Klikzink

Een lange baan felsdak op bestaande dakpannen

Een dakpan verandert nauwelijks van vorm door temperatuur. Een lange stalen felsbaan wel. Bij een baan van acht meter loopt de uitzetting tussen een koude winternacht en een hete zomerdag op tot enkele millimeters per strekkende meter, en dat totaal moet ergens heen. Op een kort dakvlak merkt u daar weinig van. Boven een bepaalde lengte, meestal ergens tussen de vier en zes meter afhankelijk van het temperatuurverschil dat op die plek te verwachten is, wordt dat verschil groot genoeg dat een vaste klem op elk punt de plaat zou vastzetten die eigenlijk moet kunnen bewegen. Dan is één vaste klem per baan het uitgangspunt, en werken alle andere klemmen als schuifklem: de plaat ligt erin, kan er in de lengte doorheen glijden, maar valt er niet uit.

De vraag waar die ene vaste klem komt is dan geen bijzaak. Op een nieuw dak met een doorlopend beschot ligt die keuze open: onderaan, in het midden, boven, al naar gelang de rest van de detaillering. Op een dak met bestaande dakpannen ligt die keuze voor een groot deel al vast, en dat is precies waarom deze ondergrond een ander verhaal vraagt dan een kaal dak.

Waarom wij niet over de pannen heen leggen

Wij leggen felsbanen niet op de bestaande pannen. Dat is geen kwestie van voorkeur maar van bevestiging: een klem moet ergens hard op vastzitten, en een dakpan is daar de verkeerde ondergrond voor. Een pan ligt los in het lattenwerk, kan onder belasting een fractie bewegen en geeft geen vlak, gelijkmatig oppervlak om een klemstrip overal even strak te laten aansluiten. Zet u daar een klem op vast, dan zet u die vast op iets dat zelf niet vastzit. Bij een korte baan met alleen vaste klemmen merkt u dat misschien nooit. Bij een lange baan, waar één klem de hele plaat vasthoudt en de rest moet kunnen schuiven, is een instabiele ondergrond onder precies díe klem een zwakke plek die u niet meer ziet zodra het dak dicht is.

Daarom gaan bij ons de pannen eraf voordat de felsbanen erop komen. Dat klinkt als een grotere ingreep dan het vaak is. Onder de pannen ligt op een dak van enige leeftijd meestal een panlattenstructuur op tengels, en daaronder een dakbeschot of een dampopen onderdak op de spanten. Die panlatten en dat beschot zijn precies waar wij op willen bevestigen, mits ze de belasting kunnen dragen. Wat er verder in die opbouw nodig is aan onderconstructie en isolatie, staat beschreven op klikfels.com; hier gaat het over wat er met die ondergrond gebeurt zodra de pannen weg zijn en de klemmen erop moeten.

Wat blijft en wat vervangen moet worden

Op een dak dat lang pannen heeft gedragen, zijn de panlatten meestal in goede staat: ze zijn droog gebleven onder de pannen en hebben nooit direct weer te verduren gehad. Als het hout stevig is en de tengels op de juiste afstand liggen voor het type klem dat wij gebruiken, kan een deel van die latten blijven zitten en dienen als bevestigingspunt. Vaak is het praktischer om nieuwe tengels aan te brengen die precies op de klemafstand liggen die de lengte van de baan vraagt, in plaats van te rekenen met een oud rooster dat voor pannen is gemaakt en niet voor klemmen. Een pan heeft namelijk een andere overspanning nodig dan een klem, en wie de oude maatvoering blindelings aanhoudt, komt op plekken met te weinig of te veel steun terecht.

Het beschot erachter beoordelen wij op vergelijkbare gronden: is het vlak, is het droog, kan het de trekkracht van een klem opnemen zonder dat de bevestiging na een paar jaar los begint te wiebelen. Rot beschot, verzakte gordingen of een tengelrooster dat op één plek dieper ligt dan op een andere, komen precies daar naar boven waar de vaste klem zit. Een schuifklem kan een kleine onvolkomenheid in de ondergrond nog opvangen omdat de plaat daar toch al beweegt; de vaste klem niet, want die moet het hele bewegingsgedrag van de baan naar die ene plek terugbrengen.

Waar de vaste klem hoort op deze ondergrond

Bij een nieuw dak kiezen wij de positie van de vaste klem vaak op basis van waar de aansluitingen liggen: bijvoorbeeld vast bij de nok en vrij naar de dakvoet, zoals wij uitleggen bij [de aansluiting op de nok](/bevestiging/bestaande-dakpannen/nok). Bij een dak dat eerst pannen droeg, komt daar een praktische overweging bij. De panlatten die overblijven of vervangen worden, liggen op een rooster dat al bepaalde punten sterker maakt dan andere: bij de gordingen, bij aansluitingen op muren, bij doorvoeren. Wij kiezen de vaste klem het liefst op een plek waar de ondergrond aantoonbaar het stevigst is en waar een eventuele zetting van het beschot het minst waarschijnlijk is, meestal dicht bij de nok of dicht bij een vaste aansluiting zoals een schoorsteen. De rest van de baan schuift daar dan vanaf, richting de dakvoet of richting de goot.

Wat er misgaat bij een verkeerde keuze

Een vaste klem op de verkeerde plek van dit soort daken geeft zelden direct een lek. Het probleem meldt zich pas na een paar jaargetijden, als de baan al een aantal keer is uitgezet en ingekrompen. Zit de vaste klem op een stuk oud panlat dat net iets meebeweegt, dan verschuift het hele referentiepunt van de baan een fractie bij elke cyclus, en verzamelt die fractie zich op de plek waar de baan aansluit op een kilgoot, een dakraam of een dakdoorvoer. Bij die aansluitingen is de tolerantie klein: een paar millimeter verschuiving die zich daar opstapelt, is precies het verschil tussen een felsnaad die dicht blijft en een die openstaat. Wat er bij die specifieke aansluitingen nog meer speelt, staat uitgewerkt op de pagina's over de [dakdoorvoer op bestaande dakpannen](/bevestiging/bestaande-dakpannen/dakdoorvoer) en over [de kilgoot op bestaande dakpannen](/bevestiging/bestaande-dakpannen/kilgoot); hier is het genoeg om te weten dat de oorzaak vaak niet bij die aansluiting zelf ligt, maar bij een vaste klem die ergens anders op de baan net niet vastzat waar hij moest.

Een tweede foutbron is een schuifklem die per ongeluk te strak is aangebracht, waardoor hij zich als vaste klem gedraagt zonder als zodanig bedoeld te zijn. Op een dak met een nieuw, gelijkmatig beschot valt dat door de consistente ondergrond minder snel op. Op een dak met resten van het oude pannenlattenwerk, waar de een of andere balk net een millimeter hoger ligt dan de rest, is de kans groter dat een klem daar onbedoeld te veel grip krijgt. Wie op zo'n ondergrond werkt, controleert daarom niet alleen of de klemmen op de juiste plek zitten, maar ook of de schuifklemmen daadwerkelijk schuiven en niet alleen op tekening.

Wat dit betekent voor de aanpak

Op een dak met bestaande dakpannen is de lange baan dus geen kwestie van simpelweg dezelfde klemverdeling toepassen die op een nieuw dak zou werken. Eerst gaan de pannen eraf, dan wordt beoordeeld welk deel van het panlattenwerk en het beschot geschikt is om klemmen op te bevestigen en welk deel vervangen moet worden, en pas dan wordt bepaald waar de ene vaste klem het beste zit gezien de sterkte van die ondergrond en de plek van de aansluitingen. Dat is meer werk dan een baan zomaar over de bestaande pannen heen leggen, en dat is precies waarom wij die kortere weg niet aanbieden.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink