Klikzink
De dakvoet is de plek waar al het water dat over het dakvlak naar beneden komt, het dak verlaat. Bij een pannendak is dat de onderste rij pannen op de panlat. Bij een klikdak is dat de laatste klem in de eerste rij, met de fels die daar net begint of net stopt. Beide moeten hetzelfde probleem oplossen, water wegleiden en de wind weerstaan, maar ze doen dat op een andere manier en dat merkt u vooral als er iets misgaat.
Een pannendak bestaat aan de onderrand uit losse stukken. Elke pan ligt op zijn lat, gehouden door zwaartekracht en, bij de onderste rij, meestal een pankram of een klem tegen opwaaien. Dat is op zichzelf een bewezen manier van werken, en op een gewoon zadeldak met voldoende helling doet die rij pannen weinig anders dan al zijn buren. Het probleem zit in de optelsom: honderden losse eenheden die allemaal apart hun eigen wind moeten weerstaan, en waarvan er bij storm net dat ene exemplaar los kan komen dat toevallig niet goed onder de volgende pan lag geklemd. Bij een klikfelsbaan is de onderrand onderdeel van een doorlopende plaat. Er is geen los element dat kan opwaaien, want er is niets los. De eerste klem aan de dakvoet houdt niet één paneel vast, maar de rand van een baan die soms tientallen meters lang is en die zijn trekkracht over die hele lengte verdeelt.
Dat verschil in trekkracht is precies waarom de onderste klem hier de meeste aandacht krijgt. Wind grijpt een dakvlak niet gelijkmatig aan; de randen, en vooral de onderrand, krijgen de hoogste zuigkracht. Bij een pannendak zet je daar extra klemmen tegen, per pan. Bij een klikdak zit die belasting geconcentreerd op de klemmen van de eerste rij, en die zijn daarom het startpunt van elke berekening die wij voor een project maken. Hoeveel klemmen daar nodig zijn hangt af van gebouwhoogte, ligging en dakvorm, dat rekenen we per project door, maar het principe blijft dat de onderrand van een klikdak één sterke lijn is in plaats van honderden losse zwakke plekken.
Gewicht speelt hierbij ook een rol, en niet in het voordeel van de pan. Keramische of betonnen dakpannen wegen aanzienlijk meer dan de ongeveer 5 kilo per vierkante meter van onze stalen banen. Op een bestaande dakconstructie die aan vervanging toe is, kan dat gewichtsverschil bepalen of de bestaande gordels of spanten het nieuwe dak zonder versterking kunnen dragen. Dat is geen detail van de dakvoet alleen, maar het telt daar wel mee: een lichter dak vraagt een lichtere verankering, ook onderaan.
Helling is het punt waarop de pan het wint, en dat zeggen we liever nu dan dat u het er later achter komt. Dakpannen zijn ontworpen voor steile hellingen en werken daar al eeuwen naar tevredenheid; hoe steiler het dak, hoe sneller het water weg is en hoe minder de overlap tussen de pannen onder druk staat. Onze felsbanen zijn juist ontwikkeld om ook op flauwe hellingen dicht te blijven, vanaf zes graden, iets waar een pannendak niet aan kan beginnen zonder gegarandeerde lekkage. Op een steil dak is het verschil tussen beide systemen bij de dakvoet vooral een kwestie van voorkeur en aanzicht; op een flauw dak is een pannendak eenvoudigweg geen optie, en dat is precies waarom wij dat onderwerp apart behandelen bij [de dakvoet op een flauwe helling](/bevestiging/dakvoet/flauwe-helling).
Het gedrag bij schade is het tweede grote verschil, en dat zit dieper dan het oogt. Als er bij een pannendak één pan aan de onderrand breekt, haalt u die pan eruit en schuift u een nieuwe erin. Geen gereedschap voor de rest van het dak nodig, geen buren aangeraakt. Dat is de eerlijke sterkte van het pannensysteem: schade blijft lokaal en het herstel is bijna altijd binnen een uur klaar. Bij een klikfelsbaan ligt dat anders, want de onderrand is onderdeel van een aaneengesloten plaat. Raakt die beschadigd, bijvoorbeeld door een vallende tak of onzorgvuldig lopen tijdens onderhoud aan een installatie op het dak, dan is het meestal niet de hele baan die vervangen moet worden, maar het is ook geen kwestie van één onderdeeltje wisselen zoals bij een pan. De klem eronder blijft intact, dat scheelt, maar de reparatie vraagt wel iemand die weet hoe de klikverbinding werkt.
Daar staat tegenover dat een klikdak aan de dakvoet minder kwetsbaar is voor het probleem waar pannendaken juist berucht voor zijn: verschuiven. Pannen op een lat kunnen na jaren, door houtwerking van de lat of door herhaalde windbelasting, een beetje opschuiven, waardoor de overlap kleiner wordt en er juist bij de onderste rij een kier ontstaat die nergens zichtbaar is totdat het binnen gaat druppelen. Een klikfelsbaan kan niet verschuiven; hij hangt aan de klem en die klem zit vast aan de ondergrond. Wat er wel gebeurt, is uitzetten en krimpen met de temperatuur, en dat is precies waarom de klem onder de fels een beweegruimte heeft ingebouwd in plaats van de plaat muurvast te zetten. Bij onze stalen banen is die beweging ongeveer half zoveel als bij zink, wat de klem aan de dakvoet minder werk geeft dan bij een zinken systeem.
De manier van bouwen aan de dakvoet verschilt ook in tempo en volgorde. Bij een pannendak legt u de onderste rij pannen als losse eenheden, één voor één, en de snelheid waarmee dat gaat hangt af van de vorm van het dak en het aantal hoeken. Bij onze banen ligt de dakvoet in feite al klaar zodra de eerste rij klemmen is vastgezet en de eerste baan erin geklikt is; de rest van het dakvlak volgt daarna in banen die u aan elkaar klikt, niet aan elkaar legt. Dat verandert de planning op de bouwplaats meer dan de dakvoet zelf, en dat werken we uitgebreider uit op de pagina over [de dakvoet bij een klikdak](/bevestiging/dakvoet), waar we het hele detail van klem tot afwerking doornemen.
Wat overblijft is een keuze die minder gaat over welk systeem beter is, en meer over wat bij het gebouw past. Op een steil zadeldak met een traditionele uitstraling is een pannendak aan de onderrand een vertrouwde en goed te repareren oplossing. Op een dak met weinig helling, met een grote onderbroken gevellijn, of waar architect en opdrachtgever een rustig doorlopend vlak willen zonder de golving van losse pannen, is de dakvoet van een klikfelsbaan de aansluiting die daar wél mee overweg kan. Wij denken in die afweging graag mee op tekening, zonder kosten, en leveren de banen op maat vanaf onze eigen walsmachines in Ede.