Klikzink

Aansluiting aanbouw: klikfelsbaan tegenover dakpannen

Een aanbouw tegen een hoger gebouw is een van de lastigere plekken op een dak. Er is een opgaande wand, er is een hoogteovergang waar water tegenaan kan lopen, en er is een dakvlak dat vaak flauwer helt dan het hoofddak. Al dat water moet ergens heen zonder dat het bij de wand naar binnen kruipt. Hoe de dakbedekking daar vastzit, bepaalt voor een groot deel hoe dat afloop.

Bij dakpannen ligt dat vlak op losse eenheden. Iedere pan hangt aan een lat, en bij de opgaande wand wordt het water opgevangen door een loodslabbe of een aansluitprofiel dat los tussen de pannen en de wand wordt gewerkt. Dat is bewerkelijk maar het is ook flexibel: een pannendak kan rond een schoorsteen, een dakraam of een aanbouw heen gevouwen worden omdat elke pan zijn eigen plek zoekt. Bij een klikfelsbaan ligt dat anders. De baan is een doorlopend vlak van dakvoet tot daknok, vastgeklikt over klemmen die onder de fels zitten en zonder dat er een schroef door de plaat gaat. Waar die baan tegen de opgaande wand van de aanbouw komt, moet de plaat dus mee omhoog gewerkt worden in plaats van dat er een los stuk tussen wordt geschoven.

Wat dat verschil in de praktijk betekent

Op een pannendak is de aansluiting op een aanbouw in feite een reeks losse ingrepen: de laatste rij pannen wordt aangepast, de slabbe wordt erin geschoven, en de voeg wordt afgekit of ingemetseld. Dat werk is grotendeels onafhankelijk van de rest van het dak. Gaat er ooit een pan stuk op een ander deel van het dak, dan trek je die er losstaand uit en leg je een nieuwe erin. De aansluiting bij de aanbouw wordt daar niet door geraakt.

Bij een klikfelsbaan werkt de opzet net andersom. De banen lopen door tot aan de kraal of de opstand bij de wand, en de laatste baan wordt daar omhoog gezet en ingewerkt onder de wandaansluiting. Er is geen los inschuifstuk; de plaat zelf vormt de overgang. Dat is efficiënter te leggen, want er is geen los onderdeel dat apart besteld en gepast moet worden, maar het betekent ook dat die laatste baan zorgvuldig gesneden en gepast moet zijn. Een verkeerd afgekorte baan bij de aanbouw is lastiger te herstellen dan één verkeerd gelegde pan, simpelweg omdat de baan een aaneengesloten stuk plaatwerk is in plaats van een stapel losse eenheden.

Wind, gewicht en wat er gebeurt bij een stuk

pannen liggen los op de latten en worden op hun plek gehouden door hun eigen gewicht, aangevuld met stormklemmen op plekken waar de windbelasting dat vereist. Bij een aanbouw, waar het dakvlak vaak in de luwte van het hogere gebouw ligt, is dat meestal geen probleem, maar aan de randen en bij de nok kan de windzuiging juist toenemen door de vorm van het gebouw. Raakt daar een pan los, dan is de schade doorgaans plaatselijk: één pan waait weg of breekt, en die vervang je.

Bij de klikfelsbaan zit de bevestiging blind onder de fels, verdeeld over de hele lengte van de baan. Er is geen enkel punt waar de wind onder een rand kan grijpen zoals bij een pan die net iets loszit. Dat is een voordeel bij een aanbouw, waar de wandaansluiting vaak net de plek is waar windwervelingen ontstaan. Gaat er toch iets mis, bijvoorbeeld door een beschadiging tijdens onderhoud aan de aanbouw zelf, dan is het herstel wel ingrijpender dan bij pannen: er moet een stuk baan los, gerepareerd of vervangen worden, en dat raakt in principe de hele lengte van die baan, niet alleen het beschadigde plekje.

Helling, afwatering en de rol van de opgaande wand

Een aanbouw heeft vaak een flauwere helling dan het hoofdgebouw, en dat verandert hoe kritisch de aansluiting is. Bij een steile pannendak loopt water snel weg en heeft een kleine onvolkomenheid in de slabbe weinig gevolgen. Bij een flauw hellend vlak tegen een hoge wand blijft het water langer staan en telt elke oneffenheid zwaarder. Dat geldt voor beide systemen, maar het werkt door in de manier van aansluiten: bij pannen is de slabbe een los onderdeel dat je desnoods breder of hoger uitvoert; bij de klikfelsbaan bepaalt de opstand van de baan zelf hoe hoog het water kan komen voordat het over de rand zou kunnen slaan. Hoe die opstand precies vorm krijgt op een flauwe helling behandelen we bij [de aansluiting op een aanbouw op een flauwe helling](/bevestiging/aansluiting-aanbouw/flauwe-helling), maar de kern is dat de bevestiging van de baan aan de wand een vaste, doorlopende lijn is in plaats van een reeks losse overlappen zoals bij pannen.

De opgaande wand zelf vraagt bij beide systemen om een aparte afwerking, meestal met een inwerking onder de gevelbekleding of een lood- of felsprofiel dat over de wandaansluiting heen komt. Bij pannen is dat een kwestie van de slabbe voldoende hoog opzetten. Bij de klikfelsbaan wordt de baan zelf omgezet tot een opstaande rand, die vervolgens door een separaat kraalprofiel wordt afgedekt. Dat scheelt een los onderdeel, maar het betekent dat de plaat op de bouwplaats gebogen moet worden, en dat kan tot een temperatuur van ongeveer -15 graden koud, zonder dat er verwarmd moet worden om de plaat werkbaar te houden.

Waarom pannen hier soms juist praktischer zijn

Het is niet zo dat de klikfelsbaan bij een aanbouw altijd de betere keuze is. Bij een kleine aanbouw met een grillige vorm, met meerdere hoeken en een korte aansluitlengte, is het aantal losse pannen dat aangepast moet worden vaak beperkter dan het werk dat nodig is om een doorlopende baan netjes rond diezelfde hoeken te krijgen. Pannen zijn per stuk aan te passen; een felsbaan moet in zijn geheel passen, en bij een complexe aanbouw met veel korte wandstukken kan dat meer snijwerk en pasmateriaal vragen dan een dakdekker gewend is bij pannen. Ook als de aanbouw op een later moment een andere functie krijgt, bijvoorbeeld een dakraam of een doorvoer die er alsnog in moet, is dat bij pannen eenvoudiger te doen dan bij een doorlopende baan waar je dan een stuk uit moet snijden. Hoe dat bij een dak met veel doorvoeren precies uitpakt, staat beschreven bij [de aansluiting op een aanbouw bij veel dakdoorvoeren](/bevestiging/aansluiting-aanbouw/veel-doorvoeren).

Wat de keuze voor u betekent

De vergelijking met dakpannen laat zien dat het verschil niet in het materiaal zit, maar in hoe het vastzit. Losse pannen geven flexibiliteit per pan en makkelijk lokaal herstel, maar vragen bij elke aansluiting een los inschuifstuk. Een klikfelsbaan geeft een doorlopend vlak zonder zichtbare bevestiging, wat bij wind en bij een flauwe helling gunstig kan zijn, maar het legt meer gewicht op het correct passen van die ene laatste baan bij de wand. Bij een eenvoudige, rechte aansluiting op een aanbouw met een ruime hoeveelheid dakvlak werkt die doorlopende baan in het voordeel; bij een kleine, grillige aanbouw met veel hoeken is dat voordeel kleiner en kan de flexibiliteit van pannen praktischer uitpakken. Welke van de twee logisch is, hangt dus af van de vorm van uw aanbouw en van wat er verder nog op dat dakvlak moet gebeuren.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink