Klikzink

De nok bij een groot open dakvlak

De nok is de plek waar twee dakvlakken elkaar boven raken. De banen die vanaf de goot omhooglopen, eindigen hier, en de nokafwerking moet ervoor zorgen dat er op die overgang geen water naar binnen komt. Bij een klein dak is dat een kwestie van de juiste overlap en een goede klem. Bij een hal of loods met een groot open dakvlak zonder onderbrekingen speelt er meer, en dat meer zit vooral in de lengte van de banen en in de wind die over een groot vlak vrij spel heeft.

Een felsbaan zet uit en krimp met de temperatuur. Op een baan van vier meter merkt u daar weinig van. Op een baan van vijfentwintig of dertig meter, zoals bij een loods zonder tussenschotten vaak voorkomt, telt die uitzetting op tot een aantal millimeters die ergens een weg moeten vinden. Onze banen zijn blind bevestigd met klemmen onder de fels, en die klemmen zijn juist bedacht om een baan te laten bewegen zonder dat er een schroef doorheen de plaat de boel vastzet. Bij de nok komt die beweging samen. Als de nokafwerking daar geen ruimte voor laat, zoekt de baan die ruimte zelf, en dat zie je terug als een golving in de plaat net onder de nok of als een fels die op termijn iets opentrekt.

Wat er misgaat als u het aanpakt als een klein dak

Op een klein dak kunt u de nokafwerking vrij star doorzetten: kort traject, weinig uitzetting, weinig kans op problemen. Bij een groot open dakvlak is diezelfde starre aanpak de eerste fout die we in de praktijk tegenkomen. De nokkap wordt dan strak vastgezet over de volle lengte, zonder rekening te houden met de richting waarin de banen bewegen. De klemmen onder de fels staan dat toe, de nokafwerking niet, en het resultaat is spanning op precies de plek waar de plaat het dunst bevestigd is. Bij een loods van vijftig of honderd meter lengte is dat geen theoretisch risico maar iets dat u over een paar jaar terugziet als een kier die er eerst niet was.

De tweede fout is de klem bij de nok even dicht zetten als verderop op het dakvlak. Onder aan een lange baan, bij de goot, staat de klem vast. Bovenaan, bij de nok, moet de klem de baan juist laten schuiven terwijl de fels toch gesloten blijft. Dat vraagt om een andere klembezetting rond de nok dan op het middendeel van het dak, en die volgorde bepaalt hoe het detail zich houdt. Wij werken dat per project uit op tekening, en dat meedenken kost niets, juist omdat een standaardoplossing hier vaak niet volstaat.

Wind over een groot vlak

Bij een open dakvlak zonder obstakels krijgt de wind meer vat dan op een dak dat door opgaande delen of installaties wordt afgeschermd. De nok is daarbij de plek waar de wind van twee kanten samenkomt en waar de onderdruk het grootst kan zijn. Dat is precies waarom de klem onder de fels bij dit detail zwaarder telt dan de afwerking die u ziet. Een nokkap die decoratief mooi aansluit, houdt niets tegen als de klemmen onder de fels de plaat niet vasthouden op het moment dat de wind eronder grijpt. Wij bepalen de klembezetting rond de nok dus niet los van de rest van het dak, maar als onderdeel van hoe de hele baan vastzit, van goot tot nok.

Dit is een ander vraagstuk dan bij een dak aan de kust, waar zout en wind de bepalende factoren zijn; wie daarmee te maken heeft, leest daarover bij [de nok aan de kust](/bevestiging/nok/aan-de-kust). Bij een groot open dakvlak in het binnenland is het niet het zout maar de schaal die het detail bepaalt: hoe langer de baan en hoe groter het vlak, hoe meer de nok moet kunnen opvangen zonder dat de bevestiging klem loopt.

Waarom blinde bevestiging hier helpt, en waar niet

Omdat er geen schroef door de plaat gaat, ontstaat er bij onze banen geen doorboring die op de lange duur een lekpunt kan worden. Dat is een voordeel dat op elk dak geldt, maar bij een groot open dakvlak wordt het belangrijker, simpelweg omdat er meer vierkante meters zijn waar iets kan gaan zitten. Een dak zonder doorboringen heeft andere zwakke plekken dan een dak met schroeven: niet de schroefgaten, maar de randen en overgangen waar de klem het werk alleen moet doen. De nok is zo'n overgang, en bij een lange, ononderbroken rij banen is die overgang de enige plek waar de opgetelde uitzetting van het hele dakvlak samenkomt.

Dat betekent niet dat blinde bevestiging bij de nok automatisch alle problemen oplost. Waar de baan bij de goot vaststaat en bij de nok moet kunnen bewegen, moet iemand op de bouw die volgorde ook echt aanhouden. Als de laatste baan bij de nok net zo strak wordt vastgeklemd als de eerste baan bij de goot, verdwijnt het voordeel van de klik en zit u alsnog met een detail dat spanning opbouwt. Het scheelt dus niet vanzelf; het scheelt als de volgorde op de bouwplaats klopt.

Hoeveel dakvlak, en wat dat voor de planning betekent

Bij een hal of loods gaat het vaak om grote aaneengesloten vlakken, en de snelheid waarmee zo'n dak dicht kan, is een reden waarom klikbevestiging hier vaak gekozen wordt boven traditioneel felsen op de bouwplaats. Meer vierkante meters per dag is alleen zinvol als de nok aan het eind van die dag ook goed afgewerkt is, en niet als sluitpost die haastig wordt dichtgezet omdat de rest van het dakvlak al gereed is. Wij leveren de banen op de millimeter afgekort, tot 8000 mm lang, en dat is precies wat een groot open dakvlak vraagt: zo weinig mogelijk naden onderweg, zodat de uitzetting zich concentreert op de plekken waar u daar rekening mee houdt, in plaats van verspreid over losse stukken die elk hun eigen speling nodig hebben.

Wie voor een groot open dakvlak een nokdetail uitwerkt, doet er goed aan om dat op tekening te laten narekenen op baanlengte en klembezetting voordat de eerste plaat gelegd wordt. Dat voorkomt dat de nok achteraf het enige detail is dat niet meebeweegt met een dak dat verder wel de ruimte krijgt om te werken.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink