Klikzink

De gevelaansluiting op houtwolcementplaat

Waar een dakvlak tegen een opgaande muur aanloopt, verandert de manier waarop een baan wordt vastgehouden. Op het vlakke deel van het dak ligt de klem eenvoudig onder de fels, op regelmatige afstand, en de baan kan daar over zijn volle lengte een beetje bewegen zonder dat er iets breekt. Bij de gevelaansluiting stopt die vrijheid. De baan loopt daar dood tegen een profiel of een loodslabbe die tegen de muur is bevestigd, en dat eindpunt moet meebewegen met de uitzetting van de baan zonder dat de bevestiging daar zelf loslaat.

Bij een nieuwbouwmuur met een houten regel erachter is dat een kwestie van kiezen: genoeg schroeven, op de juiste diepte, in massief hout dat de trekkracht opvangt. Op houtwolcementplaat ligt dat anders, en dat is precies waarom deze aansluiting apart aandacht verdient. Houtwolcementplaat is opgebouwd uit houtwolvezels die met cement zijn gebonden. Dat maakt een plaat die drukvast aanvoelt en die decennialang meegaat als dakbeschot, maar die weinig weerstand biedt tegen een schroef die er dwars doorheen wordt getrokken. De plaat werkt niet als een blok hout waarin een schroefdraad zich vastzet. Ze werkt eerder als een vezelig kussen: de schroef gaat er makkelijk in, maar bij belasting trekt de draad zich er net zo makkelijk weer uit, zonder dat dat vooraf te zien is.

Bij het vlakke dakdeel is dat op te lossen door de klemmen in een regelmatig, ruim patroon te zetten, zodat geen enkel bevestigingspunt veel trekkracht te verduren krijgt. Zoals wij uitleggen bij het klikdak op houtwolcementplaat gaat het daar vooral om de juiste onderconstructie kiezen en de klemafstand daarop afstemmen. Bij de gevelaansluiting is dat patroon er niet. Daar zit de belasting geconcentreerd op een paar bevestigingspunten van het opstaande profiel, en juist daar moet de plaat het meeste werk doen terwijl ze daar het minst goed voor gemaakt is.

Waarom deze plek anders belast wordt dan de rest van het dak

Bij een gevelaansluiting werken twee krachten tegelijk op hetzelfde punt. Ten eerste zet de felsbaan zelf uit en in met de temperatuur, en dat uitzetten trekt aan het punt waar de baan tegen het opstaande profiel eindigt. Staal zet ongeveer half zoveel uit als zink, maar bij een felsbaan van enkele meters lang is die beweging nog altijd voelbaar, en bij de gevelaansluiting komt die beweging samen in één punt in plaats van verdeeld over de hele lengte van de baan. Ten tweede staat het opstaande profiel zelf ook onder spanning, van wind die tegen de gevel drukt en weer wegtrekt, en van de muur die op zijn beurt licht kan bewegen door temperatuur en zetting.

Op een houten regel of een stalen daktrim vangt de bevestiging die twee krachten samen op zonder veel na te denken, omdat het materiaal daar de trekkracht simpelweg aankan. Op houtwolcementplaat is dat een ander verhaal. Een dakdekker die de gevelaansluiting op houtwolcementplaat op dezelfde manier bevestigt als op een houten regel, met hetzelfde aantal schroeven op dezelfde afstand, zet zichzelf vast op een probleem dat pas na een paar jaar merkbaar wordt. De eerste winter valt het niet op. Na een paar seizoenen van uitzetten en krimpen, gecombineerd met wind op de gevel, gaat de plaat rond de schroef langzaam mee bewegen, en op een dag trekt de schroef zich los uit een plaat die inmiddels rond dat gat een beetje is uitgesleten.

Wat er in de praktijk anders moet

Het antwoord ligt niet in méér schroeven op hetzelfde stramien, want dat verdeelt de belasting wel, maar verandert niets aan de manier waarop elk gat afzonderlijk in de plaat zit. Wat wel helpt, is de bevestiging van het opstaande profiel niet uitsluitend op de houtwolcementplaat laten rusten, maar waar mogelijk doorzetten naar een onderliggende regel of gording die wel voor trekkracht is gemaakt. Bij bestaande hallen en scholen uit de jaren zestig en zeventig, waar deze platen veel voorkomen, is die onderliggende regel er vaak al, omdat de platen destijds op een houten of stalen dakconstructie zijn gelegd. Het is dan een kwestie van vooraf weten waar die regel zit, in plaats van erop te gokken bij het aanbrengen van het profiel.

Waar die onderliggende regel er niet zit of niet bereikbaar is, is het profiel op een breder stramien schroeven met een grotere plaatdikte of een steunplaat achter de bevestiging een manier om de trekkracht over een groter plaatoppervlak te verdelen. Dat is geen kwestie van willekeurig meer materiaal toevoegen, maar van het opnieuw doordenken van dit ene detail voordat het profiel wordt gezet. Op een dak waar wij meedenken op tekening, is de gevelaansluiting op houtwolcementplaat een van de details die we vooraf willen zien, precies omdat een fout hier zich niet meteen laat zien.

Waar het misgaat als dit fout gepland is

Een gevelaansluiting die loskomt van houtwolcementplaat toont zich meestal niet als een zichtbaar losgeschroefd profiel. Ze toont zich als een vochtplek binnen, weken tot maanden nadat de eerste schroef in de plaat is beginnen mee te bewegen. Het profiel zelf blijft vaak nog jarenlang op zijn plaats hangen, licht scheefgetrokken, terwijl de kleine kier die ontstaat waar het profiel niet meer strak tegen de baan aansluit, water laat doorlopen bij elke regenbui die met wind gepaard gaat. Op een schuin dak met een flinke helling valt dat sneller op dan op een vlak dak, waar water juist bij de gevelaansluiting kan blijven staan voordat het wegloopt.

Dat maakt deze aansluiting ook een detail waarbij de gevolgen van een fout zich pas laat manifesteren, wat het verleidelijk maakt om het bij een renovatie over te slaan met de gedachte dat het al twintig jaar goed heeft gezeten. Maar de reden dat het twintig jaar goed zat, is meestal dat de oorspronkelijke bevestiging destijds wél op een onderliggende regel is aangebracht, of dat de belasting op die ene plek eenvoudigweg nog niet genoeg cycli van uitzetten en krimpen heeft doorgemaakt om zichtbaar te worden. Bij vervanging van de dakbedekking is dit het moment om te controleren waar die regel zit en of het nieuwe profiel daar weer op kan worden bevestigd, in plaats van aan te nemen dat de oude bevestigingspunten opnieuw te gebruiken zijn.

Dit detail is ook een van de weinige plekken waar het verschil tussen een klikverbinding en een geschroefde verbinding zich niet op het vlakke dakdeel afspeelt maar op de rand ervan. De felsbaan zelf hoeft bij de gevelaansluiting niet doorboord te worden; de klem onder de fels blijft ook hier blind. Het is het aansluitprofiel tegen de muur dat wél met schroeven vastzit, en dat is precies het punt waar de eigenschappen van houtwolcementplaat om een andere aanpak vragen dan bij een dakrand of een boeiboord, waar de belasting anders verdeeld is. Wie dit detail vooraf op tekening laat controleren in plaats van het op het dak zelf te improviseren, voorkomt dat de oplossing achteraf, met het profiel er al op, weer open moet.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink