Klikzink
Eén pijp door het dak is een detail. Tien pijpen, ontluchtingen en een paar units door hetzelfde dakvlak is geen optelsom van tien keer datzelfde detail. Het is een ander vraagstuk, omdat elke doorvoer een baan onderbreekt en de indeling van de banen bepaalt waar de klemmen liggen. Op een dak met veel doorvoeren kruist die indeling zichzelf voortdurend, en dat is precies waar de bevestiging onder druk komt te staan.
Een felsbaan wordt aan de fabriek op maat gewalst en op de bouw in de klemmen gelegd die onder de opstaande fels zitten. Zolang een baan ongestoord van goot naar nok loopt, is die klemafstand een rekensom die je van tevoren maakt. Zodra een pijp of unit midden in die baan staat, moet de baan daar onderbroken worden, moet er een kraag of loden slab omheen komen, en moet de klem net naast die onderbreking toch nog voldoende houvast bieden. Bij één doorvoer valt dat te plannen. Bij een dak met tien of vijftien doorvoeren, verspreid over het vlak zoals bij veel utiliteitsgebouwen met luchtbehandeling op het dak, verschuift bij elke doorvoer de klemindeling van de banen ernaast. De baan die om de ene pijp heen moet, komt dichter bij de volgende doorvoer te liggen dan gepland, en dan moet er opnieuw worden ingedeeld.
De fout die we in de praktijk het meest zien, is dat de leidekker per doorvoer denkt in plaats van per dakvlak. Elke pijp krijgt zijn eigen nette oplossing: een kraagplaat, een baan die netjes aansluit, een klem die netjes zit. Op zichzelf is elke oplossing correct, zoals wij ook beschrijven bij de dakdoorvoer bij een klikdak. Maar als je tien van die op-zichzelf-correcte oplossingen naast elkaar legt zonder ze op elkaar af te stemmen, ontstaat er een lappendeken van korte baanstukken, elk met hun eigen kopse kant, hun eigen overlap en hun eigen klemafstand. Een baan die maar veertig centimeter lang is omdat er aan beide kanten een doorvoer zit, heeft nauwelijks ruimte voor een klem die de uitzetting van dat stukje plaat kan opvangen. Het materiaal zet weliswaar met ongeveer de helft minder uit dan zink, maar een kort stuk plaat tussen twee doorvoeren beweegt anders dan een lange baan die van goot tot nok doorloopt, en dat verschil in beweging is precies waar op termijn een naad gaat trekken.
Bij één doorvoer is de volgorde simpel: baan leggen, klemmen zetten, bij de pijp een kraag monteren, volgende baan. Bij een dak vol doorvoeren werkt die volgorde niet meer, omdat de positie van de ene doorvoer meebepaalt hoe de baan bij de volgende doorvoer moet worden ingedeeld. Wij zetten daarom bij dit soort daken de indeling van de banen vast voordat er iets op de bouw komt, op tekening, met de exacte positie van elke pijp en unit erop. Dat is geen overbodige stap maar de kern van waarom dit anders werkt dan bij één losse doorvoer: de klemafstand rond doorvoer drie hangt af van waar doorvoer twee en vier staan. Wie op de bouwplaats improviseert en per doorvoer een oplossing zoekt, komt op een dak met veel doorvoeren onvermijdelijk op plekken uit waar een baan te kort is om nog fatsoenlijk vast te klikken, of waar twee kraagplaten elkaar bijna raken en er geen ruimte meer over is voor een doorlopende klemrij.
Omdat de banen op maat geleverd worden, van 450 tot 8000 millimeter en op de millimeter afgekort, kunt u die indeling vooraf oplossen in plaats van op het dak. Een baan die precies tussen twee doorvoeren past, met aan beide kanten nog genoeg overlap voor een nette klem, is iets wat u op tekening uitrekent en niet iets wat u ter plekke bijzaagt. Wij denken op tekening mee zonder daar kosten voor te rekenen, en bij een dak met veel doorvoeren is dat precies waar dat meedenken het verschil maakt: niet bij de ene pijp, maar bij de manier waarop tien pijpen de hele indeling van het dakvlak bepalen.
Bij een gewoon klikdak zonder doorvoeren liggen de zwakke plekken bij de randen, de nok en de aansluitingen, niet bij het vlak zelf, omdat er geen schroef door de plaat gaat die kan gaan lekken. Bij veel doorvoeren verschuift die balans. Elke doorvoer is een plek waar de baan wordt onderbroken en waar een aparte afdichting nodig is, meestal met een kraagplaat of een soepele manchet om de pijp. Hoe meer van die onderbrekingen er op één dakvlak zitten, hoe groter het aandeel van het dak dat uit dat soort aansluitingen bestaat in plaats van uit doorlopende baan. Een dak met twee doorvoeren heeft twee zwakke plekken naast een overwegend gesloten vlak. Een dak met vijftien doorvoeren bestaat voor een aanzienlijk deel uit aansluitingen, en dan is de vraag niet meer of één aansluiting goed zit, maar of de opeenstapeling van al die aansluitingen samen nog een indeling vormt die als geheel klopt.
Dat betekent ook dat de keuze voor het vlak van de baan hier meespeelt, al gaat deze pagina niet over het uiterlijk. Op een dakvlak met veel onderbrekingen valt een volledig vlakke plaat sneller op als er kleine oneffenheden ontstaan rond de kraagplaten, terwijl een uitvoering met verstijvingsril dat beeld rustiger houdt. Dat is een overweging voor de architect, niet iets wat de bevestiging zelf oplost, maar het is wel een gevolg van hetzelfde grondprobleem: veel doorvoeren betekenen veel korte baanstukken naast elkaar, en dat is zichtbaar in het vlak zoals het voelbaar is in de klemindeling.
Als er op een dakvlak maar één of twee doorvoeren staan, is dit verhaal overdreven zorg. Dan is de aanpak die wij beschrijven bij de dakdoorvoer bij een klikdak toereikend: een net gedetailleerde kraag, een klem die op de gewone afstand staat, klaar. De indeling vooraf vastleggen op tekening is een stap die pas nodig wordt zodra het aantal doorvoeren zo groot wordt dat de een de indeling van de ander beïnvloedt. Bij een enkele losse ontluchtingspijp op een verder open dakvlak voegt die extra tekenstap weinig toe en kost hij vooral tijd.
Het omgekeerde risico is er ook: een dak met veel doorvoeren behandelen als een optelsom van losse details, zonder ooit de indeling van het hele vlak in kaart te brengen. Dat is de fout die op termijn tot lekkages leidt, niet omdat de klemmen op zichzelf slecht zitten, maar omdat de banen ertussen te kort zijn geworden om de beweging van het materiaal op te vangen, en omdat de opeenstapeling van aansluitingen meer van het dakvlak is gaan uitmaken dan bij het ontwerp is bedacht. Wie voor een dak met veel doorvoeren gaat, doet er goed aan dat vooraf op tekening te laten zien, met elke pijp en unit op zijn plek, voordat de eerste baan gelegd wordt.