Klikzink
Een dakraam is anders dan de andere aansluitingen op een bitumendak. Bij een nok of een dakrand loopt de felsbaan door en sluit hij aan op een lijn. Bij een dakraam maakt u een gat in het vlak, en dat gat heeft aan alle vier de kanten een rand die water moet afvoeren zonder dat het bij het kozijn naar binnen loopt. De banen die het raam omsluiten zijn korter, de klemmen staan dichter bij een verstoring in de ondergrond, en de kans dat een dakdekker daar iets aantreft wat niet op tekening stond, is groter dan waar dan ook op het dak.
Op een bestaand bitumendak ligt de opbouw er al. Er is een dakplaat, misschien een isolatielaag, en daarboven de bitumen. Bij renovatie blijft die opbouw meestal liggen; het nieuwe dak komt erover. Dat scheelt sloopwerk, maar het betekent ook dat u niet zomaar weet wat er onder de klem zit op de plek waar u hem wilt bevestigen. Bij een dakraam is dat een reëel punt, want de klemmen liggen daar vaak op een kortere afstand van elkaar dan op een regelmatig vlak, juist omdat de baan bij de raamopening moet aansluiten op flenzen, een kraal of een gootje dat het water om het raam heen leidt.
De klem waarmee onze felsbanen vastzitten, gaat niet door de plaat van de baan zelf; die blijft blind bevestigd, zonder doorboring aan de bovenzijde. Maar de klem moet wel ergens op steunen, en bij renovatie is die drager meestal een houten regel of een plaat die op de bestaande bitumen is aangebracht, of soms direct door de oude laag heen verankerd in de onderconstructie. Rond een dakraam is die drager smaller dan op een vlak deel van het dak, want er is minder ruimte: het kozijn zit er, de opstand van het raam zit er, en de klem moet daar nog tussen passen zonder de waterafvoer te hinderen.
Dat betekent dat de doorboring die er wel is, namelijk die van de drager naar de onderconstructie, op een kritieke plek zit. Een paar centimeter verkeerd gemeten en de schroef zit niet in de kraal of de regel, maar in het luchtruim van de isolatie, of erger, in een leiding of een elektrakabel die later is bijgelegd zonder dat dit op de oorspronkelijke tekening stond. Bij een aannemer die wij begeleidden op een school met een flauw hellend dak bleek dit precies het probleem: de bestaande bitumen was in de jaren erna een paar keer plaatselijk gerepareerd, en de reparatieplekken waren niet consequent op tekening bijgehouden. De regels rond het dakraam moesten dus eerst worden vastgeklopt en gecontroleerd op weerstand, voordat er één klem op werd gezet.
De vraag die opdrachtgevers ons het vaakst stellen is of het doorboren van de oude bitumenlaag een probleem geeft. Het antwoord hangt af van wat er onder die laag zit en hoe de doorboring wordt afgewerkt, niet van de doorboring zelf. Een schroef door bitumen heen is op zichzelf geen lek; een schroef door bitumen heen die niet is afgekit, wél. Bij een dakraam is dit gevoeliger dan elders, omdat het water hier al wordt samengebracht en afgevoerd langs een kleiner oppervlak. Een lekkage die op een groot vlak zou verdampen of wegdruppelen zonder gevolgen, komt hier direct bij de kozijnaansluiting terecht.
Daarom werken we bij een dakraam met een drager die de doorboringen concentreert op een plek waar ze afgedicht kunnen worden en waar ze niet in de directe waterloop liggen. De klem zelf wordt op die drager vastgezet, en de felsbaan klikt daar weer overheen. Zo blijft het aantal doorboringen door de bitumen beperkt tot de regel of plaat, en niet tot de zichtbare felsplaat. Dat is een principe dat we ook toelichten bij de aansluiting op de dakvoet, maar bij een dakraam telt het zwaarder omdat de opening zelf al een risicoplek is, wat er ook op het dak ligt.
De derde vraag, en die komt eigenlijk altijd te laat, is of de bestaande drager het gewicht en de trekkracht van de klem nog aankan. Bitumen kan jaren goed hebben gefunctioneerd als waterkerende laag zonder dat de onderliggende plaat of regel nog stevig is. Vocht dat via een oude, onopgemerkte lekkage is binnengedrongen, tast houten regels aan zonder dat dit van boven te zien is. Bij een dakraam is dit een reëel risico, want juist daar is in het verleden vaker gewerkt: een raam vervangen, een kozijn aangepast, een reparatie na een storm. Elke ingreep is een kans dat er water is binnengekomen dat niet meer is opgemerkt.
Wij adviseren daarom altijd om bij een dakraam eerst met een priem of een lichte belasting te controleren of de drager nog vast zit voordat de klemmen erop worden geschroefd. Bij een renovatieproject in een woonwijk waar we recent bij betrokken waren, bleek de regel rond twee van de vier dakramen zacht; die zijn vervangen voordat er één klem op is gezet. Dat kostte een halve dag extra, maar een klem die op een zachte regel staat, gaat na een paar jaar uitzetting en krimp van het hout langzaam los staan, en dan verschuift de felsbaan mee. Bij een dakraam voelt u dat sneller dan elders, omdat de aansluiting rondom dan niet meer past.
De fout die we het meest zien bij een dakraam op een bestaand bitumendak is dat de klemafstand rond de opening niet wordt aangepast aan de kortere baanlengte. Op een regelmatig vlak mag de afstand tussen klemmen ruimer zijn, omdat de baan over zijn volle lengte kan uitzetten en inkrimpen zonder ergens vast te lopen. Rond een dakraam zijn de baanstukken korter en zit er eerder een vaste rand, een hoek of een aansluiting op de opstand. Wordt daar met dezelfde klemafstand gewerkt als op het vlak, dan kan de baan bij temperatuurschommelingen niet meer bewegen zoals hij zou moeten, en gaat de spanning ergens anders zitten: bij de klem zelf, of bij de aansluiting op het kozijn.
De tweede fout is dat de aansluiting van de felsbaan op de opstand van het raam los wordt gezien van de bevestiging eronder. Dat is een denkfout, niet een uitvoeringsfout: de aansluiting rondom een dakraam werkt alleen als de klem, de drager en de baan als één geheel worden ontworpen, en niet als drie aparte onderdelen die na elkaar worden gemonteerd. Wie eerst de opstand afwerkt en dan pas kijkt waar de klemmen nog kunnen, loopt vast op precies de plekken waar de ruimte al het smalst is.
Wie op een bestaand bitumendak een dakraam wil plaatsen of vervangen, doet er goed aan om eerst de staat van de bestaande drager rondom de opening te laten beoordelen, en pas daarna de klemafstand en de aansluiting vast te leggen. Voor de bevestiging van het dak als geheel op deze ondergrond verwijzen we naar de behandeling van een klikdak op een bestaand bitumendak; dit detail gaat specifiek over de opening zelf en de klem die daar het dichtst bij moet staan.