Klikzink

De nok: klikdak tegenover dakpannen

Bij een pannendak is de nok een stapeling van losse onderdelen. Nokvorsten liggen los op de pannen, vastgezet met een klem of met mortel, en onder de vorsten zit vaak een nokrol die de laatste opening dicht. Het is een systeem van delen die samen moeten blijven zitten. Bij een klikdak is de nok het punt waar de doorlopende felsbaan stopt en waar een enkel nokprofiel het dakvlak afsluit. Twee manieren om hetzelfde probleem op te lossen: het hoogste punt van het dak waterdicht houden, terwijl er onder de afwerking nog van alles beweegt.

Het verschil begint bij wat er onder de afwerking gebeurt. Een pannendak zet nauwelijks uit; keramische pannen zijn hard en maatvast, en de nokvorst hoeft daar niet op te reageren. Onze felsbanen zijn van staal en dat staal beweegt met de temperatuur mee, iets minder dan zink maar wel degelijk merkbaar over een baanlengte van een paar meter. De nokafwerking moet die beweging toelaten zonder dat er water binnendringt op het punt waar de baan eindigt. Dat is een andere opgave dan een vorst die vastklikt op een stilstaande pan.

Wind grijpt de nok van een pannendak op een andere manier aan dan bij ons. Losse vorsten op losse pannen kunnen door windbelasting gaan werken; vandaar dat nokvorsten vaak individueel worden vastgezet met klemmen, juist omdat elk onderdeel afzonderlijk kan bewegen. Bij een klikdak is het dakvlak zelf al één geheel, vastgeklemd onder de fels, en de nok sluit dat geheel af in plaats van dat hij een verzameling losse stukken bijeenhoudt. De windbelasting werkt dan op het geheel, niet op elk pannetje apart. Dat is meteen ook waarom de uitvoering van die nok net iets anders wordt op een kustdak dan verder landinwaarts, zoals wij uitleggen bij [de nok aan de kust](/bevestiging/nok/aan-de-kust).

Gewicht op de nok

Een ander verschil zit in het gewicht dat de nok te verduren krijgt. Dakpannen liggen los in het lood en een pannendak kan, afhankelijk van het type, aanzienlijk zwaarder zijn dan onze stalen banen van ongeveer 5 kilo per vierkante meter. Bij onderhoud aan een pannendak lopen dakdekkers over de pannen zelf, wat op zich kan, maar wel drukpunten geeft en op termijn haarscheurtjes kan veroorzaken bij bepaalde pantypes. Bij een klikdak is de nok, net als de rest van het dakvlak, een gesloten stalen huid zonder overlappende onderdelen die kunnen verschuiven onder gewicht. Dat maakt het benaderen van de nok voor inspectie of voor het aansluiten van een doorvoer een ander soort klus, met een andere volgorde van werken.

Waar dakpannen echt iets beter doen, is bij een lokale beschadiging. Eén gebarsten pan onder de nokvorst vervangen is eenvoudig: vorst eraf, pan wisselen, vorst terug. Het is werk voor een uur, uitvoerbaar door één persoon, en de rest van het dak blijft ongemoeid. Bij een klikdak zit er geen los onderdeel dat je zomaar even wisselt; de baan loopt door tot aan de nok, en een beschadiging in het vlak vraagt om het losnemen van de klemmen over een stuk van de baan. Dat is niet ingewikkeld, maar het is wel een ander soort reparatie dan het wisselen van één pan, en het is iets waar we in alle eerlijkheid bij zeggen dat het pannensysteem hier de eenvoudigere route biedt.

De helling van het dak speelt bij beide systemen een rol, maar op een andere manier. Bij pannen is er een minimumhelling nodig om de overlap tussen pannen waterdicht te houden, en onder een bepaalde helling gaat het simpelweg niet meer zonder extra voorzieningen. Onze banen zijn vanaf zes graden inzetbaar, en juist op een flauwe helling wordt de nokdetaillering belangrijker omdat er minder vanzelf afwatert, zoals wij beschrijven bij [de nok op een flauwe helling](/bevestiging/nok/flauwe-helling). Bij een steil dak verandert de opgave weer, omdat daar de windbelasting op de nok toeneemt en het gewicht van eventuele sneeuwlast anders over het dakvlak verdeeld wordt.

Op de bouw zelf verschilt de volgorde van werken duidelijk. Bij een pannendak worden eerst de pannen gelegd, van goot naar nok, en pas als het laatste rijen pannen liggen kan de nokvorst erop. Dat is een proces van dagen tot weken, afhankelijk van de dakgrootte en het aantal mensen op het dak. Bij een klikdak leggen we de banen van goot naar nok in een aaneengesloten beweging, en de nokafwerking is letterlijk de laatste handeling op een dakvlak dat al grotendeels dicht ligt. Dat scheelt niet in de complexiteit van het detail zelf, wel in het aantal keren dat er iets aan te sluiten valt.

Wat een lekkage doet

Als er bij een pannendak iets misgaat bij de nok, zit het probleem meestal bij de overlap tussen vorst en pan, of bij de nokrol die is verschoven of verweerd. Water dat daar binnendringt, kan zich via de onderlinge pansprongen een weg naar binnen zoeken, soms ver van de plek waar het naar binnen kwam. Bij een klikdak zit de kwetsbare plek juist bij de afsluiting van de fels zelf, op het punt waar de klemmen niet meer doorlopen. Zolang die afsluiting goed is uitgevoerd, is er geen route voor water om zich te verplaatsen, omdat de rest van het vlak een gesloten geheel blijft. Gaat het daar toch mis, dan is de oorzaak vaak te herleiden tot één punt in plaats van een reeks mogelijke zwakke plekken over het hele dakvlak.

De keuze tussen beide systemen hangt niet alleen af van de nok, maar de nok laat wel goed zien waar het verschil vandaan komt. Pannen zijn losse onderdelen die overlappen en die dus per stuk vervangbaar zijn, tegen de prijs van meer randen waar water kan binnendringen. Onze banen vormen een doorlopend vlak dat minder aangrijpingspunten heeft voor lekkage, tegen de prijs van een reparatie die iets meer voeten in de aarde heeft als het vlak zelf beschadigd raakt. Welke afweging voor een specifiek dak zwaarder weegt, verschilt per project, per gebruik en per wat de opdrachtgever op de lange termijn belangrijk vindt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink