Klikzink
Elk dak dat tegen een opgaande muur aanloopt, heeft daar een overgang nodig die meebeweegt. De plaat zet uit en krimp met de temperatuur, de muur staat stil, en de aansluiting moet dat verschil opvangen zonder dat er water binnenkomt. Hoe die aansluiting is gemaakt, en vooral hoe hij aan de rest van het dak vastzit, bepaalt of hij dat na tien jaar nog steeds doet.
Bij klikzink loopt de baan door tot aan de muur en wordt daar afgewerkt met een opstand die onder een loodslabbe of een aansluitprofiel schuift. Dat profiel is niet vastgeschroefd op de plaat zelf, het grijpt aan op dezelfde manier als de rest van de bevestiging: via een klem die onder de fels zit. De plaat kan onder dat profiel door bewegen. Er komt geen schroef door het vlak van de baan, ook niet bij de muur, en dat is precies het punt waarop deze aansluiting verschilt van een damwandprofiel.
Een damwandprofiel wordt in de regel over de volle lengte doorgeschroefd, ook bij de gevelaansluiting. De schroef gaat door de plaat, door de eventuele isolatie daaronder, en in de ondergrond. Bij een gevel van enige lengte gaat het dan al snel om honderden doorboringen, elk met een rubberen ring die de schroefgang moet afdichten. Die ring is het enige dat daar water tegenhoudt. Rubber verhardt met de jaren door zon en temperatuurwisseling, en een verharde ring dicht minder goed dan een nieuwe. Dat is geen gebrek aan de damwand zelf, het is een eigenschap van elke doorboorde bevestiging: de afdichting zit op een onderdeel dat losstaat van de plaat en dat sneller oud wordt dan het staal zelf.
Bij klikzink is er bij de gevelaansluiting niets om te verharden, omdat er geen ring nodig is. Het aansluitprofiel dicht af door overlap en vorm, niet door een pakking die na verloop van tijd moet blijven meewerken. Dat verschil is niet zichtbaar op de dag van opleveren. Een net geschroefd damwanddak en een net geklikt zinkdak zien er bij de muur allebei dicht uit. Het verschil ontstaat pas na jaren, wanneer op het ene dak de ringen beginnen te verouderen en op het andere dak die vraag niet aan de orde is omdat er geen ringen liggen.
Het zou gemakkelijk zijn om hier te stoppen en de damwand af te schilderen als de zwakke oplossing, maar dat doet de praktijk geen recht. Geschroefde damwand heeft bij de gevelaansluiting een voordeel dat klikzink niet heeft: de bevestiging is overal hetzelfde. Een dakdekker die een lekkage vermoedt bij de muur, weet dat hij daar een schroef met ring aantreft, precies zoals overal op het dak. Hij kan die vervangen zonder iets anders open te maken. Bij een klikdak zit de aansluiting anders in elkaar dan het middenveld van de baan, en dat vraagt op die ene plek net iets meer kennis van wie er onderhoud aan doet.
Damwand is bovendien vaak sneller te monteren bij korte, rechte gevelstukken zonder inspringen of dakkapel. Een paar doorlopende schroeven in een rechte lijn is voor een ervaren monteur weinig werk. Bij klikzink moet het aansluitprofiel per situatie op maat worden gezet en onder de klem geschoven, wat bij een eenvoudige rechte gevel weinig tijdswinst oplevert ten opzichte van damwand. Het voordeel van klikzink zit dus niet in de snelheid van dit ene detail, het zit in wat er daarna niet meer hoeft: geen ringen die over twintig jaar vervangen moeten worden, geen gaten die op termijn een lekpad kunnen worden.
Bij damwand is niet de gevelaansluiting zelf het meest kwetsbare punt, dat is meestal het vlak van het dak waar de meeste schroeven zitten. Bij de gevel, waar het dakvlak overgaat in een verticaal stuk, komen vaak wat minder doorboringen dan in het midden van een groot dakvlak. Toch telt elke doorboring mee, en bij een gevel met een lengte van tien of twintig meter loopt dat aantal snel op. Elke schroef is een plek waar de rubberen ring het werk moet doen, en een ring die faalt, faalt onopvallend. Er is geen zichtbaar teken totdat er ergens een druppel door het dak komt, vaak pas na een regenperiode waarin de wind uit een bepaalde hoek stond.
Bij klikzink zit het kwetsbare punt ergens anders. Omdat er geen gaten in de plaat zitten, verschuift de aandacht naar de aansluitingen zelf: waar de baan overgaat in het aansluitprofiel, waar twee vlakken samenkomen, waar een dakkapel het vlak onderbreekt. Zo bespreken we ook bij [de aansluiting op de nok](/bevestiging/gevelaansluiting) dat de nadruk bij een klikdak vooral ligt op hoe onderdelen in elkaar grijpen, niet op hoeveel schroeven er zijn gebruikt. Dat is een ander soort aandachtspunt dan bij damwand, waar de aandacht vooral ligt op hoeveel doorboringen er zijn en hoe oud de ringen daarin al zijn.
Bij renovatie speelt dit verschil nog sterker. Een bestaande damwandgevel die aan vervanging toe is, heeft vaak juist bij de doorboringen de eerste tekenen van slijtage: roestvlekjes rond een schroefkop, een ring die zichtbaar is ingedrukt of gescheurd. Wie zo'n gevel vervangt door een systeem zonder doorboringen, verwijdert daarmee het onderdeel dat het eerst oud werd. Dat is geen garantie dat er nooit meer een probleem ontstaat bij de gevelaansluiting, want een slecht aangesloten profiel lekt net zo hard als een verharde ring, maar het haalt wel één vaste faalplek uit het ontwerp.
Omgekeerd is het voor een opdrachtgever die net een damwandgevel heeft laten plaatsen, geen reden tot zorg dat die ringen daar zitten. Het is een bekende, beheersbare bevestigingswijze, mits er op tijd wordt geïnspecteerd en ringen op tijd worden vervangen voordat ze hun werk niet meer doen. Wie voor een gevel kiest tussen deze twee systemen, kiest dus niet tussen goed en slecht, maar tussen twee soorten onderhoud: periodiek de ringen controleren, of eenmalig zorgen dat het aansluitprofiel goed is gemonteerd en verder weinig aandacht nodig hebben op die ene plek.
Voor wie een gevelaansluiting laat ontwerpen of aanbrengen is het daarom nuttig om niet alleen te vragen hoe de aansluiting oogt, maar hoe hij vastzit onder de afwerking. Bij Klikzink werken we mee op tekening om dat detail vooraf te bepalen, en er liggen monsters van de drie kleuren klaar om te bekijken hoe het vlak zich naast een muur gedraagt.