Klikzink

De nok bij een monument: bevestiging zonder ingrijpen

Bij een monument ligt de nok anders dan bij een gewoon dak. Niet omdat het weer er anders is, of omdat de dakhelling afwijkt, maar omdat de constructie onder de nok vaak beschermd is. Een gemeentelijke of rijksmonumentale status betekent dat de bestaande balklaag, het spant of het metselwerk onder de daklijst niet zomaar doorboord mag worden. Bij een nieuwbouwdak is dat een keuze. Bij een monument is het een voorwaarde waar de hele afwerking van de nok aan moet voldoen.

De nokafwerking zelf moet twee dingen tegelijk doen: de twee dakvlakken waterdicht aan elkaar sluiten, en de baan de ruimte geven om uit te zetten zonder dat de nok gaat trekken of scheuren. Bij een schroefbevestigde afwerking gebeurt dat door de nokstukken vast te zetten in de ondergrond, met een beetje speling voor de platen. Op een monument is die vrijheid er niet altijd. Soms mag er helemaal niet in de bestaande balklaag geschroefd worden, soms alleen in nieuw aangebrachte regels die zelf weer op een niet-monumentale manier zijn bevestigd. Dat verschil bepaalt hoe de nok wordt opgebouwd, en het is precies waar de blinde bevestiging van onze banen een andere aanpak mogelijk maakt.

Waarom blinde bevestiging hier het argument is

De klem die onder onze felsbanen zit, zit vast aan de ondergrondse regel of het houten profiel, niet aan de plaat zelf. Dat betekent dat het aantal doorboringen in de ondergrond wordt bepaald door het aantal klemmen, en die klemmen kunnen worden geplaatst op de plekken waar dat volgens de restrictie is toegestaan. Bij een monument is dat vaak een beperkt aantal punten, met een voorgeschreven onderlinge afstand of een voorgeschreven materiaal voor het bevestigingsmiddel. De baan zelf blijft daarbuiten. Er gaat geen schroef door de zichtbare plaat, dus er is ook geen doorboring die door de restauratiearchitect beoordeeld moet worden op basis van het uiterlijk. Dat is een ander argument dan bij een gewoon dak, waar de blinde bevestiging vooral gaat over lekpaden en onderhoud. Hier gaat het argument over wat er wel en niet in de constructie mag.

Een praktijkvoorbeeld helpt dit scherp te krijgen. Bij de restauratie van een boerderij met rieten kap die deels is vervangen door een felsdak, was de eis dat de oorspronkelijke gording niet doorboord mocht worden, op een paar al aanwezige ankerpunten na. De aannemer had die punten in kaart gebracht voordat de banen werden aangevoerd. De klemmen voor de nokaansluiting zijn precies op die ankerpunten gezet, en de rest van de nok is opgebouwd met een nokstuk dat over de klemmen heen klikt. Was dit een gewoon dak geweest, dan had de dakdekker de klemafstand laten bepalen door windbelasting en plaatlengte. Hier bepaalde de restrictie de afstand, en is gecontroleerd of dat voor de windbelasting nog voldoende was. Dat is de volgorde die bij een monument vaak omgedraaid wordt: niet de bevestiging bepaalt waar de klem komt, maar de toegestane doorboring bepaalt waar de klem kan komen, en de bevestiging moet daar vervolgens mee uit de voeten kunnen.

Wat er misgaat als je de omstandigheid negeert

Het risico ontstaat op het moment dat de nok wordt behandeld als een standaarddetail. Wie de klemafstand kiest zoals bij een gewoon dak, zonder de restrictie van het monument erbij te betrekken, loopt het risico dat er op de bouwplaats blijkt dat een deel van die punten niet doorboord mag worden. Dan moet de klemverdeling opnieuw worden bepaald terwijl de banen al op maat zijn gewalst en aangevoerd. Bij onze banen is dat te herstellen, omdat de klem los van de plaat werkt en verplaatst kan worden zonder de plaat te beschadigen. Bij een gesoldeerde of op de bouwplaats gefelste afwerking, zoals wij die aanhalen bij [de nok: tegenover gesoldeerd zink](/bevestiging/nok/tegenover-gesoldeerd-zink), is zo'n aanpassing lastiger, omdat de naad ter plekke gemaakt wordt en niet losgemaakt kan worden zonder het werk te herdoen.

Een tweede risico zit in de uitzetting. Bij een monumentaal dak wordt vaak met kortere platen gewerkt dan bij een nieuwbouwdak, omdat de bestaande maatvoering van het dakvlak dat zo uitkomt. Kortere platen zetten minder uit in absolute zin, maar de nokafwerking moet nog steeds ruimte bieden voor die beweging. Wie de nok star vastzet omdat er toch weinig beweging wordt verwacht, merkt na een paar jaar dat de fels bij de nok gaat trekken. Bij staal is die uitzetting ongeveer half zo groot als bij zink, wat de marge iets ruimer maakt, maar het blijft een beweging die de afwerking moet toelaten. Een nokstuk dat over de klemmen klikt in plaats van rechtstreeks op de plaat is bevestigd, geeft die ruimte zonder dat er een zichtbare voeg of rek in het materiaal ontstaat.

Een derde risico is optisch, en dat raakt het domein van de welstandscommissie eerder dan van de constructeur. Monumentencommissies kijken vaak naar de zichtbare lijn van de nok, en een rij schroefkoppen op die lijn wordt sneller afgekeurd dan een gladde overgang. De blinde bevestiging voorkomt die discussie niet volledig, want de vorm en het profiel van het nokstuk blijven onderdeel van de goedkeuring, maar het scheelt dat er geen zichtbare bevestigingsmiddelen op de meest opvallende lijn van het dak liggen.

Wat dit voor de planning betekent

Op de bouwplaats verandert de volgorde bij een monument niet fundamenteel: de banen worden van goot naar nok gelegd en de nokafwerking komt als laatste. Wat wel verandert is het moment waarop de restrictie moet zijn vastgelegd. Bij een gewoon dak kan de klemverdeling bij de nok in overleg met de dakdekker ter plekke worden bepaald. Bij een monument moet die verdeling al vaststaan voordat de banen worden gewalst, omdat de lengte van de laatste rij platen en de positie van de laatste klemmen op elkaar moeten aansluiten. Wij denken daar op tekening in mee, zonder daarvoor te rekenen, en werken de platen af op de millimeter zodra de klemposities vastliggen. Dat voorkomt dat er op de bouwplaats nog een plaat ingekort moet worden op een plek waar dat door de restrictie net niet handig uitkomt.

De monumentale status van een dak is geen reden om af te zien van een klikbevestigde afwerking. Het is een reden om de volgorde waarin de bevestiging wordt bepaald, om te draaien: niet de constructie past zich aan de klem aan, maar de klem past zich aan wat de constructie toelaat.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink