Klikzink

De goot bij renovatie in bewoonde staat

Bij nieuwbouw ligt een dak open tot het klaar is. Bij renovatie in bewoonde staat ligt er onder dat dak iemand te werken, te wonen of te slapen. Dat verandert niet de fysica van de aansluiting op de goot, maar wel de volgorde waarin u die aansluiting maakt en hoeveel dak u tegelijk open mag laten liggen. Wie dat detail behandelt alsof het gebouw leeg staat, loopt tegen problemen aan die niets met de klem of de fels te maken hebben, maar alles met het feit dat er onder dat dak nog geleefd wordt.

De goot zelf verandert niet door de bewoonde staat. De baan moet nog altijd ver genoeg over de gootrand hangen om regenwater goed af te voeren, en de bevestiging bij de goot moet nog altijd ruimte laten voor de beweging van de plaat bij temperatuurwisseling. Onze felsbanen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, maar die beweging is er wel, en de klem onder de fels moet die kunnen opvangen zonder dat de plaat aan de gootzijde gaat drukken of trekken. Hoe wij dat in het algemeen oplossen, staat uitgewerkt bij de aansluiting op de goot bij een klikdak. Bewoonde staat verandert dat mechanisme niet. Het verandert de planning eromheen.

Waarom de volgorde hier het verschil maakt

Bij een leeg gebouw kunt u de oude bedekking er in één keer af halen en het hele dakvlak in de volgorde leggen die voor de banen het handigst is: van de goot naar de nok, of andersom, net wat de klemmen en de overlap het beste toelaat. Bij een bewoond gebouw kan dat niet. U werkt in stroken, vaak per bouwlaag of per vertrek onder het dak, omdat er onder elke strook iemand woont die niet weken lang met open dak wil zitten. Dat betekent dat de aansluiting op de goot niet één keer gemaakt wordt over de volle lengte, maar meerdere keren, telkens voor een beperkt stuk.

Dat lijkt een detail, maar het is precies waar het misgaat als u de klus aanpakt als een gewone renovatie. Een goot werkt namelijk als één geheel. Water dat op een net gelegd stuk valt, moet nog altijd wegkomen bij een stuk dat nog open ligt of provisorisch is afgedekt. Als de overgang tussen het klare en het nog te leggen deel niet goed is doordacht, loopt water juist op die naad naar binnen in plaats van de goot in. Bij een leeg pand is dat vervelend. Bij een bewoond pand regent het dan in iemands slaapkamer.

Hoeveel er per dag open mag

Op een leeg dak bepaalt het weer en de beschikbare ploeg hoeveel vierkante meter er op een dag dicht komt. Onze banen klikken in elkaar zonder dat er gesoldeerd moet worden, en dat werk gaat aanzienlijk sneller dan een traditioneel felsdak dat op de bouwplaats gemaakt wordt, zoals we uitleggen bij het felsen op de bouwplaats. Bij een bewoond gebouw is snelheid niet het enige criterium. Belangrijker is hoeveel dakvlak er aan het eind van de werkdag open mag blijven liggen boven een deel dat in gebruik is.

In de praktijk betekent dit dat een aannemer per dag een beperkter stuk aanpakt dan strikt nodig zou zijn voor de snelheid van het legwerk, met als reden dat elk vak aan het eind van de dag waterdicht of goed afgedekt moet zijn tot aan de goot. De klem onder de fels helpt daarbij, want een klikverbinding is sneller te maken en ook sneller tijdelijk af te sluiten dan een gesoldeerde naad die nog niet dicht is. Maar het blijft een kwestie van plannen: liever een kleiner vak dat elke avond echt klaar is tot de gootlijn, dan een groter vak dat half af blijft liggen onder een dekzeil.

Wat er misgaat bij de aanpak zonder rekening te houden met bewoning

Het meest voorkomende probleem is dat de goot zelf, of de rand van het dakvlak vlak boven de goot, langer open blijft liggen dan bedoeld, omdat het laatste stukje afwerking wordt uitgesteld tot het einde van de klus. Dat laatste stukje is precies het deel waar het water samenkomt. Een tijdelijke afdekking die daar wekenlang blijft liggen, gaat onder invloed van wind en regen vaak schuiven of lekken op plekken waar de definitieve aansluiting dat niet zou doen.

Een tweede probleem ontstaat wanneer de volgorde van leggen wordt bepaald door de banen in plaats van door de bewoning. Als de ploeg de kortste weg naar een afgerond dakvlak volgt, kan het voorkomen dat precies het gedeelte boven een bewoonde ruimte als laatste aan de beurt is, terwijl dat nu net het deel is dat het eerst dicht moet. Dat is geen technisch probleem aan de klem of de fels, het is een planningsfout die je vooraf kunt voorkomen door de volgorde op de bouw te laten meebewegen met waar mensen daadwerkelijk onder zitten.

Een derde punt is geluid en overlast tijdens het werk zelf. Blinde bevestiging met klemmen onder de fels betekent dat er niet doorlopend geschroefd of gehamerd wordt zoals bij een dak met zichtbare bevestiging. Dat maakt het werk voor bewoners draaglijker, maar het is geen vrijbrief om de planning los te laten. Ook stil werk kost tijd, en tijd is precies wat er bij bewoning het meest onder druk staat.

Wat u hier vooraf regelt

De kern van dit detail is dat de techniek van de aansluiting op de goot niet verandert door bewoning, maar de indeling van het werk wel. Voordat de eerste plaat wordt gelegd, is het zinvol om het dakvlak in vakken te verdelen die overeenkomen met de indeling van het gebouw eronder, zodat elk vak aan het eind van de werkdag een eigen, afgesloten aansluiting op de goot heeft. Dat betekent soms dat er meer overlappen en tijdelijke aansluitingen nodig zijn dan bij een dak dat in één keer gelegd wordt, en dat kost enige voorbereiding op tekening.

Bij Klikzink denken we op die tekening mee zonder daar kosten voor te rekenen, en onze banen worden op de millimeter afgekort geleverd, van 450 tot 8000 millimeter, zodat een vak dat om bewoningsredenen kleiner moet zijn dan gepland geen extra zaagwerk op de bouwplaats vergt. Dat scheelt tijd op een moment dat tijd het meest telt: aan het einde van een werkdag, met een bewoonde ruimte onder een dak dat nog niet af is.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink