Klikzink

Overgang naar plat dak tegenover dakpannen

Op veel daken loopt het hellende vlak niet door tot aan de dakrand. Er is een plat gedeelte, een dakkapel met een plat dak ervoor, of een aanbouw die tegen het hellende dak aan komt. Op die plek moeten twee systemen elkaar raken, en het water dat over het hellende vlak naar beneden komt, moet netjes overstappen naar het platte deel zonder dat het onder de bedekking kruipt. Hoe die overgang eruitziet, en hoe kwetsbaar hij is, hangt sterk af van wat er op het hellende deel ligt.

Bij dakpannen is de overgang een stapeling van losse onderdelen. De laatste rij pannen eindigt op een gootlood of een aansluitprofiel dat over het platte dak heen steekt. Daaronder ligt een dakfolie of onderlaag die het water moet opvangen als het tussen de pannen door komt, wat het bij pannen altijd een beetje doet. De pannen zelf liggen los op panlatten, gehouden door hun eigen vorm en een paar clips of nokvorsten die vastgeschroefd zijn. Bij de overgang naar plat moet iemand dus drie dingen op elkaar laten aansluiten: de pan, de folie eronder, en het loodwerk dat de sprong naar het platte dak maakt. Dat is precisiewerk met veel kleine stukken, en de kwaliteit van die aansluiting hangt voor een groot deel af van wie het die dag heeft gelegd.

Bij een klikdak is de overgang minder een stapeling en meer een doorgetrokken lijn. De felsbaan loopt door tot aan de rand van het hellende vlak en wordt daar afgekant naar het platte deel, of aangesloten op een randprofiel dat op maat is gewalst. Omdat de baan zelf het waterkerende oppervlak is, en niet een folie die verstopt zit onder een laag pannen, is er één continu vlak in plaats van een stapeling van onderdelen. Hoe die aansluiting er precies uitziet bij een klikdak, staat uitgebreider beschreven op de pagina over [de overgang naar een plat dak bij een klikdak](/bevestiging/overgang-plat-dak), maar het punt hier is de vergelijking: bij pannen is de overgang een optelsom van componenten, bij een felsbaan is het een verlengstuk van hetzelfde vlak.

Dat verschil zit ook in hoe het water zich gedraagt. Onder dakpannen loopt altijd wat water, ook bij een goed gelegd dak. Dat is inherent aan het systeem: pannen liggen los op elkaar, met overlappingen die bij wind en slagregen niet volledig dicht zijn. De onderliggende folie vangt dat op en voert het af naar de goot of naar de overgang met het platte dak. Bij die overgang moet het water dus twee keer een sprong maken: van tussen de pannen naar de folie, en van de folie naar het platte dak. Elke sprong is een plek waar het mis kan gaan als de aansluiting niet klopt.

Bij een felsbaan loopt het water over het oppervlak van de plaat zelf, niet erdoorheen en niet erlangs. Er is geen onderliggende folie die het moet opvangen, want de plaat is de waterkering. Bij de overgang naar het platte deel is er dus maar één sprong: van het ene vlak naar het andere, over een gefelste of gesoldeerde naad. Dat maakt de overgang eenvoudiger te doorgronden voor wie het moet controleren, en het maakt hem ook minder afhankelijk van een folie die na twintig jaar UV en temperatuurwisselingen nog steeds moet werken.

De vergelijking is niet in alle opzichten in het voordeel van de felsbaan, en dat is de moeite waard om hardop te zeggen. Dakpannen zijn losse eenheden op latten, en dat heeft een voordeel dat een doorlopende baan niet heeft: als er één pan beschadigd is, na een tak die erop valt of een loodgieter die er met een ladder tegenaan komt, vervangt u die ene pan. De rest van het dak blijft ongemoeid. Bij een felsbaan die aan de rand van een groot vlak beschadigd raakt, moet u kijken hoever de baan doorloopt en of het praktisch is om alleen dat stuk te vervangen of dat de hele baan eraf moet. Bij een dak met veel losse vlakken en een ingewikkelde vorm, zoals bij een dak met veel opgaande delen en doorvoeren, kan die reparatievriendelijkheid van pannen een reëel argument zijn, en dat speelt sterker naarmate het aantal doorvoeren toeneemt, zoals wij uitleggen bij [de overgang naar een plat dak bij veel dakdoorvoeren](/bevestiging/overgang-plat-dak/veel-doorvoeren).

Ook in gewicht verschillen de twee systemen, en dat werkt door tot in de overgang. Dakpannen wegen aanzienlijk meer per vierkante meter dan een felsbaan van 0,55 mm staal, die op ongeveer 5 kg per m2 uitkomt. Bij de overgang naar een plat dak betekent dat bij pannen vaak een zwaardere onderconstructie ter plaatse van de aansluiting, omdat het gewicht van de laatste rijen pannen ergens moet landen. Bij een klikdak is dat gewicht er niet, wat de detaillering bij de overgang lichter maakt, maar dat zegt niets over de sterkte van de aansluiting zelf.

Wind speelt op de overgang een andere rol dan op het vlakke deel van het dak. Bij pannen is de rand van het hellende vlak, waar het overgaat in plat, vaak een plek met verhoogde windbelasting, en de bevestiging van de laatste rijen pannen en het aansluitende loodwerk moet daar tegen bestand zijn. Pannen worden op die plek vaak extra vastgezet met clips, juist omdat losse pannen bij windvlagen kunnen opwaaien. Bij een klikdak zit de bevestiging in de klemmen onder de fels, over de hele lengte van de baan, en niet geconcentreerd op een paar clips bij de rand. Dat verandert niet de fysica van de wind, maar wel waar de kwetsbare plek in het bevestigingssysteem zit.

De helling van het hellende vlak zelf bepaalt ook hoe de overgang zich gedraagt, en dat geldt voor beide systemen. Op een steil dakvlak versnelt het water flink voordat het bij de overgang aankomt, en moet de aansluiting die snelheid opvangen zonder dat het water eroverheen spat. Hoe dat precies uitwerkt bij een felsbaan op een steil dak staat op de pagina over [de overgang naar een plat dak op een steil dak](/bevestiging/overgang-plat-dak/steil-dak). Bij dakpannen op een steile helling is de overlapping tussen pannen doorgaans ruimer bemeten, wat de kans dat er water onder komt iets verkleint, maar het basisprincipe van de folie die het opvangt blijft hetzelfde.

De uitzetting van het materiaal telt bij een felsbaan mee op een manier die bij pannen niet aan de orde is. Pannen zijn los van elkaar en zetten nauwelijks merkbaar uit; elke pan doet zijn eigen ding. Een felsbaan is een doorlopende plaat, en die zet wel uit en krimpt met de temperatuur, iets minder dan zink omdat de plaatdikte en het materiaal dat dempen. Bij de overgang naar een plat dak moet die beweging ergens kunnen, meestal in de klemmen die de baan vasthouden zonder hem klem te zetten. Dat is precies waarom die overgang bij een klikdak zorgvuldig gedetailleerd is, en waarom een verkeerd gekozen vaste bevestiging op die plek juist scheuren kan veroorzaken in plaats van ze te voorkomen.

De keuze tussen de twee systemen wordt niet alleen bij de overgang gemaakt, maar de overgang laat wel goed zien waar het verschil in zit. Pannen geven u een dak dat in losse stukken repareerbaar is, met een overgang die uit meerdere onderdelen bestaat en waarvan de kwaliteit sterk afhangt van de uitvoering op dat moment. Een felsbaan geeft u een doorlopend vlak met minder losse onderdelen bij de overgang, tegen de prijs van een minder eenvoudige plaatselijke reparatie als er iets misgaat. Welke van de twee beter past, hangt af van de vorm van het dak, de hoeveelheid doorvoeren en opgaande delen, en hoe belangrijk het is om over twintig jaar een enkele beschadigde plek snel te kunnen vervangen zonder de rest aan te raken.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink