Klikzink

De gevelaansluiting tegenover bitumen

Waar een dak tegen een opgaande muur aanloopt, moet iets die overgang dichthouden terwijl het dak zelf beweegt. Bij een plat of licht hellend dak met bitumen is dat een opgezette rand die tegen de muur wordt aangesmeerd of aangebrand, met daarboven vaak nog een loodslabbe die het geheel afdekt. Bij een baan van klikzink loopt de plaat door tot tegen de muur, of er komt een opgezette rand met een profiel eroverheen dat meebeweegt met de baan. Twee manieren om hetzelfde probleem op te lossen, en het is de moeite waard om ze naast elkaar te zetten voordat u kiest.

Hoe bitumen het oplost

Bij een bitumineuze dakbedekking wordt de baan tegen de gevel opgezet en daar vastgemaakt, meestal door de bitumen te branden of te kleven op de ondergrond. Dat geeft in eerste instantie een gesloten, waterdichte overgang. De zwakte zit niet in het moment van aanbrengen maar in wat er daarna gebeurt. Bitumen verhardt met de jaren, vooral op plekken die veel zon krijgen, en een gevelaansluiting krijgt nu eenmaal veel zon en veel bewegingsspanning omdat de muur en het dak niet in dezelfde richting werken. Op het moment dat de bitumen daar te stijf voor wordt, ontstaan scheurtjes precies op de plek waar u ze niet wilt: in de hoek, onder de loodslabbe, waar u ze niet zomaar ziet.

Een tweede zwakte is de kleeflaag zelf. Bitumen aan een verticaal vlak vastzetten werkt goed zolang de ondergrond schoon en droog is en de temperatuur meewerkt. Bij regen, kou of een vervuild oppervlak wordt dat onzeker, en dat is precies waarom bitumenwerk aan een gevelaansluiting nogal weersafhankelijk is. Wij zien dat dit vaak wordt opgelost door een mechanische rand toe te voegen, een randprofiel dat de bitumen ondersteunt en de kleefverbinding minder zwaar belast. Dat is een goede oplossing, maar het is een toevoeging op het systeem, niet de kern ervan.

Hoe klikzink het oplost

Bij klikzink is er geen kleeflaag die het moet doen. De baan loopt door tot aan de opstand, en daar zit een aansluitprofiel dat aan de ene kant vastklikt aan de laatste fels van de baan en aan de andere kant tegen de gevel is bevestigd, meestal met een messing- of loodslabbe die in de spouw of een sponning wordt weggewerkt. Het punt waarop het dak beweegt door temperatuurverschil, ligt in de klik, niet in een verharde kleeflaag. Bij een lange gevelaansluiting, zoals bij een aanbouw tegen een bestaande muur, zet de plaat in de lengterichting uit en in, en dat gebeurt zonder dat het aansluitprofiel meebeweegt of los begint te trekken. Hoe wij dat in de rest van het dak oplossen, staat uitgebreider beschreven bij de aansluiting bij een klikdak in het algemeen; hier gaat het vooral om wat dat oplevert tegenover bitumen op dit ene punt.

Het voordeel is dat er geen verouderingsproces in het materiaal zelf zit dat de verbinding aantast. Staal met een coating verweert anders dan bitumen: het wordt niet stijver, het scheurt niet dicht bij de rand. De klem onder de fels blijft even strak zitten na tien jaar als na één jaar, want die klem is een mechanisch onderdeel en geen kleefverbinding die met de tijd zijn rek verliest.

Waar bitumen het beter doet

Eerlijk gezegd heeft bitumen op één punt een reëel voordeel: het volgt elke vorm. Een gevelaansluiting met een onregelmatige muur, een uitstekende dorpel, een schuine hoek of een oude, verzakte kim is met bitumen vaak sneller op te lossen dan met een strak stalen profiel. Bitumen wordt om de hoek gebrand en volgt de ondergrond zoals die is. Bij klikzink moet het aansluitprofiel worden gezet op een min of meer rechte, aansluitbare rand, en bij een grillige of ongelijke ondergrond kost dat meer voorbereiding, met opvulwerk of een extra regel om een rechte lijn te krijgen. Bij een monument met een oneffen, historische gevel is dat soms reden om voor een traditionele oplossing te kiezen, of om zoals wij bespreken bij de aansluiting bij een monument een op maat gemaakt profiel te laten walsen dat wel om de onregelmatigheden heen gaat.

Bitumen is ook eenvoudiger te repareren op de korte termijn: een barst in de opstand wordt dichtgesmeerd of overgelast met een nieuwe laag, en dat kan iemand met beperkte gereedschap in een uur doen. Bij klikzink is een beschadigd aansluitprofiel iets waarvoor het profiel losgemaakt en vervangen moet worden, wat meer om plaatwerk-precisie vraagt dan om een vlamboender en een rol bitumen.

Wat er gebeurt bij een lek

Hier zit het echte verschil, en dat is niet in het gemak van repareren maar in hoe een lek zich aankondigt en waar het water dan heen gaat. Bij bitumen ontstaat een lek meestal geleidelijk: een haarscheurtje wordt met de jaren groter, en het water dat er doorheen komt, zoekt zijn weg over de onderconstructie voordat het ergens binnen zichtbaar wordt. Op het moment dat u het ziet, is de schade vaak al verder dan het scheurtje zelf, en moet u een stuk van de gevelaansluiting openleggen om te zien hoe ver het is gekomen.

Bij klikzink is een lek op deze plek meestal het gevolg van een verkeerd gezette overlap of een profiel dat niet goed is aangedrukt, en dat zit meestal meteen mis vanaf de oplevering, niet na jaren van slijtage. Dat is in de praktijk maar wat prettiger werken: een controle vlak na het leggen laat zien of de aansluiting goed zit, en als dat zo is, verandert er weinig meer in de jaren erna. Er is geen sluipend verouderingsproces dat op een onverwacht moment een nieuw lek veroorzaakt op een plek die tien jaar goed was.

Waar u dit in de praktijk tegenkomt

Bij een aanbouw tegen een bestaande bakstenen gevel, waar het nieuwe dak flauw afloopt naar een muur die al twintig jaar staat, ziet u het verschil goed. Met bitumen zet u een randopstand tegen die muur, brandt u die vast en dekt u die af met lood. Dat werkt, en het werkt vandaag meteen. Met klikzink zet u de laatste baan door tot de opstand en klikt u het aansluitprofiel eronder, waarna dat profiel tegen de muur wordt bevestigd. Dat kost een net iets andere voorbereiding, met een rechte regel of een strook om op te bevestigen, maar het resultaat hangt niet af van de weersomstandigheden op de dag van uitvoering zoals dat bij het branden van bitumen wel het geval is.

Bij een dak met veel hoeken, insprongen en kleine aansluitingen, zoals bij een dakkapel die tegen een bestaande gevel aanloopt, telt de eenvoud van bitumen om oneffen vormen te volgen wel degelijk mee. Daar is het aan de aannemer om af te wegen of de snelheid en flexibiliteit van bitumen op dat detail zwaarder weegt dan de blijvende strakheid van een mechanisch aangesloten klikdak. Wij denken daar liever vooraf over mee, op tekening, dan dat de keuze pas op het dak zelf wordt gemaakt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink