Klikzink

De nok bij renovatie in bewoonde staat

Bij renovatie in bewoonde staat is de nok niet het laatste detail dat u rustig afwerkt als de rest van het dak al ligt. Het is vaak het eerste dat u moet dichtmaken, omdat de nok de plek is waar het dak het meest lekgevoelig is zolang hij open ligt. Onder normale omstandigheden werkt u van goot naar nok en sluit u de nokafwerking af als sluitstuk. Bij een bewoond gebouw draait die volgorde soms om, of wordt hij in stukken gehakt die niet groter zijn dan wat u die dag ook echt weer dicht krijgt.

Het verschil met nieuwbouw of een leegstaand pand zit niet in het materiaal en niet in de klem onder de fels. Die werkt hier hetzelfde als overal: de baan ligt los in de klem, kan bij temperatuurwisseling bewegen zonder dat er een schroef doorheen zit, en de nokafwerking moet die beweging blijven toelaten. Het verschil zit in de tijd die u heeft, en in wat er onder het dak gebeurt terwijl u daarboven werkt.

Waarom de volgorde bij de nok begint

Bij een pand dat in gebruik blijft, is de nok vaak niet het sluitstuk maar het startpunt van de dagplanning. Als u een deel van het dakvlak openlegt, wilt u niet dat er 's nachts of bij onverwachte regen water via de nok naar binnen loopt op een plek waar onder u een kantoor, een klas of een woonkamer in gebruik is. Dat betekent dat u per dagvak werkt: een strook van de ene nokzijde naar de goot, klaar en dicht, voordat u aan de volgende strook begint. De nokafwerking zelf, de kap die de twee dakvlakken boven verbindt, moet dan al klaarliggen voordat u de laatste banen onder die strook legt, want zonder afwerking bij de nok heeft u aan het einde van de dag een gat op de hoogste en meest waterbelaste plek van het dak.

Dat is anders dan bij een leegstaand gebouw, waar een dakvlak een paar dagen open kan liggen onder een noodzeil zonder dat iemand er last van heeft. In bewoonde staat is de marge kleiner. Een aannemer die een schoolgebouw in de vakantie aanpakt, merkt dat de planning niet wordt bepaald door hoeveel vierkante meter er op een dag te leggen is, maar door hoeveel er open mag liggen zonder risico. Dat is een ander uitgangspunt dan de vraag hoe snel het dak dicht kan, die wij op andere pagina's bespreken, zoals bij [de nok bij een gefaseerde oplevering](/bevestiging/nok/gefaseerd), waar de fasering door het bouwproces wordt bepaald in plaats van door bewoning.

Wat er misgaat als u de nok behandelt als een leeg gebouw

De meest voorkomende fout is de nokafwerking te vroeg vast te leggen, in de veronderstelling dat dat tijd bespaart. Als de kap bij de nok te strak of te vroeg wordt gemonteerd, voordat de onderliggende banen de kans hebben gehad hun eerste zettingen en temperatuurwisseling door te maken, ontstaat er spanning op de plek waar die kap de banen overlapt. Bij een leegstaand pand valt dat op tijdens de eerste seizoenswisseling en kan het rustig gecorrigeerd worden. Bij een bewoond pand ontdekt u het pas als er een klacht binnenkomt over een druppel op een bureau, en dan moet u terug naar een dak dat allang weer in gebruik is, met steigers die weer omhoog moeten en een gebruiker die opnieuw hinder heeft.

Een tweede fout is denken dat de blinde bevestiging onder de nok net zo goed even kan wachten als de rest. De klemmen die de banen vasthouden, moeten op hun plek zitten voordat de nokafwerking erover valt, en in een gefaseerde renovatie is de verleiding groot om een strook te leggen zonder alle klemmen definitief vast te zetten, omdat u toch nog een strook verder moet en het net zo makkelijk in één keer lijkt. Dat werkt averechts: een baan die los in een klem ligt zonder dat de aansluiting bij de nok al klopt, kan bij de eerste harde wind al gaan zingen of net iets verschuiven, en dat merkt een bewoner eerder dan een dakdekker die de volgende dag terugkomt.

Een derde punt is geluid en trillingen. Bij een leegstaand gebouw maakt het weinig uit als er tijdens montage wat lawaai bij de nok ontstaat door het aandrukken van de klemmen. In bewoonde staat, vooral bij een kantoor of school direct onder het platte deel bij de nok, is dat een reden om het werk daar juist niet aan het einde van de dag te plannen maar vroeg, zodat eventuele hinder niet samenvalt met een vergadering of een toets.

Wat de bewoning betekent voor de aansluiting zelf

De aansluiting bij de nok moet, zoals overal, ruimte laten voor de beweging van de baan. Onze stalen banen zetten ongeveer half zoveel uit als zink, maar nul is het niet, en bij de nok komen de bewegingen van twee dakvlakken samen. In een normale bouwsituatie kunt u die aansluiting in één werkgang afmonteren en de eerste seizoenscyclus rustig afwachten. In bewoonde staat ontbreekt die luxe vaak, omdat het dak na de renovatie meteen weer volledig in bedrijf is, inclusief de eerste koude nacht en de eerste hete dag. Dat betekent dat de aansluiting bij de nok bij dit soort projecten niet aan het toeval van een rustige inloopperiode mag worden overgelaten. Ze moet bij montage al goed staan, met voldoende speling in de kap, want een correctie achteraf betekent opnieuw toegang tot een dak boven een ruimte die weer in gebruik is.

Het is de reden waarom wij bij renovatie in bewoonde staat vaker aanraden om de nokdetaillering vooraf op tekening te laten meekijken door onze eigen mensen, wat overigens niets extra kost. Op tekening valt te zien of de geplande dagvakken samenvallen met een logische onderverdeling bij de nok, en of de klemafstand en de ruimte in de kap passen bij de fasering die de opdrachtgever eist. Dat is iets anders dan de manier waarop wij de nok aanpakken bij een monument, zoals beschreven bij [de nok bij een monument](/bevestiging/nok/monument), waar de beperking vooral in het uiterlijk en de bestaande constructie zit en niet in de bewoning.

Wanneer dit niet de aanpak is

Als het gebouw tijdens de werkzaamheden toch leeg wordt gezet, bijvoorbeeld omdat de opdrachtgever tijdelijke huisvesting regelt, vervalt een groot deel van de reden om de nok in kleine dagvakken aan te pakken. Dan kunt u de volgorde en het tempo baseren op wat het dak zelf vraagt, in plaats van op wat de gebruikers eronder verdragen. Het heeft dan weinig zin om vast te houden aan de voorzichtige, gefaseerde aanpak die bewoning wel vereist, want dat kost tijd zonder dat er nog een risico tegenover staat dat u ermee afdekt. Andersom geldt: als de bewoning weliswaar doorgaat maar de nok een klein, overzichtelijk deel van een groter dakvlak is, kan het zijn dat de rest van het dakvlak wel in één ruimere planning past en alleen de strook direct bij de nok de striktere, kleinschalige aanpak nodig heeft. De omstandigheid bepaalt dus niet de hele planning in één keer, maar het onderdeel waar het echt om gaat: hoeveel er open mag liggen boven een ruimte die in gebruik blijft, en hoe snel dat weer dicht moet zijn zonder de aansluiting bij de nok te forceren.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink