Klikzink

De nok bij een gefaseerde oplevering

Een nok is de plek waar twee dakvlakken elkaar aan de top raken. Bij een dak dat in één keer wordt gelegd, is dat een kwestie van de banen aan beide zijden strak tot de nok doortrekken en daar een nokstuk overheen zetten dat het water van beide vlakken keert. Bij een gefaseerde oplevering ligt dat anders, want het dak wordt niet als geheel afgewerkt. Er zit tijd tussen het ene vlak en het andere, soms weken, soms een bouwseizoen. De nok moet in die tussentijd al water keren op het deel dat klaar is, terwijl het andere deel nog open ligt of pas later aansluit.

Dat verandert wat er van de bevestiging bij de nok wordt gevraagd. Onder normale omstandigheden is de nok een vast punt waar de klemmen aan beide zijden op dezelfde manier doorlopen en de baan zijn ruimte houdt om te bewegen. Bij een fasering moet je die vrijheid aan één kant tijdelijk kunnen missen zonder dat de andere kant daar last van heeft. De klem onder de fels maakt dat mogelijk, omdat elke baan los van zijn buurbanen vastzit. Een baan die vandaag wordt gelegd, klikt niet vast aan de baan die volgende maand komt. Bij een gesoldeerd dak is die scheiding er niet: de naden zijn aan elkaar vastgezet en een fasering betekent dan vaak dat je een tijdelijke afsluiting moet maken die je later weer openbreekt. Wij lichten dat verschil breder uit bij [de nok: tegenover gesoldeerd zink](/bevestiging/nok/tegenover-gesoldeerd-zink), maar voor de fasering zelf is het punt dit: klikbanen geven u een eindpunt dat u kunt neerleggen zonder dat het een reparatie wordt zodra de rest van het dak volgt.

Het lastigste punt is de naad waar de ene fase eindigt en de volgende begint. Die naad ligt bij voorkeur niet in het midden van een dakvlak, en al helemaal niet dwars op de nok zelf. Als de knip tussen fase één en fase twee precies bij de nok valt, moet die verbinding twee dingen tegelijk doen: water keren op een plek waar twee vlakken al water naar toe brengen, en ruimte geven aan uitzetting die niet gelijk verloopt omdat het ene deel al jaren in de zon heeft gelegen en het andere nog niet. Beter is het de knip een eind van de nok af te leggen, op een punt in het rechte vlak, en de nok zelf in één fase af te werken zodra beide aansluitende vlakken klaar zijn. Dat is niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld bij een uitbouw die pas een jaar later wordt aangebouwd tegen een bestaande nok. In dat geval werkt u de bestaande nok wel degelijk al af, maar dan met een overlap die later opnieuw wordt losgemaakt en teruggezet, in plaats van een kitvoeg die u nooit meer opent.

Waarom dat zo nauw luistert, zit in de manier waarop staal beweegt. De banen zetten door temperatuur uit en in, in de lengte, en die beweging moet ergens naartoe kunnen zonder dat de plaat gaat golven of de naad openscheurt. Onder de fels ligt de klem die dat opvangt: hij houdt de baan op zijn plaats in de breedte, maar laat hem in de lengte glijden. Bij de nok komt die beweging van twee kanten samen. Leg je daar een vaste, waterdichte afsluiting neer die niet is gebouwd op een fasering, dan zit die afsluiting straks tussen twee platen die allebei willen bewegen, en dan is de afsluiting het eerste dat scheurt. Dat is precies het risico als je de nok bij een fasering behandelt als een gewone doorlopende nok: de afwerking wordt star gemaakt op een moment dat er nog geen zekerheid is over hoe de aansluitende banen zich gaan gedragen, en tegen de tijd dat fase twee wordt gelegd, is die starheid al een zwakke plek.

Een voorbeeld uit de praktijk maakt het concreet. Bij een rij vrijstaande woningen die na elkaar worden gebouwd, wordt het dak van woning één afgerond terwijl woning twee nog in de ruwbouw staat. De nok van woning één ligt aan de gevelrand en heeft geen directe aansluiting op een volgend vlak, dus die nok kan in één keer klaar. Anders wordt het bij een dak dat in twee fasen over hetzelfde vlak wordt gelegd, zoals bij een lang dakvlak waarbij de steiger maar de helft van de lengte bereikt. Daar loopt de nok door over het hele vlak, en de knip tussen fase één en fase twee ligt midden op die nok. In dat geval leggen we de banen van fase één tot een punt ruim voor de knip, werken de nok daar tijdelijk af met een overlap die is voorbereid op uitbreiding, en zetten bij fase twee de resterende banen aan met dezelfde klemvoet zodat de nokafwerking als geheel wordt herlegd zonder dat er sporen van de eerste fase in blijven zitten.

Het gaat mis wanneer de tijdelijke afwerking te snel definitief wordt gemaakt. Dat gebeurt bijvoorbeeld als een dakdekker de nok bij fase één afdicht met een methode die is bedoeld voor een blijvende situatie, zoals een gesoldeerde kap of een verlijmde overlap die niet meer losgaat. Als fase twee dan een half jaar later komt, moet dat deel worden opengebroken om de aansluiting te maken, en dat opengebroken deel is nooit meer hetzelfde als een naad die in één beweging is gelegd. Met klikbanen is die valkuil kleiner, omdat de klem zelf al is gemaakt om open en dicht te gaan, maar de valkuil verdwijnt niet automatisch. Als de nokkap zelf met een kit of een schroef aan de ondergrond wordt vastgezet in plaats van aan de klemconstructie, zit u toch weer vast aan het moment van leggen, en dan is de tweede fase weer een reparatie in plaats van een vervolg.

De planning van de fasering bepaalt dus mee waar u de knip legt, en de knip bepaalt weer hoe de nok wordt afgewerkt. Bij een groot dakvlak dat in meerdere weken wordt gelegd, zoals we beschrijven bij [de nok bij een groot open dakvlak](/bevestiging/nok/groot-dakvlak), speelt een vergelijkbare vraag over waar je de baanovergangen legt ten opzichte van het hoogste punt. Bij een gefaseerde oplevering komt daar de tijd bij: niet alleen de afstand tot de nok telt, maar ook hoeveel tijd er tussen de fasen ligt en of het weer, de temperatuur en de uitzetting van het al gelegde deel intussen zijn veranderd. Een nok die in de winter is gelegd en in de zomer wordt vervolgd, heeft met een grotere lengteverandering te maken dan een nok die in twee fasen binnen dezelfde maand wordt afgewerkt.

Wat u in de praktijk doet, is de knip zo ver mogelijk van de nok af leggen, de nok pas definitief afwerken als beide aansluitende vlakken klaar zijn, en waar dat niet kan, een tijdelijke afsluiting maken die is gebouwd om weer open te gaan. De klem onder de fels maakt die keuze haalbaar zonder dat u ergens moet solderen of lijmen om de tussenfase dicht te houden. Wilt u een tekening laten beoordelen op de plek van de faseknip, dan denken wij daar kosteloos in mee.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink