Klikzink

De goot bij een monument in klikzink

Bij een monument ligt de goot vaak al honderd jaar op zijn plek en mag daar niets aan veranderen dat je van de straat kunt zien. Dat is geen kwestie van smaak, het is een voorwaarde die de commissie of de voorschriften van de gemeente stellen. Een nieuwe dakbedekking mag de bestaande gootlijst niet doorboren, niet verzwaren met een constructie die er niet oorspronkelijk bij hoorde, en de aansluiting moet er hetzelfde uitzien als vroeger, of op zijn minst even rustig. Dat verandert wat je van de bevestiging van de felsbanen mag vragen.

Bij een traditioneel felsdak wordt de plaat aan het achterschot vastgezet met haken die in het hout onder de goot grijpen, of er wordt in de goot zelf gesoldeerd. Op een monument is dat vaak precies het punt waarover discussie ontstaat: mag er in dat oude houtwerk geschroefd worden, en zo niet, hoe krijg je de plaat dan strak en windvast tot aan de rand. Met klikzink stelt die vraag zich anders, omdat de banen niet met schroeven door het vlak vastzitten maar met klemmen die onder de fels grijpen. De klem zelf wordt op de ondergrond bevestigd, niet de plaat, en de plaat klikt daar vervolgens overheen. Bij de gootrand betekent dat dat de laatste klemmenrij op de juiste plek kan liggen zonder dat er een schroef door het zichtbare vlak van de plaat gaat, en zonder dat de bevestiging in de historische gootbak zelf grijpt.

Waarom de overhang hier net iets anders werkt

Een felsbaan die op de goot uitkomt, hangt normaal een stuk over de rand, zodat regenwater vrij in de goot valt en niet langs de gevel terugloopt. Op een modern dak is die overhang een kwestie van centimeters die je afstemt op de gootbreedte. Bij een monument speelt er iets bij: de goot is vaak smaller of dieper geprofileerd dan een moderne bak, en de plaat mag niet zo ver overhangen dat hij bij uitzetting in de goot gaat werken. Staal zet minder uit dan zink, ongeveer de helft, maar bij een lange baan op een zuidgevel loopt dat nog steeds op tot een paar millimeter die ergens heen moeten. Als de plaat aan de gootzijde te strak is ingeklemd en aan de bovenzijde vastzit, gaat die uitzetting zich verplaatsen naar het enige punt waar nog beweging mogelijk is: de gootrand. Op een gewoon dak is dat een storing die je bij een volgende inspectie oplost. Bij een monument met een verzwakte of monumentale gootbak kan diezelfde beweging op termijn de bevestiging van de goot zelf belasten, en dat is nu precies wat je niet wilt op een onderdeel dat je juist wilde sparen.

De oplossing zit niet in de plaat harder vastzetten, maar in de klem aan de gootzijde iets speling te geven, zodat de baan bij uitzetting kan bewegen zonder dat de rand zelf meebeweegt. Dat is een detail dat je vooraf op tekening uitwerkt, niet iets dat je ter plekke oplost met een extra schroef, want die schroef is precies wat hier niet mag.

Wat er misgaat als je het aanpakt als een gewoon dak

De meest voorkomende fout op een monument is dat de bevestiging wordt uitgevoerd zoals op elk ander dak, met de gedachte dat het wel goed komt omdat het materiaal hetzelfde is. Dat gaat op twee manieren mis. Ten eerste is er de doorboring: een dakdekker die gewend is aan traditioneel loodgieterswerk grijpt soms toch naar een schroef om een rand extra vast te zetten, bijvoorbeeld bij een lastige inwendige hoek bij de goot. Op een monument is dat een doorboring in houtwerk dat beschermd is, en dat is niet iets wat je achteraf ongedaan kunt maken door de schroef er weer uit te draaien. Het gat blijft.

Ten tweede is er de zichtbaarheid. Bij een gewoon bedrijfsdak maakt het weinig uit of er bij de gootrand een randstrip zichtbaar is die met een schroef is vastgezet; het oog valt daar niet snel op. Bij een monument wordt precies dat detail wel bekeken, door de commissie vooraf en door voorbijgangers erna. Een zichtbare bevestiging bij de gootlijn is dan een storing in het beeld dat de vergunning juist wilde behouden. De blinde bevestiging onder de fels is hier niet alleen een technische keuze maar het argument waarmee je de vergunning binnenhaalt: er is geen doorboring te zien, en er is ook geen doorboring aanwezig.

Een derde manier waarop het misgaat, is de aanname dat een monumentaal profiel dezelfde overhang verdraagt als een standaard gootbak. Wij hebben dat weleens gezien bij een pandrenovatie waar de oorspronkelijke goot een stuk dieper was dan de gebruikelijke maat, en waar de aannemer de overhang naar de gewone vuistregel had ingemeten. Het resultaat was een baan die bij de eerste warme zomer al lichte druk gaf op de gootrand, precies op het punt waar de bak het dunst was. Dat is op te lossen, maar het is werk dat je niet twee keer wilt doen op een gevel waar je niet zomaar even een nieuwe goot ophangt.

Waar de klem wel en niet bij helpt

De klem onder de fels lost het probleem van de doorboring op, maar hij lost niet automatisch het probleem van de maatvoering op. Op een monument is elke gootlengte en elke gootdiepte een beetje anders, omdat het handwerk van destijds nooit helemaal gelijk was. Dat betekent dat de banen die tot aan de gootrand lopen vaak stuk voor stuk op maat worden bepaald in plaats van in een repeterende maat. Onze platen worden op de millimeter afgekort, en dat is precies waarom dat hier van pas komt: een baan die twaalf millimeter langer of korter moet zijn dan de standaard, kan dat gewoon zijn, zonder dat er op de bouwplaats nog wordt bijgeknipt bij een rand waar dat eigenlijk niet meer zou moeten.

Er zijn ook situaties waarin de blinde bevestiging niet de doorslag geeft. Als de bestaande gootbak zelf constructief niet meer in orde is, verandert geen enkele bevestigingswijze daar iets aan; dat is een probleem dat eerst apart moet worden opgelost, los van hoe de dakbedekking daarna wordt vastgezet. En bij een gebouw waar de monumentale waarde vooral in het materiaal zelf zit, bijvoorbeeld origineel gepatineerd zink, is de vraag soms niet hoe je bevestigt maar of een ander materiaal überhaupt passend is; dat is een gesprek dat we liever vooraf hebben dan pas als de banen al liggen.

Wat dit voor de opdracht betekent

Bij een monument loont het om de gootaansluiting apart te bekijken, los van de rest van het dakvlak, en dat al te doen op de tekening, voordat er iets wordt afgekort of geklemd. Wij denken daar kosteloos in mee, ook als de vraag alleen over dit ene detail gaat. Voor de rest van het dakvlak, waar deze omstandigheid niet speelt, geldt wat wij ook uitleggen bij [de aansluiting op de goot bij een klikdak](/bevestiging/goot); het verschil zit in wat er wel en niet zichtbaar en beweegbaar mag zijn bij de rand zelf. En als de renovatie ook nog gefaseerd wordt opgeleverd, wat bij monumenten vaker voorkomt dan bij nieuwbouw, is het de moeite waard om ook te kijken naar wat dat vraagt van de volgorde op de bouw, zoals beschreven bij [de goot bij een gefaseerde oplevering](/bevestiging/goot/gefaseerd).

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink