Klikzink

De dakvoet op een steil dak

Op een steil dak loopt de baan niet, hij hangt. Dat lijkt een woordspeling, maar het is het verschil waar de hele bevestiging op ingericht moet zijn. Bij een flauwe helling rust een felsbaan grotendeels op het dakvlak en op de ondergrond eronder. Bij een steil dak, en al helemaal bij iets dat richting verticaal gaat, draagt de bevestiging het gewicht van de plaat zelf, en dat gewicht trekt naar de dakvoet toe, naar de onderrand waar het water er ook af loopt.

De eerste klem die dat gewicht opvangt, zit onderaan. Die klem krijgt niet alleen de trek van het gewicht, maar ook de meeste windbelasting, want de onderrand van een dak is meestal de rand waar de wind het eerst grip krijgt. Twee krachten die dezelfde kant op werken, op hetzelfde punt. Dat is de reden dat wij de dakvoet op een steil dak niet behandelen als een verlengstuk van de rest van het vlak, maar als een detail met een eigen belasting.

Wat er verandert aan de klem, en wat er niet verandert

De klem onder de fels werkt op een steil dak in dezelfde richting als de kracht die hij moet weerstaan. Op een vlak dak drukt de wind de baan omhoog en moet de klem dat opvangen als opwaartse kracht, terwijl het gewicht van de baan zelf nauwelijks meespeelt. Op een steil dak komt daar een blijvende trekkracht bij, want de baan wil onder invloed van zijn eigen gewicht naar beneden schuiven, richting de dakvoet. Die trekkracht is er altijd, ook zonder wind, ook op een windstille dag. De klem moet dus niet alleen een piekbelasting bij storm opvangen, maar ook een constante belasting die nooit weggaat zolang de baan op het dak ligt.

De klemverdeling over de lengte van de baan blijft in principe dezelfde als op een minder steil vlak: dezelfde klem, dezelfde manier van onder de fels haken. Wat verandert is waar de zwaarste klem in de rij zit. Op een steil dak is dat de onderste, bij de dakvoet, en die moet het gewicht van alle klemmen erboven mee kunnen dragen als er iets misgaat verderop op de baan. Bij een flauw dak is die volgorde veel minder uitgesproken, omdat het gewicht zich meer verdeelt over het hele vlak in plaats van te concentreren bij één rand.

Wat er misgaat als je het aanpakt als een gewoon dak

Stel dat de dakvoet op een steil dak wordt gelegd met de klemafstand die ook voor een flauw dakvlak gebruikt zou worden. Op het oog verandert er niets: de baan ligt erop, de fels klikt dicht, het dak is dicht. Het probleem zit in de tijd die volgt. Onder de aanhoudende trek naar beneden, gecombineerd met uitzetting en krimp door temperatuurwisseling, kan de onderste klem meer te verwerken krijgen dan waarvoor hij bedoeld was. Bij zink treedt die uitzetting sterker op dan bij het verzinkte staal dat wij leveren, dat ongeveer half zoveel uitzet, maar de kracht speelt bij beide materialen in dezelfde richting: naar de dakvoet toe, waar de klem al de meeste trek te verduren heeft.

Een aannemer die op een steil schuin dak dezelfde klemafstand aanhoudt als op een vlak dak, merkt dat meestal niet bij de oplevering. Het dak is dicht, de fels zit dicht, er lekt niets. Het knelpunt ontstaat pas na een aantal jaargangen van uitzetten en krimpen, wanneer de onderste klem meer beweging heeft moeten opvangen dan de rest van de rij. Dat uit zich niet als een gat in de plaat, want er is nergens doorboord, maar als een fels die aan de onderkant iets losser is komen te zitten dan daarboven. Op dat moment is het probleem niet de plaat, maar de manier waarop de onderrand ooit is vastgezet.

De volgorde van leggen bij een steile dakvoet

Bij een steil dak is het verstandig om te beginnen bij de dakvoet en van onder naar boven te werken, zodat elke volgende baan steunt op een onderrand die al vast en goed uitgelijnd ligt. Wordt er van boven naar onder gewerkt, dan hangt het gewicht van elke nieuwe baan tijdens de montage al aan een onderrand die nog niet af is, en dat is voor de dakdekker op de ladder of steiger een lastiger en minder stabiele situatie dan het al is. De volgorde van onder naar boven is ook de volgorde waarin de eerste klem, degene die op de proef gesteld wordt, als eerste goed vastgezet en gecontroleerd kan worden voordat er meer gewicht op komt te hangen.

Dit raakt aan hoe de dakvoet in het algemeen wordt opgebouwd, iets waar wij dieper op ingaan bij [de dakvoet bij een klikdak](/bevestiging/dakvoet). Het verschil bij een steil dak is dat de marge voor onnauwkeurigheid kleiner is: bij een flauw dak vergeeft de bevestiging een iets ruimere klemafstand, bij een steil dak niet, omdat de trekkracht op de onderste klem er permanent bij komt.

Waarom blinde bevestiging hier meespeelt

Omdat er bij onze banen geen schroef door de plaat gaat, zit de kwetsbare plek van het systeem niet in een gaatje dat kan gaan lekken, maar in de klem zelf en in hoe die de trekkracht overdraagt naar de ondergrond. Dat is een ander soort zwakte dan bij een geschroefd systeem. Bij schroeven is het risico dat een doorboring op de langere termijn gaat lekken door verwering rond het gat, vooral op een plek die water afvoert zoals de dakvoet. Bij een klikdak is er geen gat dat kan gaan lekken, maar de klem moet mechanisch wel bestand zijn tegen een kracht die nooit stopt. Dat is precies waarom wij bij een steil dak niet zomaar dezelfde klemafstand aanhouden als bij een vlak dak: het gaat niet om lekkage door een gat, het gaat om een klem die op een steile helling een andere rol speelt dan op een vlakke.

Dit detail is ook de reden dat een steil dak in de praktijk niet zomaar door iedereen die met felsbanen bekend is, op dezelfde manier gelegd kan worden als een flauw dak. De klem, de klik en de fels zijn hetzelfde, maar de volgorde van werken en de aandacht voor de onderste rij verschillen. Wie de dakvoet op een steil dak behandelt zoals hij een dakvoet op een gewoon hellend dak zou behandelen, legt in het begin een dak dat er precies zo uitziet als elk ander, en pas na jaren blijkt of die keuze houdbaar was.

Onze walsmachines leveren de banen op maat aan, en wie op tekening al aangeeft dat het om een steil vlak gaat, kan daar in de klemverdeling al rekening mee laten houden zonder dat dit iets kost. Voor wie wil zien hoe de kleuren en de matte afwerking op een steil vlak vallen, liggen er monsters van alle drie de uitvoeringen bij Klikzink aan de Boylestraat 22 in Ede.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink