Klikzink

De hoekkeper op OSB-plaat leggen

Een hoekkeper is de buitenhoek waar twee dakvlakken tegen elkaar aan komen, uitstekend in plaats van invallend zoals een kilgoot. Op die plek loopt geen enkele baan gewoon door tot de nok. Elke baan wordt op een andere lengte afgesneden, omdat de hoek de baan schuin doorsnijdt. Waar de ene baan bij de dakvoet nog vijf meter lang is, kan de baan net naast de keper al bij twee meter afgeknipt zijn. Die schuine kant moet even goed vastzitten als de rest van de baan, en dat is precies waar de bevestiging op een hoekkeper afwijkt van een recht vlak.

Bij onze banen zit de klem onder de fels, niet door de plaat heen. Dat werkt op een recht vlak eenvoudig: de klemmen worden op regelmatige afstand op de ondergrond gezet, de baan klikt erover, klaar. Op de hoekkeper valt die regelmaat weg. Bij de schuine afsnijding staat de laatste klem vaak dichter bij de rand dan u op een recht stuk zou plaatsen, simpelweg omdat de baan daar kort is en er verder geen ruimte meer over is. Die klem moet er toch staan, want juist de schuine hoek is de plek waar een baan het eerst los zou komen als de bevestiging te schraal is.

Waarom OSB hier meespeelt

OSB-plaat is de ondergrond waar in de nieuwbouw het vaakst voor gekozen wordt, en dat is een kostenafweging: OSB is goedkoper dan multiplex en wordt in grote platen aangeleverd, wat op een groot dakvlak scheelt in leg- en snijwerk. Voor een recht vlak is dat verschil met multiplex in de bevestiging beperkt te merken. Op een hoekkeper wordt het duidelijker, omdat daar meer klemmen dicht bij een plaatrand staan, en de plaatrand is bij OSB de zwakste plek.

OSB bestaat uit houtspaanders die met lijm onder druk tot een plaat geperst zijn. In het midden van de plaat houdt die structuur een schroef of klem prima vast. Aan de rand, waar de plaat is doorgezaagd, liggen de spaanders open en kan de plaat vocht opnemen. Een rand die vocht opneemt zet iets uit, en een plaat die telkens even uitzet en weer krimpt, houdt een bevestigingspunt minder goed vast dan een droge rand. Bij een hoekkeper snijdt u sowieso al meer platen op maat om de hoek te volgen, dus er liggen op die plek meer plaatranden dan op een regelmatig dakvlak. Precies daar moet de klem het werk doen.

De uittrekwaarde van een bevestiging in OSB ligt lager dan in multiplex. Op een recht dakvlak, met klemmen die over de volle lengte van een baan verdeeld staan, valt dat verschil in de praktijk te compenseren door de klemafstand iets te verkleinen. Op een hoekkeper is die marge kleiner, omdat de kortste baanstukken al weinig ruimte bieden voor een extra klem. Een klem die op een recht vlak nog dertig centimeter van de rand kan staan, moet op de keper soms binnen tien centimeter van een gezaagde plaatrand geplaatst worden. Dat is precies de plek waar OSB het minst te bieden heeft.

Hoe de volgorde op de keper verloopt

De keper wordt in de regel als laatste gelegd, na de twee aansluitende vlakken. Dat is geen vaste regel maar volgt logisch uit de bevestiging: eerst liggen de rechte banen op de vlakken, met hun klemmen op de gewone afstand. Pas dan is precies te zien waar de schuine snijlijn van de keper loopt, en dus waar op elke baan de laatste klem moet komen voordat de baan wordt afgekort. Wie de keper eerder aanpakt, snijdt op de gok en loopt het risico dat een baan net te kort wordt afgezaagd om nog een klem te dragen op de schuine kant.

Bij het afkorten zelf komt de plaat opnieuw in beeld. Een zaagsnede in OSB laat de kern van de plaat vrij, en die kern is dezelfde losse spaanderstructuur als aan de rest van de plaatrand. Een klem die net op die versgezaagde rand terechtkomt, zit vanaf dag één op de zwakste plek van de plaat. Daarom wordt op een hoekkeper de klem net iets landinwaarts van de snijlijn gezet in plaats van erop, ook als dat betekent dat de klemafstand op dat stuk iets kleiner wordt dan de standaardmaat.

Uitzetting op de schuine kant

Stalen felsbanen zetten minder uit dan zinken, ongeveer de helft, maar op nul komt het niet. Op een recht vlak schuift een baan bij temperatuurwisseling gelijkmatig onder de klemmen door, in de lengte van de baan. Op een hoekkeper is de kortste baan ook het kortst in de richting waarin ze kan bewegen. Een baan van twee meter zet minder uit in absolute maat dan een baan van vijf meter, maar heeft ook minder klemmen om die beweging over te verdelen. Bij de klem die het dichtst bij de schuine snijkant staat, komt daardoor iets meer beweging terecht dan bij een klem in het midden van een lange baan. Op multiplex is dat te ondervangen omdat de plaat de klem overal even stevig vasthoudt. Op OSB, waar de rand al de zwakste plek is, komt die extra beweging precies samen met de plek waar de plaat het minst te bieden heeft.

Waar het misgaat

De meest voorkomende fout op deze combinatie is een klem die te dicht op de gezaagde rand van de OSB-plaat wordt gezet, in de veronderstelling dat de plaat daar toch al ondersteund wordt door de kepergordel erachter. Die gordel houdt de plaat op zijn plek, maar verandert niets aan de losse structuur van de gezaagde rand zelf. Na een paar jaar van uitzetten en krimpen, in combinatie met vocht dat via de snijkant in de plaat trekt, verliest die klem houvast. Het gevolg is meestal niet dat de baan meteen loskomt, maar dat de fels op die plek iets gaat wapperen bij wind, wat op zijn beurt de klem verder belast.

Een tweede fout is de klemafstand op de keper gelijk houden aan die op het rechte vlak, zonder rekening te houden met de kortere baanlengtes. Bij een korte baan met maar twee klemmen in plaats van vier draagt elke klem een groter deel van het gewicht en de windbelasting. Op multiplex is dat nog te verdedigen omdat de plaat zelf meewerkt; op OSB, met zijn lagere uittrekwaarde, is dat de plek waar een storm het verschil laat zien tussen een dak dat droog blijft en een dak dat bij de hoek gaat lekken.

De derde fout ligt niet bij de klem maar bij de plaat zelf: een OSB-rand die bij het zagen van de hoekkeper niet is afgedicht, blijft open liggen voor vocht dat via de fels of via condens onder de plaat naar binnen trekt. Dat raakt de opbouw van het dak, en die opbouw hoort niet op deze pagina maar op klikfels.com. Voor de bevestiging is het genoeg om te weten dat een vochtige rand een losser bevestigingspunt oplevert, en dat is op een hoekkeper, waar toch al meer klemmen dicht bij een rand staan, het eerste waar het misgaat.

Voor wie de keper op OSB gaat leggen, is het praktische gevolg dat de klemafstand op dat vlak niet zomaar wordt overgenomen van een recht dakvlak elders op hetzelfde project, en dat de volgorde van leggen, eerst de vlakken en dan de keper, ruimte laat om precies te zien waar elke baan valt voordat er wordt gezaagd en geklemd.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink