Klikzink

Een lange baan op multiplex leggen

Een felsbaan van drie meter gedraagt zich anders dan een baan van tien meter. Staal zet minder uit dan zink, ongeveer de helft, maar bij lengte gaat dat verschil toch meetellen. Een paar millimeter per strekkende meter lijkt weinig, tot de baan twaalf meter lang is en er een paar centimeter beweging bij komt over het hele oppervlak. Die beweging moet ergens landen, en dat is precies waar het onderscheid tussen een vaste en een schuivende klem om gaat.

Op een korte baan is dat onderscheid nauwelijks een vraag. Alle klemmen liggen vast, de baan beweegt een fractie mee met de temperatuur en niemand merkt er iets van. Boven een bepaalde lengte werkt dat niet meer. Dan zit er één vaste klem in de baan, meestal in het midden of net onder de nok, en de rest van de klemmen is uitgevoerd als schuifklem. De baan kan daar in de lengte overheen bewegen zonder dat de fels openscheurt of de klem los trekt. Zet u alle klemmen vast op een lange baan, dan gaat de plaat zichzelf krommen of scheuren bij de eerste warme dag, en dat repareert u niet met een likje kit.

Waarom multiplex dit net iets anders maakt

Op een gesloten plaatvloer is de ondergrond zelf geen probleem. Multiplex is over het hele vlak ongeveer even stijf, anders dan een dak met gordingen of tengels waar de ene klem op houtwerk zit en de andere net ertussen. Die gelijkmatigheid maakt het makkelijker om precies te bepalen waar de vaste klem komt, want u bent niet gebonden aan de plek van een balk. U kiest de positie op basis van de lengte van de baan en de plek van de nok, niet op basis van wat er onder de plaat toevallig ligt.

Waar het bij multiplex wel om gaat, is de naad tussen de platen. Een plaatvloer wordt gelegd in banen van doorgaans 1200 bij 2400 millimeter, met een kleine kier ertussen voor het werken van het hout. Een klem, en vooral een schuifklem, hoort niet precies op zo'n naad te vallen. De schroef die de klem vasthoudt aan de plaat pakt dan maar half in het multiplex, of hij pakt in de rand van twee platen die niet helemaal gelijk liggen. Dat geeft een klem die net iets losser zit dan de rest, en die ene losse klem in een rij van dertig is precies de plek waar een baan bij wind gaat trillen of bij uitzetting gaat verspringen.

De volgorde op de bouw

In de praktijk betekent dit dat de plaatlegger en de dakdekker niet los van elkaar kunnen werken. Voordat de eerste klemrail gezet wordt, moet duidelijk zijn waar de plaatnaden lopen, en moet de positie van de vaste klem daar rekening mee houden. Bij een dakvlak van tien meter lengte ligt de vaste klem vaak niet precies op de rekenkundig ideale plek, maar een decimeter verschoven, simpelweg omdat daar geen naad zit. Dat is geen concessie die iets kost aan de werking van het dak. Het is de reden waarom wij aanraden om het plaatplan er expliciet bij te pakken voordat de klemmen worden uitgezet, in plaats van dat plan pas achteraf te controleren.

De schuifklemmen zelf hebben meer ruimte nodig dan het lijkt op het eerste gezicht. Ze zijn ontworpen om een paar millimeter beweging per klem toe te staan, en bij een lange baan met tien of vijftien klemmen loopt die speling op tot iets dat u met het oog kunt zien als de baan een koude ochtend heeft gehad. Dat is geen gebrek, dat is de bedoeling. Een baan die nergens kan bewegen, gaat zich ergens anders ontladen, meestal bij de kop of bij een overgang naar een aansluiting. Wie de nok, de goot of een doorvoer in dezelfde lange baan meeneemt, moet daar dus ook rekening mee houden. Hoe die aansluiting op de nok er in detail uitziet, leggen wij uit op de pagina over [de aansluiting op de nok](/bevestiging/multiplex/nok), maar de kern is dat een lange baan bij de nok moet kunnen bewegen zonder dat de klem daar het eerst breekt.

Wat er misgaat bij een verkeerde verdeling

De meest voorkomende fout is niet dat er te weinig klemmen zitten, maar dat de vaste klem op de verkeerde plek zit of dat er per ongeluk twee vaste klemmen in één lange baan komen. Twee vaste punten in een baan die moet kunnen uitzetten, is in feite dezelfde situatie als een baan zonder schuifklemmen: de plaat kan geen kant op en gaat zichzelf vervormen tussen die twee punten. Op een plaatvloer is dat lastiger te zien dan op een dak met zichtbare regels, omdat het multiplex zelf niets laat merken. Het zijn de felsranden die als eerste een lichte golving tonen, meestal pas na een paar seizoenen.

Een tweede fout ligt bij de schroeflengte in de klem. Op multiplex is de plaat zelf dragend genoeg om met een kortere schroef te werken dan op een dunnere ondergrond, maar diezelfde schroef moet wel voorbij een eventuele plaatnaad kunnen pakken. Een schroef die net in de rand van een plaat zit, houdt aanvankelijk, maar verliest houvast zodra het hout een beetje beweegt door vocht of temperatuur. Dat is een detail dat niet in het oog springt bij de oplevering, en zich pas laat zien als de eerste storm goed doorstaat of niet.

Een derde punt is de rooilijn van de klemmen bij een lange baan die tegen een verticaal vlak aanloopt, zoals bij een gevel. Op een dakvlak alleen speelt de uitzetting zich in één richting af, maar bij een lange baan die van dak naar gevel doorloopt, zoals te lezen bij [de gevelaansluiting op multiplex](/bevestiging/multiplex/gevelaansluiting), moet de schuifklem ook rekening houden met de knik in de baan zelf. Daar is geen algemene regel voor te geven zonder de tekening erbij, en dat is precies waarom wij liever meekijken op een concreet plan dan een vaste maat voorschrijven die op een andere gevel niet klopt.

Wanneer dit niet de aangewezen oplossing is

Niet elke lange baan hoort met een schuivende klem gelegd te worden. Bij een baan die ergens halverwege wordt onderbroken door een schoorsteen, een dakraam of een andere doorvoer, is de lengte die daadwerkelijk vrij kan bewegen al veel korter dan de totale dakmaat, en dan kan een eenvoudiger verdeling met minder schuifpunten soms al genoeg zijn. Andersom geldt: bij een baan die over een groot ongedeeld vlak loopt zonder enige onderbreking, is het juist verstandig om liever te veel dan te weinig schuifruimte in te bouwen, ook als de berekende uitzetting op het eerste gezicht klein lijkt. Twijfel over de juiste verdeling lossen we het liefst op aan de hand van een tekening met de plaatindeling erbij, zodat de vaste klem op een logische plek komt en niet toevallig op een naad.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContactPrivacyverklaring Klikzink
Contact
Adres
© Klikzink