Klikzink
Op de plek waar het dak tegen een opgaande muur aan loopt, zit altijd een loodslabbe of een profiel dat de aansluiting waterdicht maakt. Dat profiel moet meebewegen met de baan eronder, want een felsbaan zet uit en krimpt met de temperatuur. Zo ver is dat niet anders dan bij een dak zonder panelen, en dat algemene principe leggen wij uit bij [de gevelaansluiting bij een klikdak](/bevestiging/gevelaansluiting). Wat wel verandert, is wat er verderop op het dakvlak gebeurt, en dat werkt terug op de aansluiting bij de muur.
Zonnepanelen die op een klikdak komen, moeten ergens aan vast. Bij een dak met schroeven is dat vaak een kwestie van een beugel door de plaat heen bevestigen, op de plek waar de installateur hem wil hebben. Bij een klikdak is die vrijheid er niet. De banen zijn blind bevestigd met klemmen die onder de fels zitten, en juist die fels is de enige plek waar iets aan het dak kan worden vastgezet zonder de plaat te doorboren. Er zijn klemsystemen die om de staande fels heen klemmen en waar een rail of beugel voor de panelen aan hangt. Dat werkt, maar alleen als de fels waar de klem komt vrij is van andere bevestiging en op de juiste afstand van de gevel ligt.
En daar raakt het aan de gevelaansluiting. De laatste baan voor de muur is vaak korter dan een standaardbaan, en de klemmen voor de panelen moeten net zo goed grip hebben op die laatste baan als op de rest van het dakvlak. Als de opzichter of de installateur pas na het leggen van het dak beslist waar de panelenrij precies komt, kan het zijn dat de eerste rij klemmen recht op de plek valt waar het profiel van de gevelaansluiting overlapt met de baan. Dat is geen ramp, maar het is wel een reden om het dak twee keer te bekijken in plaats van één keer.
Het meest voorkomende probleem is dat de dakdekker de banen legt zoals hij altijd doet, zonder rekening te houden met de plaats van de panelenrijen, en dat de installateur van de panelen weken of maanden later met zijn eigen maatvoering komt. Op een schroefdak is dat te repareren: er komt een extra schroef bij, ergens anders. Op een klikdak is dat lastiger, omdat de klem alleen op de fels kan zitten en de fels op een vaste plaats ligt, bepaald door de baanbreedte van 475 mm. Wil de installateur zijn rail net tussen twee felsen in hebben, dan is er geen fels om aan vast te maken. De oplossing is dan een tussenprofiel of een aangepaste klembeugel, en dat is precies het soort improvisatie waar wij liever geen aanleiding voor geven.
Een tweede probleem zit bij de gevelaansluiting zelf. Als de eerste rij panelen dicht op de gevel komt te staan, moet er nog steeds ruimte zijn om bij het profiel te werken en om het profiel te laten meebewegen. Een installateur die zijn rail te dicht op de opstaande muur zet, loopt het risico dat de loodslabbe of het profiel bij uitzetting van de baan tegen de onderkant van de panelen of de bevestigingsrail aan komt. Dat is geen zichtbaar probleem op de dag van opleveren. Het wordt een probleem na een paar jaar, als de kier die er had moeten zijn dichtgeslagen is en het profiel niet meer kan bewegen zoals het bedoeld is.
Een derde probleem is praktischer: bekabeling. De kabels van de panelen naar de omvormer moeten ergens over het dak naar de gevel of naar een doorvoer lopen. Bij een dak met veel doorvoeren speelt dat op een andere schaal, zoals wij beschrijven bij [de gevelaansluiting bij veel dakdoorvoeren](/bevestiging/gevelaansluiting/veel-doorvoeren), maar ook bij een enkele panelenrij moet iemand vooraf bedenken waar die kabel de gevelaansluiting kruist. Een kabel die los over de fels heen ligt, ligt in de weg bij onderhoud en kan bij wind gaan schuren. Een kabelgoot die achteraf wordt vastgeklemd op een plek waar dat niet voorzien was, zit vaak net op de fels waar u hem niet wilt hebben.
Het is niet nodig dat de panelen er al liggen voordat het dak wordt gelegd, maar het is wel nodig dat er een tekening is waarop staat waar ze komen. Op basis daarvan kunnen wij de baanbreedtes en de plaats van de felsen zo afstemmen dat de klemmen voor de panelen op een fels vallen die daar geschikt voor is, en dat de laatste baan voor de gevel niet toevallig precies onder de eerste paneelrij ligt. Dat meedenken op tekening kost niets en gebeurt voordat er iets op maat gewalst wordt.
Voor de gevelaansluiting zelf betekent dat vooral dat de vrije ruimte tussen het profiel en de eerste rij klemmen groot genoeg moet zijn. Hoeveel ruimte dat precies is, hangt af van de lengte van de baan en dus van de te verwachten uitzetting, en dat rekenwerk verschilt per dakvlak. Vast staat dat een steil dak anders uitzet en anders belast wordt dan een vlak dak, zoals wij toelichten bij [de gevelaansluiting op een steil dak](/bevestiging/gevelaansluiting/steil-dak), en dat die uitzetting bij de keuze van de klemafstand voor de panelen meetelt.
Er is nog een praktisch punt dat vaak wordt vergeten: onderhoud. Een paneel dat vervangen moet worden, of een kabel die los is geraakt, betekent dat iemand op het dak moet lopen en bij de klemmen moet kunnen komen. Bij de gevelaansluiting is dat vaak de eerste plek waar iemand voet zet, omdat daar de opstap vanaf een ladder of een dakrand is. Als de eerste rij panelen te dicht op die aansluiting staat, is er geen ruimte om daar veilig te lopen zonder over kabels of profielen te stappen.
Bij een dak zonder plannen voor zonnepanelen, of bij een dak waar de panelen op een aparte constructie boven het dakvlak komen te staan in plaats van vast aan de fels, speelt dit probleem niet. Ook bij een klein dakvlak met een enkele rij panelen die ver van de gevel af blijft, is de kans op conflict tussen paneelrail en gevelprofiel klein. Het is vooral bij grotere dakvlakken met meerdere rijen panelen, waarbij de rij dicht bij de gevel begint, dat de plaats van de felsen en de plaats van het profiel op elkaar afgestemd moeten worden voordat er iets gelegd wordt.
Wilt u een dak met zonnepanelen op de tekening, dan is het verstandig die tekening naar ons te sturen voordat de banen gewalst worden. Wij kijken dan mee waar de felsen het beste kunnen liggen ten opzichte van de geplande paneelrijen en de gevelaansluiting.