Klikzink
Een baan van 475 mm werkende breedte kan smaller worden gewalst dan die maat. Op de millimeter afgekort, tot 450 mm aan toe, en dat gebeurt vaak juist bij multiplex: rond een dakraam, langs een schoorsteen, of op een dakvlak dat net niet in hele banen past. De keerzijde van smal werken is rekenkundig simpel. Waar u op een breed dakvlak met hele banen toe kunt, past op hetzelfde oppervlak met smalle stroken een groter aantal felsnaden, en op elke felsnaad zitten de klemmen die de plaat vasthouden. Meer naden per vierkante meter betekent meer klemmen per vierkante meter.
Dat is op zichzelf geen probleem. De klem onder de fels is niet ontworpen voor één breedte, en een smallere baan vraagt niet om een sterkere klem. Wat verandert is de verdeling van de belasting. Elke klem draagt het deel van het dakvlak dat aan zijn baan grenst, en bij een smalle baan is dat deel kleiner. Minder gewicht, minder windbelasting, minder beweging door temperatuur, per klem gerekend. Dat klinkt als voordeel, en voor de klem zelf is het dat ook. Maar het aantal plekken waar iets kan tegenzitten neemt toe, en dat is waar het werk op de bouw zwaarder wordt, niet lichter.
Het leggen van een klikdak gaat sneller dan solderen, dat blijft zo. Maar snelheid zit in het aantal handelingen, en elke klem is een handeling: positioneren, vastzetten, controleren. Op een dakvlak met brede banen ligt u met minder klemmen aan hetzelfde vierkante meterage. Op een dakvlak met smalle stroken herhaalt u die handeling vaker om dezelfde oppervlakte dicht te krijgen. Een dakdekker die een middag lang smalle stroken rond een opstand legt, merkt dat het tempo per vierkante meter lager ligt dan op het open vlak ernaast, ook al is elke afzonderlijke klem net zo snel gezet. Dat is geen kwestie van vaardigheid, het is een kwestie van rekenkunde: meer naden, meer klemmen, meer tijd.
Op multiplex telt dat door op een specifieke manier. Multiplex is een gesloten plaatvloer, en dat is een andere ondergrond dan losse delen of een dragende constructie met kieren ertussen. Het voordeel daarvan hebben we hier nodig: een plaatvloer is overal ongeveer even sterk, en dat maakt de plek waar een klem komt voorspelbaar. U hoeft niet te zoeken naar een balk of een gording om op te schroeven, want de klem wordt op het vlak bevestigd en de plaat draagt het gewicht. Bij smalle banen met veel klemmen is die voorspelbaarheid precies wat het werkbaar houdt. Zou de ondergrond ongelijk zijn geweest, met sterke en zwakke plekken door elkaar, dan had elke extra klem een nieuwe vraag opgeleverd: zit die hier goed. Op multiplex is dat antwoord vooraf al ja, voor bijna elke plek op het vlak.
Bijna elke plek, niet elke plek. Multiplex komt in platen, en tussen die platen zitten naden. Die naad is de plek waar twee stukken ondergrond tegen elkaar liggen zonder dat het materiaal doorloopt, en dat is niet de plek waar u een klem wilt hebben. Een klem die precies op een plaatnaad terechtkomt, drukt op de rand van twee platen in plaats van op één stevig vlak, en dat geeft een minder betrouwbare bevestiging dan een klem die ruim binnen één plaat valt.
Bij brede banen met weinig klemmen per vierkante meter is die naad makkelijk te ontlopen: er zijn simpelweg minder klemmen, dus minder kans dat een van hen precies op een naad valt, en de afstand tussen klemmen is vaak groot genoeg om de naad ertussen te laten liggen. Bij smalle banen met veel klemmen wordt dat nauwkeuriger werk. Meer klemmen op minder ruimte betekent dat de kans groter is dat een klem in de buurt van een naad terechtkomt, en dan moet er geschoven worden: de plaatindeling van het multiplex en de baanindeling van de felszink moeten op elkaar afgestemd worden voordat de eerste klem gezet wordt, niet erna. Dat is precies waarom wij op tekening meedenken voor het gelegd wordt. Bij een smal stuk dakvlak rond een dakdoorvoer of een schoorsteen, waar toch al met kleinere stroken gewerkt wordt, is dat afstemmen de stap die scheelt of het werk in één keer goed gaat of dat er op de bouw nog geschoven moet worden met de plaatindeling.
Er zijn situaties waarin een smalle baan geen keuze is maar een gegeven: de ruimte tussen twee opstanden, de strook langs een hoekkeper, het stuk dakvlak dat overblijft naast een dakraam. Daar past geen brede baan, punt. In die gevallen is het extra aantal klemmen de prijs die u betaalt voor de vorm van het dakvlak, en die prijs is in tijd, niet in duurzaamheid van de bevestiging. De klem zelf wordt er niet slechter van.
Er zijn ook situaties waarin voor smalle banen gekozen wordt terwijl het dakvlak breed genoeg is voor bredere stroken, meestal met het oog op het uiterlijk van het vlak. Dat is een afweging die op zinklook.com thuishoort, niet hier, maar vanuit de bevestiging is het wel relevant: als de breedte een vrije keuze is, weegt u het aantal klemmen en de legtijd mee tegen wat de smallere baan oplevert. Op een klein dakvlak, zoals een dakkapel of een uitbouw, is dat verschil in tijd beperkt en speelt het weinig op. Op een groot dakvlak dat u toch al in smalle stroken had willen leggen, telt het aantal extra klemmen wel op, en is het goed om dat vooraf te weten in plaats van pas op de bouw te merken dat het tempo lager ligt dan begroot.
De combinatie van smalle banen en multiplex is dus geen probleem dat opgelost moet worden, het is een optelsom die u vooraf kunt maken. Meer naden per vierkante meter, meer klemmen, meer legtijd, en een grotere kans dat een klem in de buurt van een plaatnaad valt. De ondergrond zelf helpt daarbij: een gesloten plaatvloer geeft overal een gelijke basis om op te bevestigen, wat op een oneffen dragende constructie een stuk lastiger te garanderen zou zijn. Wat overblijft is de afstemming tussen plaatindeling en baanindeling, en die maakt u het beste op tekening, zoals wij dat ook doen voor een [klikdak op multiplex](/bevestiging/multiplex) in bredere uitvoering. Voor de aansluitingen zelf, waar smalle stroken vaak onvermijdelijk zijn, gelden weer eigen regels, zoals te zien is bij [de dakdoorvoer op multiplex](/bevestiging/multiplex/dakdoorvoer).