Klikzink
Een gefaseerde oplevering betekent dat het dak niet in één werkgang van nok naar goot dichtgaat, maar in stukken die na elkaar klaar zijn. Dat gebeurt bij een bouwkraan die nog een tijd op het dak moet staan, bij een aannemer die het ene bouwdeel eerder wil afronden dan het andere, of bij een planning waarin het dakvlak rond de schoorsteen wacht op loodwerk of op een ander onderdeel dat nog niet klaar is. Wat er dan gebeurt met de banen rond die schoorsteen is een andere vraag dan bij een dak dat in één keer dichtgaat, en die vraag wordt op deze pagina beantwoord.
Bij een doorlopend dakvlak legt u de banen van goot naar nok in één beweging, en de schoorsteen is dan een obstakel dat u onderweg omwerkt: de baan loopt door, u zet de fels rond het obstakel uiteen, en de volgende baan sluit weer aan op de vorige. Bij een gefaseerde oplevering is dat niet vanzelfsprekend. Het stuk onder de schoorsteen kan al liggen terwijl het stuk erboven nog weken op zich laat wachten. Dat betekent dat u een naad krijgt die niet in het midden van een vrij vlak ligt, maar direct boven of onder een obstakel waar water tegenaan staat. En daar zit het verschil met een gewone bouwfasering: een naad in een leeg vlak is een detail, een naad net onder de schoorsteen is een knooppunt.
Boven de schoorsteen staat het water dat van de nok afkomt tegen de opstand aan en moet naar links en rechts worden weggestuurd, met de fels die daar oploopt of met een keurstuk dat het water om het obstakel heen leidt. Dat is een plek met meer volume dan de rest van het dakvlak, zeker bij een flinke regenbui waarbij het water zich even opstapelt voor het zijwaarts wegloopt. Als de naad tussen twee opleverfasen precies op die plek valt, sluit u twee delen op elkaar aan op het moment dat er de meeste druk op de aansluiting staat.
Dat is anders dan een naad ergens in een vlak vlak stuk dak, waar het water gewoon rechtdoor naar de goot loopt en een aansluiting tussen twee fasen weinig anders te verduren heeft dan een gewone regenbui. Bij de schoorsteen ligt dat water eerst even stil, zoekt een weg, en een naad die daar precies ligt, is een naad op de plek waar dat zoeken gebeurt.
De kern van dit detail is dat u de knip tussen twee opleverfasen niet op de schoorsteen zelf laat vallen, maar op een stuk van het dakvlak waar het water al weer rechtdoor loopt. In de praktijk betekent dat: het gedeelte van goot tot een baan of twee onder de schoorsteen is de ene fase, het gedeelte vanaf een baan of twee boven de schoorsteen tot de nok is de andere fase, en het stuk waar de banen om de schoorsteen heen lopen, met de keurstukken die het water bovenlangs uiteen sturen, hoort bij één en dezelfde fase. Dat stuk werkt u in één werkgang af, ook als de rest van het dak in delen wordt opgeleverd.
Dat is een andere manier van faseren dan bij een dak zonder obstakel, waar u de knip kunt leggen waar de planning dat vraagt, omdat elke plek in het vlak min of meer gelijk is. Bij een schoorsteen is dat niet zo. Als u de knip toch op de schoorsteen zelf legt, omdat de bouwplanning dat nu eenmaal zo uitkomt, krijgt u een klikverbinding die water moet keren op precies de plek waar het water het meest samenkomt, en dat is een andere belasting dan waarvoor die verbinding bedoeld is.
De klemmen onder de fels van onze banen zitten verdekt en er gaat geen schroef door de plaat. Dat werkt zolang de banen ononderbroken doorlopen en de fels op elke naad zijn volle functie kan doen: water afvoeren naar de kant waar het hoort te komen. Als u een baaneinde legt op de plek waar het water door de schoorsteen al gedwongen wordt om zijwaarts te bewegen, vraagt u van die ene naad twee dingen tegelijk: de gewone afvoer die elke naad doet, en de extra zijwaartse druk die daar door het obstakel ontstaat. Een enkele klikverbinding is daarop niet berekend, niet omdat het materiaal het niet aankan, maar omdat de naad op die plek een andere rol krijgt dan waarvoor hij is ontworpen.
Een aannemer die de knip om planningsredenen toch op de schoorsteen legt, ziet dat er in eerste instantie niets bijzonders gebeurt. Het probleem zit niet in de eerste winter, maar in de herhaling: elke keer dat het water bij een bui tegen de opstand blijft staan en zijwaarts wegzoekt, belast dat de naad net iets anders dan een naad die in een leeg vlak ligt. Dat is een sluipend verhaal, en juist daarom is het iets om bij de planning al te vermijden in plaats van achteraf te repareren.
Er is nog een tweede manier waarop het misgaat, en die zit niet in de naad zelf maar in de volgorde van werken. Als het onderste deel van het dak al ligt en het bovenste deel, met de schoorsteen erin, nog een tijd open blijft liggen in afwachting van een volgende fase, dan ligt er een tijdlang een rand die niet is aangesloten op de rest. Bij een schoorsteen is die rand meteen de plek waar het meeste water samenkomt. Een tijdelijke aansluiting die daar niet op is toegesneden, geeft in de tussenperiode meer kans op een lek dan een tijdelijke aansluiting op een vlak stuk dak zonder obstakel.
In de praktijk werkt het aan te bevelen om het deel met de schoorsteen, inclusief de banen er direct boven en onder, als één werkgang te plannen, ook als dat betekent dat een dakdekker die dag een stuk minder vierkante meter dicht krijgt dan gebruikelijk. Onze banen worden op de millimeter afgekort geleverd, dus de lengte van de banen rond de schoorsteen kan al vooraf op de juiste maat worden besteld, zodat er op de bouw geen noodoplossing nodig is als het stuk toch net niet past bij de volgende fase.
Bij een dak zonder obstakel is de volgorde vooral een kwestie van planning: welk deel eerst, welk deel later, en dat heeft weinig invloed op de kwaliteit van de aansluiting omdat elke plek in het vlak gelijk is. Bij een schoorsteen in een gefaseerde oplevering is de volgorde ook een technische keuze. Wie het obstakel als een gewoon stuk dakvlak behandelt en de knip legt waar de bouwplanning dat het makkelijkst maakt, verplaatst het probleem niet weg, maar legt het juist op de plek waar het meeste water samenkomt.
Voor de opdrachtgever of architect die de planning met de aannemer afstemt, is het daarom zinvol om vooraf te vragen waar de knip tussen de fasen precies valt, en niet pas als het dak al half dicht is. Dat is een vraag die niets te maken heeft met het uiterlijk van de banen of met de dakhelling, maar met de plek waar de bevestiging het meeste te verduren krijgt.