het niet moet zijn. Op een flauwe helling staat er langer water tegen de fels, tegen de klemmen en tegen de aansluiting op de goot dan op een steil dak. Elke naad, elke overlap en elke bevestiging moet daar rekening mee houden, en dat begint bij de goot omdat daar het water zich verzamelt voordat het weg kan.

Op een steil dak is de goot vooral een opvangbak. Het water komt met vaart naar beneden en verdwijnt. Op een flauw dak is de goot onderdeel van een systeem waarin water traag beweegt en soms even blijft staan voordat het verder loopt. Dat vraagt om een andere maat, en vooral om een andere manier van denken over de laatste baan voor de goot.

De fels moet hoger, en waarom

Bij een steil dak volstaat een fels van 35 mm ruimschoots, water raakt de fels nauwelijks. Bij een flauwe helling ligt dat anders. Water dat blijft staan, kan bij wind of bij een stootje regen makkelijker over een lage rand heen komen dan water dat al aan het wegstromen is. Daarom werken wij op flauwe hellingen met een hogere opstand aan de felszijde, zodat er meer marge is voordat water de kant op gaat waar het niet horen. Dat is geen kwestie van een andere plaat bestellen, het is een detail dat op tekening al moet kloppen, inclusief de plek waar die hogere fels overgaat in de gootrand.

Dat raakt meteen de klem. Een klem die onder een lage fels goed werkt, moet bij een hogere opstand net zo stevig grip houden zonder dat de fels vervormt of de baan gaat wringen. Wij stemmen de klemafstand en de klemhoogte af op de felshoogte die het detail vraagt, niet op een standaardmaat die overal wordt toegepast. Wie dat overslaat en gewoon de klemmen van een steil dak gebruikt op een flauw dak met een hogere fels, krijgt een fels die op zijn plek klapt bij temperatuurwisseling, met een randje dat niet meer sluit waar het water het langst blijft staan: bij de goot.

Uitzetting die de goot niet mag raken

Staal zet minder uit dan zink, ongeveer de helft, maar het zet uit. Bij een steil dak is dat vooral een kwestie van de juiste glijruimte in de klem, verderop op het vlak. Bij een flauw dak, waar de laatste baan vaak lang is en waar het water bij de goot al trager wegloopt, is de marge kleiner. Een baan die bij warmte uitzet en daarbij een fractie in de goot gaat drukken, verandert de stroming net op de plek waar die stroming al zwak is. Het water dat normaal langs de goot naar de afvoer loopt, kan dan blijven hangen tegen de kant waar de plaat tegenaan drukt.

Daarom laten wij de laatste baan bij de goot altijd los van de goot bewegen, met voldoende overhang om de uitzetting op te vangen zonder dat de plaatrand ooit de goot zelf raakt. Op een steil dak is die marge minder kritisch, omdat het water daar toch al snel weg is voordat uitzetting een rol speelt. Op een flauw dak is het verschil tussen een paar millimeter speling en een paar millimeter te weinig soms het verschil tussen een droge en een natte onderconstructie na een paar jaar temperatuurwisselingen.

Meer keren, minder rechte lijnen

Bij een steil dak, zoals wij uitleggen bij [de goot op een steil dak](/bevestiging/goot/steil-dak), is de aansluiting vaak een kwestie van de juiste overhang en een goede klemafstand, verder rijdt het water zichzelf weg. Bij een flauwe helling moet het detail meer keren maken. De overgang van dakvlak naar goot, de plek waar de hogere fels weer terug moet naar de normale hoogte, en de aansluiting op een eventuele kop of zijkant van de goot: dat zijn stuk voor stuk plekken waar wij een aparte oplossing tekenen in plaats van het detail van een steil dak een op een te kopiëren.

Een voorbeeld uit de praktijk: bij een loods met een dakhelling van zeven graden werd de laatste rij banen aanvankelijk getekend zoals bij een regulier hellend dak, met een fels van 35 mm die gewoon doorliep tot aan de goot. Bij de eerste zware regenbui bleek het water bij windstoten net over de fels te komen, precies op de plek waar de rand van het dakvlak overgaat in de goot. De oplossing was niet een dikkere plaat of een andere coating, maar een hogere fels over de laatste halve meter voor de goot, met een aangepaste klembevestiging die daar wel bij paste. Dat is een detail dat je vooraf tekent, niet iets dat je achteraf oplost met kit.

Wat er misgaat als je het aanpakt als een steil dak

De meest voorkomende fout is dat de goot bij een flauw dak wordt gedetailleerd met de reflexen van een steil dak: een standaard overhang, een standaard felshoogte, en een klembevestiging die overal hetzelfde is. Dat werkt tot de eerste keer dat het water niet snel genoeg wegloopt en de rand van het dakvlak het net niet houdt. Dan zie je vochtplekken die niet bij de nok of het midden van het vlak ontstaan, maar precies bij de goot, waar niemand ze eerst zoekt omdat de goot toch "gewoon een goot" is.

Een andere fout is de klemafstand bij de goot gelijk houden aan de rest van het dak. Bij een hogere fels, die nodig is om het langer stilstaande water op te vangen, verandert de belasting op de klem. Een klem die verderop op het dak ruim voldoende is, kan bij de goot te ver uit elkaar staan voor de hogere opstand die daar nodig is. Het gevolg is een fels die bij temperatuurwisseling gaat bewegen net op de plek waar hij dat niet mag doen.

Wat dit voor de bouwvolgorde betekent

Op de bouwplaats betekent dit dat de laatste rij banen bij de goot niet als sluitstuk van de dagplanning moet worden behandeld, maar als een apart onderdeel met zijn eigen tekening en zijn eigen klembevestiging. Wij leveren die laatste banen daarom op maat, afgekort op de millimeter, met de juiste felshoogte al in de plaat verwerkt, zodat op de bouw niet ter plekke geïmproviseerd moet worden met een fels die eigenlijk voor een steiler dak bedoeld was. Dat scheelt discussie tussen dakdekker en aannemer over wie verantwoordelijk is als het bij de eerste regen misgaat, en het scheelt vooral een lekkage die je op een steil dak nooit zou zien maar op een flauw dak wel.

Wie op tekening al aangeeft dat het om een flauwe helling gaat, met de exacte hoek en de plek van de goot, krijgt van ons een detail terug dat is afgestemd op die situatie in plaats van een standaardoplossing die toevallig ook op een steil dak wordt toegepast.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink