Klikzink
De kilgoot is de plek waar twee dakvlakken samenkomen in een binnenhoek. Al het water van beide vlakken loopt hierlangs naar beneden, geconcentreerd in één smalle strook. Waar op een recht dakvlak een lek nog wel eens beperkt blijft tot een druppel, is een fout in de kilgoot vaak meteen een probleem, omdat hier de volledige afvoer van het dak samenkomt. Dat maakt de manier waarop de kilgoot is uitgevoerd, en waarop hij vastzit, belangrijker dan bij welk ander detail dan ook.
Bitumen kilgoten worden meestal gemaakt met een aparte laag, gebrand of gekleefd in de hoek, waarop de dakbanen vervolgens aansluiten. Het is een homogeen geheel: geen naden, geen mechanische delen, één dichte laag die zich aanpast aan de vorm van de hoek. Voor een architect of aannemer die een ingewikkelde daksituatie heeft met veel bochten en aansluitingen, is dat een reëel voordeel. Bitumen legt zich om een detail heen op een manier die een stalen plaat niet kan. Wij zeggen dat niet om het meteen te ontkrachten: bij een zeer grillige geometrie is een gebrande kil vaak praktischer dan een gefelste kil, en dat is precies waar bitumen zijn kracht heeft.
Bij onze felsbanen ligt dat anders, omdat de banen zelf de kil vormen. Ze eindigen schuin op de kilgoot, aangesloten op een onderliggende kilplaat, en klikken vast over de klemmen die onder de fels zitten. Er wordt in de kil dus niets gebrand en niets gekleefd; het is dezelfde mechanische bevestiging als op de rest van het dak, alleen ligt de baan hier onder een hoek. Dat is meteen ook de reden waarom de uitvoering van de kil zo nauw luistert: de snijhoek en de overlap moeten kloppen, anders krijgt water bij de naad een kans die het op een recht vlak niet had. Wij werken dat in detail uit in het stuk over de kilgoot bij een klikdak, waar we ingaan op hoe die aansluiting precies wordt opgebouwd.
Een verschil dat direct met de bevestiging te maken heeft, is wat er gebeurt bij uitzetting. Bitumen zet niet of nauwelijks uit door temperatuur, staal wel, al is dat bij ons ongeveer half zoveel als bij zink. In een rechte lengte van een dakvlak vangt de klem die beweging op zonder dat de plaat vervormt of los komt. In een kilgoot, waar twee dakvlakken onder een hoek samenkomen en de baan dus een schuine snede heeft, is die beweging net iets anders verdeeld dan op een recht vlak. Daarom is de kil altijd een detail waar wij extra op letten bij de uitvoering, en waar de klemafstand en de lengte van de aansluitende banen bepalen hoe het zich gedraagt. Bitumen heeft dat probleem niet, simpelweg omdat het materiaal niet op dezelfde manier beweegt.
Het lek zelf verschilt ook. Bij bitumen is een lek in de kil meestal het gevolg van een verouderde of beschadigde laag: de bitumen wordt broos, er ontstaat een scheur, of een naad laat los na jaren zon en vorst. Herstellen betekent dan het vrijmaken van de kil, het verwijderen van het beschadigde stuk en het opnieuw branden of kleven van een nieuwe laag, met open vuur of een gasbrander op een plek die vaak lastig bereikbaar is. Bij onze kilgoot ontstaat een lek zelden door veroudering van het materiaal zelf, de coating gaat lang mee, maar eerder door een verkeerd gelegde aansluiting of een klem die niet goed vastzit. Herstel betekent dan het loshalen van de betreffende baan uit de klik, het opnieuw plaatsen en opnieuw vastklikken, zonder vuur en zonder dat de rest van het dak wordt aangeraakt. Dat is een ander soort reparatie: gerichter, maar het vereist wel dat je weet welke baan je moet lostrekken en hoe de klik weer sluit.
De levensduur van een bitumen kilgoot hangt sterk af van de blootstelling aan uv en van de kwaliteit van het branden op dat moment; het is werk dat in de praktijk nogal wat vakmanschap vraagt, en een slecht gebrande naad in de kil komt eerder aan het licht dan een slecht gebrande naad op een recht vlak, precies omdat hier al het water samenkomt. Onze kilgoot heeft geen naad die gebrand moet worden, maar heeft wel een eigen kwetsbaarheid: als de kilplaat onder de banen niet goed is gedimensioneerd op de te verwachten waterafvoer, helpt de beste klik niet. Dat is dan ook geen vraag van bevestiging maar van dimensionering, en die hoort eerder bij de opbouw van het dak dan bij hoe de banen vastzitten.
Op een groot dakvlak met een lange kil merk je het verschil in het proces zelf. Bij bitumen wordt de kil doorgaans in één werkgang gebrand of gekleefd door een gespecialiseerde dakdekker, wat betekent dat het weer en de temperatuur mee moeten zitten, en dat de kil als een aaneengesloten geheel klaar is voordat de rest van het dak volgt. Bij onze aanpak wordt de kil opgebouwd terwijl de banen aan beide zijden worden gelegd, in dezelfde volgorde als de rest van het dak, en dat is precies waarom de kwaliteit van de eindsnede op elke baan zo bepalend is voor het resultaat. Wij lopen dat traject uitgebreider door bij de kilgoot bij een groot open dakvlak, waar de lengte van de kil zelf een aandachtspunt is.
Waar bitumen ons betreft ook eerlijk de betere keuze kan zijn, is bij daken met een zeer ondiepe kilhoek of een grillige vorm die niet in rechte banen te leggen is. Onze banen zijn recht en worden op maat gesneden, tot op de millimeter, maar ze blijven rechte platen die onder een hoek worden aangesloten. Een dak met een organische vorm, veel bochten in de kil, of een overgang die niet in een rechte lijn te vangen is, leent zich beter voor een gegoten of gebrande laag die zich naar die vorm voegt. Wie zulke geometrie heeft, doet zichzelf geen plezier door daar mechanische bevestiging op te dwingen.
Wat de keuze in de praktijk vaak beslist, is niet zozeer de kil zelf maar de rest van het dak. Wordt het dak verder ook met stalen felsbanen uitgevoerd, dan ligt een gefelste kil voor de hand, al was het maar omdat er dan geen overgang van materiaal en bevestigingswijze in de hoek zelf zit. Is het dak overwegend bitumen met alleen een enkele kil die anders moet, dan is een gebrande kilgoot vaak de logische aansluiting op wat er al ligt. Die keuze wordt dus niet alleen door de kil bepaald, maar door hoe het dak er als geheel bij ligt en welke aannemer het uitvoert.
Voor wie twijfelt tussen de twee is het verstandig om te kijken naar wie het onderhoud op langere termijn doet en hoe toegankelijk het dak dan is. Een gebrande kil vraagt op termijn onderhoud van iemand met een brander, een gefelste kil vraagt iemand die weet hoe de klik loskomt en weer sluit. Beide zijn te leren, maar het zijn niet dezelfde vaardigheden, en dat is iets wat een opdrachtgever bij de keuze van het dak mag laten meewegen.