Klikzink

Aansluiting op een aanbouw op een steil dak

Een aanbouw tegen een hoger gebouw is op zichzelf al een detail met veel samenkomende belangen: de opgaande wand, de hoogteovergang naar het hoofdgebouw en de afvoer van het water die daar tussen moet doorkomen. Op een steil dak komt daar iets bij dat op een flauwe helling nauwelijks een rol speelt. De baan hangt niet, ze wordt gehouden. Het gewicht van de plaat werkt met de helling mee naar beneden, en dat gewicht moet ergens landen. Op een vlak of licht hellend dak rust een felsbaan grotendeels op de ondergrond en is de klem er vooral om verschuiving en opwaaien te voorkomen. Op een steil dak, en zeker richting de aansluiting met een aanbouw, draagt de klem een deel van het gewicht van de baan zelf. Dat is een ander soort belasting, en die vraagt om een andere manier van denken over hoe u het detail opbouwt.

Het eerste waar dit verschil in zichtbaar wordt, is de plek van de bovenste klemmen. Bij een steil dak dat afwatert richting een lager aangebouwd deel, ligt de spanning op de bovenste bevestigingspunten van elke baan. Die klemmen houden niet alleen de plaat op zijn plek tegen wind, ze houden ook tegen dat de baan langzaam naar de aanbouw toe zakt. Als u de klemverdeling behandelt zoals u die op een flauw dak zou doen, met een gelijkmatige verdeling over de hele lengte, dan concentreert zich op een steil dak de trekkracht juist op die bovenste klemmen. Ze moeten daar dan meer werk verzetten dan waar ze voor bedoeld zijn. Op een proefdak van zo'n vijftien graden helling met een aansluiting op een lagere aanbouw zagen we dat een reguliere klemverdeling op zichzelf niet fout was, maar dat de bovenste rij wel duidelijk meer te verduren kreeg dan de rest. Dat is geen probleem dat zich meteen meldt, maar het is wel iets waarmee u bij de planning van de klemafstand rekening houdt.

Het tweede punt is de overgang zelf, waar het steile dakvlak het lagere aanbouwdak ontmoet. Hier verandert de richting van de belasting. Op het steile deel werkt de zwaartekracht in de lengte van de baan, naar de aansluiting toe. Bij de aansluiting zelf, waar de baan overgaat in een opstand tegen de wand van het hoofdgebouw, moet die kracht worden opgevangen zonder dat de baan gaat schuiven of vervormen. Een blinde bevestiging leent zich daar goed voor, omdat de klem onder de fels de plaat over de volle lengte in de gleuf houdt en er geen doorboring is die bij herhaalde trekbelasting kan gaan uitscheuren. Bij een traditioneel gesoldeerd of op de bouwplaats gefelst dak wordt deze overgang doorgaans gemaakt met een aparte hoekoplossing die op maat wordt gesoldeerd. Dat werkt, maar het is arbeidsintensief en weersafhankelijk. Met klikbanen is de aansluiting een kwestie van de juiste eindklem plaatsen en de baan in de juiste richting laten aflopen, wat op de bouw aanzienlijk sneller gaat en niet wacht op droog weer.

Uitzetting speelt op een steile aansluiting een net iets andere rol dan op een vlak dak. Onze stalen banen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, en dat is doorgaans een voordeel omdat de bewegingsruimte die u moet reserveren kleiner is. Bij een aansluiting op een aanbouw komt de uitzetting boven op de zwaartekracht die al aan de baan trekt. Op een warme dag zet de plaat iets uit in de lengte, en op een steil dak beweegt die uitzetting mee in de richting waarin het gewicht al werkt, dus naar de aansluiting toe. De klem moet die beweging kunnen opvangen zonder de plaat vast te klemmen op een manier die spanning opbouwt. Een te strak aangedraaide of verkeerd gepositioneerde klem bij de aansluiting zelf is dan het detail waar dit het eerst merkbaar wordt, eerder dan halverwege het dakvlak waar de baan meer ruimte heeft om vrij te bewegen.

Wat er misgaat als u dit detail behandelt als een gewone aansluiting op een vlak of licht hellend dak, is meestal niet direct zichtbaar. De fout zit in de aanname dat de bevestiging overal dezelfde rol speelt. Op een vlak dak is de belangrijkste vraag bij een aanbouwaansluiting vaak de waterafvoer: hoe voer je het water van het hogere dak weg zonder dat het tegen de wand van de aanbouw opstuwt. Die vraag blijft ook op een steil dak relevant, maar ze wordt overschaduwd door de vraag of de bevestiging het gewicht van de baan houdt zonder dat de plaat op termijn gaat kruipen. Kruip is het woord dat hier past: een langzame, nauwelijks waarneembare verschuiving van de baan naar de laagste klem toe, die zich over jaren opbouwt. Op een vlak dak speelt dit niet, op een steil dak wel, en bij een aansluiting op een aanbouw is de onderste rand van het steile vlak precies de plek waar die kruip zich verzamelt.

De praktische consequentie is dat u bij het leggen van de banen op een steil dak met een aanbouwaansluiting de klemafstand niet standaard over de hele lengte gelijk houdt, maar de laatste strook voor de aansluiting met iets kortere tussenafstanden bevestigt. Dat is geen ingrijpende aanpassing. Het kost geen extra materiaal van betekenis, en het verandert niets aan het aanzicht van het dak, omdat de klemmen onder de fels blijven zitten. Het scheelt wel in wat er na een aantal jaren met de plaat gebeurt. Een dakdekker die dit gewend is van gesoldeerd zink zal deze logica herkennen: ook daar wordt bij een steile aansluiting extra aandacht besteed aan de onderste soldeernaad, omdat die het meeste te verduren krijgt. Bij een klikdak verschuift die aandacht van de naad naar de klem, maar het principe waarom is hetzelfde.

Er is nog een reden waarom deze aansluiting vraagt om nadenken vooraf, en dat is de volgorde van leggen. Bij een aanbouw tegen een hoger gebouw begint u doorgaans onderaan, bij de aansluiting zelf, en werkt u omhoog. Op een steil dak is die volgorde niet vrijblijvend. De onderste baan moet stevig vastliggen voordat de volgende baan erop aansluit, want die onderste baan draagt straks mee het gewicht van alles wat erboven ligt als het geheel via de klemmen aan elkaar en aan de ondergrond hangt. Wie op een steil dak van boven naar onder werkt, zoals soms gebeurt om droog te kunnen blijven werken bij weersomslag, moet zich ervan bewust zijn dat de onderste rij klemmen dan als laatste wordt gezet terwijl die net de rij is die het meeste moet houden. Dat is op zichzelf niet onmogelijk, maar het is een volgorde die om extra controle vraagt voordat het dak wordt vrijgegeven.

Deze aansluiting is dus geen kwestie van hetzelfde detail toepassen dat u ook op een vlakker dak zou gebruiken, met alleen een andere hoek. De helling verandert de rol van elke klem, verschuift waar de belasting zich concentreert, en maakt de volgorde van leggen onderdeel van de sterkte van het eindresultaat. Wilt u dit detail voor een specifiek project laten uitwerken, dan kijken we op tekening mee naar de klemverdeling bij de aansluiting, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink